Rechtbank Zeeland-West-Brabant
ECLI:NL:RBZWB:2019:6314
2019-07-31
Civiel recht
7593993 CV EXPL 19-1494
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huurovereenkomst; bemiddeling; waarborgsom.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:40 Hoge Raad 28-06-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.579 tekens)
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaaknummer: 7593993 CV EXPL 19-1494
vonnis van 31 juli 2019
inzake
[eiseres]
,
wonende te [plaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M. Leung,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Tijdelijk Twee Woningen B.V.,
zaakdoende te Goirle,
gedaagde,
hierna te noemen: Tijdelijk Twee Woningen,
vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen.
1Het verloop van het geding
1.1.
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 25 februari 2019 met producties;
b. het extract audiëntieblad van de rolzitting van 8 mei 2019 met producties, inhoudende het antwoord van Tijdelijk Twee Woningen;
c. de conclusie van repliek;
d. de conclusie van dupliek met producties.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiseres] heeft contact opgenomen met Tijdelijk Twee Woningen omdat zij haar woning aan de [adres] te [plaats] tijdelijk wilde verhuren.
2.2.
Op 7 mei 2018 heeft [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen aan [eiseres] gemaild:
“(...) Zoals u weet, betaalt u ons vooraf geen kosten. Onze activiteiten worden pas beloond als de huurovereenkomsten worden ondertekend (het offertebedrag wordt in mindering gebracht op de eerste huurbetaling en borgbetaling. (...)”
2.3.
[eiseres] heeft vervolgens het ‘aanvraagformulier tijdelijke verhuur’ bij Tijdelijk Twee Woningen ingeleverd. Daarin is onder meer vermeld dat [eiseres] voor de diensten van Tijdelijk Twee Woningen een bedrag van € 595,00 is verschuldigd alsmede dat [eiseres] akkoord is met de algemene voorwaarden.
2.4.
In die voorwaarden is in artikel 10 bepaald:
“Het bewaren van een betaalde borg aan Tijdelijk Twee Woningen. Tijdelijk Twee Woningen kan beslissen dat een betaalde borg door huurders op verzoek van de huurder, de bank , deurwaarder geparkeerd kan blijven op een derde rekening van Tijdelijk Twee Woningen. Tijdelijk Twee Woningen kan deze beslissing tevens eenzijdig maken als zij hier de noodzaak van inzien of de borg te bewaren uit veiligheid voor de huurders. Een betaalde borg is eigendom van de huurders en kan dus niet door verhuurder of Tijdelijk Twee Woningen gebruikt worden. Na overleg met huurder en verhuurder in combinatie met een eindinspectierapport bij het einde van de overeenkomst, zal Tijdelijk Twee Woningen de borg retourneren aan huurders, minus eventuele schades of huurachterstanden die aantoonbaar zijn ontstaan.”
2.5.
Met tussenkomst van Tijdelijk Twee Woningen is de woning van [eiseres] met ingang van 30 mei 2018 verhuurd aan [persoon] (hierna: [persoon] ).
2.6.
[persoon] heeft op 28 mei 2018 aan Tijdelijk Twee Woningen de eerste maand huur ad € 1.400,00 alsmede de waarborgsom van € 1.400,00 betaald.
2.7.
[eiseres] heeft Tijdelijk Twee Woningen meermaals verzocht om het bedrag van € 2.205,00, zijnde € 1.400,00 + € 1.400,00 - € 595,00, aan haar door te storten. Tijdelijk Twee Woningen heeft dit niet gedaan.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Tijdelijk Twee Woningen te veroordelen tot betaling van € 2.631,31, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling, met veroordeling van Tijdelijk Twee Woningen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
3.2.
Tijdelijk Twee Woningen voert verweer. Dit komt erop neer dat vanwege een administratieve fout is verzuimd om het bedrag van de eerste maand huur minus het bedrag van € 595,00 aan [eiseres] te betalen. Met betrekking tot de waarborgsom stelt Tijdelijk Twee Woningen dat [eiseres] daarop geen aanspraak kan maken zolang de huurovereenkomst loopt. Tijdelijk Twee Woningen beheert de waarborgsom. Dit is ook zo bepaald in de toepasselijke algemene voorwaarden.
4De beoordeling
4.1.
Nu Tijdelijk Twee Woningen heeft erkend dat zij de eerste maand huur minus het bedrag van € 595,00 aan [eiseres] dient te betalen, ligt dat deel van de vordering voor toewijzing gereed.
4.2.
Met betrekking tot het onderdeel van de vordering dat strekt tot doorbetaling van de waarborgsom ad € 1.400,00 overweegt de kantonrechter het volgende.
Artikel 10 van de toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt dat Tijdelijk Twee Woningen kan beslissen dat een betaalde borg door huurders op verzoek van de huurder, de bank of de deurwaarder geparkeerd kan blijven op een derdenrekening van Tijdelijk Twee Woningen. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijk verzoek is gedaan. Artikel 10 bepaalt voorts dat Tijdelijk Twee Woningen deze beslissing tevens eenzijdig kan maken als zij hier de noodzaak van inzien of de borg te bewaren uit veiligheid voor de huurders. Het had op de weg van Tijdelijk Twee Woningen gelegen om tijdig aan de verhuurder kenbaar te maken dat, en waarom, zij van deze discretionaire bevoegdheid gebruik wilde maken. Daarvan is de kantonrechter echter niets gebleken. Integendeel, de e-mail van [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen, aan [eiseres] van 7 mei 2018, derhalve van vóór de totstandkoming van de overeenkomst, vermeldt: “Onze activiteiten worden pas beloond als de huurovereenkomsten worden ondertekend (het offertebedrag wordt in mindering gebracht op de eerste huurbetaling en borgbetaling. (...)” Dit kan toch niet anders worden begrepen dan dat de eerste huurbetaling én de borgbetaling minus het offertebedrag (in casu € 595,00) aan [eiseres] zou worden doorbetaald. Gelet op het voorgaande is ook dit deel van de vordering dus toewijsbaar. In het midden kan daarom blijven of artikel 10 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is.
4.3.
Het voorgaande betekent dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.
4.4.
De over de hoofdsom gevorderde wettelijke handelsrente, berekend tot 25 februari 2019 op € 26,10, is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente over de verschenen rente op grond van artikel 6:119a lid 3 BW zal worden toegewezen, voor zover Tijdelijk Twee Woningen de verschenen rente over een vol jaar verschuldigd is.
4.5.
De vordering ter zake van buitengerechtelijke incassokosten is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar. [eiseres] vordert over die kosten de wettelijke handelsrente. Artikel 6:119a BW biedt daarvoor echter geen grondslag. Bij vertraging in de voldoening van buitengerechtelijke incassokosten dient de gewone wettelijke rente van artikel 6:119 BW te worden betaald (zie HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:40 (Rabobank/Desenco)).
4.6.
Tijdelijk Twee Woningen zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden vastgesteld op € 758,39 (bestaande uit € 107,39 aan explootkosten, € 231,00 aan griffierecht en € 420,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde van [eiseres] ). Omdat artikel 6:119a BW alleen ziet op vorderingen tot betaling van het op grond van de overeenkomst verschuldigde, is deze bepaling niet van toepassing op een vordering tot betaling van proceskosten. Over die kosten zal daarom de wettelijke rente van artikel 6:119 BW worden toegewezen.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:
- € 2.205,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling;
- € 26,10 aan vervallen wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW tot 25 februari 2019, vermeerderd met de rente hierover voor zover de verschenen rente over een vol jaar verschuldigd is;
- € 400,21 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling;
5.2.
veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiseres] tot en met vandaag vastgesteld op € 758,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de volledige betaling;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kerkhofs, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaaknummer: 7593993 CV EXPL 19-1494
vonnis van 31 juli 2019
inzake
[eiseres]
,
wonende te [plaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. M. Leung,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Tijdelijk Twee Woningen B.V.,
zaakdoende te Goirle,
gedaagde,
hierna te noemen: Tijdelijk Twee Woningen,
vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen.
1Het verloop van het geding
1.1.
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 25 februari 2019 met producties;
b. het extract audiëntieblad van de rolzitting van 8 mei 2019 met producties, inhoudende het antwoord van Tijdelijk Twee Woningen;
c. de conclusie van repliek;
d. de conclusie van dupliek met producties.
1.2.
Hierna is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[eiseres] heeft contact opgenomen met Tijdelijk Twee Woningen omdat zij haar woning aan de [adres] te [plaats] tijdelijk wilde verhuren.
2.2.
Op 7 mei 2018 heeft [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen aan [eiseres] gemaild:
“(...) Zoals u weet, betaalt u ons vooraf geen kosten. Onze activiteiten worden pas beloond als de huurovereenkomsten worden ondertekend (het offertebedrag wordt in mindering gebracht op de eerste huurbetaling en borgbetaling. (...)”
2.3.
[eiseres] heeft vervolgens het ‘aanvraagformulier tijdelijke verhuur’ bij Tijdelijk Twee Woningen ingeleverd. Daarin is onder meer vermeld dat [eiseres] voor de diensten van Tijdelijk Twee Woningen een bedrag van € 595,00 is verschuldigd alsmede dat [eiseres] akkoord is met de algemene voorwaarden.
2.4.
In die voorwaarden is in artikel 10 bepaald:
“Het bewaren van een betaalde borg aan Tijdelijk Twee Woningen. Tijdelijk Twee Woningen kan beslissen dat een betaalde borg door huurders op verzoek van de huurder, de bank , deurwaarder geparkeerd kan blijven op een derde rekening van Tijdelijk Twee Woningen. Tijdelijk Twee Woningen kan deze beslissing tevens eenzijdig maken als zij hier de noodzaak van inzien of de borg te bewaren uit veiligheid voor de huurders. Een betaalde borg is eigendom van de huurders en kan dus niet door verhuurder of Tijdelijk Twee Woningen gebruikt worden. Na overleg met huurder en verhuurder in combinatie met een eindinspectierapport bij het einde van de overeenkomst, zal Tijdelijk Twee Woningen de borg retourneren aan huurders, minus eventuele schades of huurachterstanden die aantoonbaar zijn ontstaan.”
2.5.
Met tussenkomst van Tijdelijk Twee Woningen is de woning van [eiseres] met ingang van 30 mei 2018 verhuurd aan [persoon] (hierna: [persoon] ).
2.6.
[persoon] heeft op 28 mei 2018 aan Tijdelijk Twee Woningen de eerste maand huur ad € 1.400,00 alsmede de waarborgsom van € 1.400,00 betaald.
2.7.
[eiseres] heeft Tijdelijk Twee Woningen meermaals verzocht om het bedrag van € 2.205,00, zijnde € 1.400,00 + € 1.400,00 - € 595,00, aan haar door te storten. Tijdelijk Twee Woningen heeft dit niet gedaan.
3Het geschil
3.1.
[eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Tijdelijk Twee Woningen te veroordelen tot betaling van € 2.631,31, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling, met veroordeling van Tijdelijk Twee Woningen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente.
3.2.
Tijdelijk Twee Woningen voert verweer. Dit komt erop neer dat vanwege een administratieve fout is verzuimd om het bedrag van de eerste maand huur minus het bedrag van € 595,00 aan [eiseres] te betalen. Met betrekking tot de waarborgsom stelt Tijdelijk Twee Woningen dat [eiseres] daarop geen aanspraak kan maken zolang de huurovereenkomst loopt. Tijdelijk Twee Woningen beheert de waarborgsom. Dit is ook zo bepaald in de toepasselijke algemene voorwaarden.
4De beoordeling
4.1.
Nu Tijdelijk Twee Woningen heeft erkend dat zij de eerste maand huur minus het bedrag van € 595,00 aan [eiseres] dient te betalen, ligt dat deel van de vordering voor toewijzing gereed.
4.2.
Met betrekking tot het onderdeel van de vordering dat strekt tot doorbetaling van de waarborgsom ad € 1.400,00 overweegt de kantonrechter het volgende.
Artikel 10 van de toepasselijke algemene voorwaarden bepaalt dat Tijdelijk Twee Woningen kan beslissen dat een betaalde borg door huurders op verzoek van de huurder, de bank of de deurwaarder geparkeerd kan blijven op een derdenrekening van Tijdelijk Twee Woningen. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijk verzoek is gedaan. Artikel 10 bepaalt voorts dat Tijdelijk Twee Woningen deze beslissing tevens eenzijdig kan maken als zij hier de noodzaak van inzien of de borg te bewaren uit veiligheid voor de huurders. Het had op de weg van Tijdelijk Twee Woningen gelegen om tijdig aan de verhuurder kenbaar te maken dat, en waarom, zij van deze discretionaire bevoegdheid gebruik wilde maken. Daarvan is de kantonrechter echter niets gebleken. Integendeel, de e-mail van [vertegenwoordiger] van Tijdelijk Twee Woningen, aan [eiseres] van 7 mei 2018, derhalve van vóór de totstandkoming van de overeenkomst, vermeldt: “Onze activiteiten worden pas beloond als de huurovereenkomsten worden ondertekend (het offertebedrag wordt in mindering gebracht op de eerste huurbetaling en borgbetaling. (...)” Dit kan toch niet anders worden begrepen dan dat de eerste huurbetaling én de borgbetaling minus het offertebedrag (in casu € 595,00) aan [eiseres] zou worden doorbetaald. Gelet op het voorgaande is ook dit deel van de vordering dus toewijsbaar. In het midden kan daarom blijven of artikel 10 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is.
4.3.
Het voorgaande betekent dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen.
4.4.
De over de hoofdsom gevorderde wettelijke handelsrente, berekend tot 25 februari 2019 op € 26,10, is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente over de verschenen rente op grond van artikel 6:119a lid 3 BW zal worden toegewezen, voor zover Tijdelijk Twee Woningen de verschenen rente over een vol jaar verschuldigd is.
4.5.
De vordering ter zake van buitengerechtelijke incassokosten is als onweersproken en op de wet gegrond toewijsbaar. [eiseres] vordert over die kosten de wettelijke handelsrente. Artikel 6:119a BW biedt daarvoor echter geen grondslag. Bij vertraging in de voldoening van buitengerechtelijke incassokosten dient de gewone wettelijke rente van artikel 6:119 BW te worden betaald (zie HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:40 (Rabobank/Desenco)).
4.6.
Tijdelijk Twee Woningen zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden vastgesteld op € 758,39 (bestaande uit € 107,39 aan explootkosten, € 231,00 aan griffierecht en € 420,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde van [eiseres] ). Omdat artikel 6:119a BW alleen ziet op vorderingen tot betaling van het op grond van de overeenkomst verschuldigde, is deze bepaling niet van toepassing op een vordering tot betaling van proceskosten. Over die kosten zal daarom de wettelijke rente van artikel 6:119 BW worden toegewezen.
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen:
- € 2.205,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over dit bedrag vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling;
- € 26,10 aan vervallen wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW tot 25 februari 2019, vermeerderd met de rente hierover voor zover de verschenen rente over een vol jaar verschuldigd is;
- € 400,21 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 25 februari 2019 tot aan de dag van de volledige betaling;
5.2.
veroordeelt Tijdelijk Twee Woningen in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiseres] tot en met vandaag vastgesteld op € 758,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de volledige betaling;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kerkhofs, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.