Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2012:BY0267
2012-11-20
Strafrecht
11/04147
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2012:BY0267 → ECLI:NL:PHR:2012:BY0267
Inhoudsindicatie
Slagende bewijsklacht opzet op het tezamen en in vereniging plegen van geweld. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat het opzet van verdachte ook gericht was op het bewezenverklaarde, door zijn medeverdachte gepleegde geweld.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (54)
- ECLI:NL:PHR:2026:760 Parket bij de Hoge Raad 01-09-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:425 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1186 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1185 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:HR:2025:516 Hoge Raad 08-04-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:114 Parket bij de Hoge Raad 28-01-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2024:5757 Rechtbank Midden-Nederland 08-10-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:3781 Rechtbank Overijssel 16-07-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:556 Parket bij de Hoge Raad 28-05-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:404 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:404 Parket bij de Hoge Raad 09-04-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:1583 Rechtbank Overijssel 26-03-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:205 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:206 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:89 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:89 Parket bij de Hoge Raad 06-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:107 Parket bij de Hoge Raad 30-01-2024
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1327 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 28-04-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:5334 Rechtbank Midden-Nederland 13-12-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:4398 Rechtbank Noord-Nederland 24-11-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2022:2874 Rechtbank Noord-Nederland 11-08-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2258 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 08-07-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2470 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 08-07-2022
- ECLI:NL:GHSHE:2022:2469 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 08-07-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:589 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:589 Parket bij de Hoge Raad 21-06-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:12 Parket bij de Hoge Raad 11-01-2022
- ECLI:NL:PHR:2022:12 Parket bij de Hoge Raad 11-01-2022
- ECLI:NL:RBNNE:2021:5044 Rechtbank Noord-Nederland 25-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1258 Parket bij de Hoge Raad 23-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:1090 Parket bij de Hoge Raad 23-11-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:390 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:392 Parket bij de Hoge Raad 20-04-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:868 Rechtbank Noord-Nederland 17-03-2021
- ECLI:NL:RBNNE:2021:869 Rechtbank Noord-Nederland 17-03-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:47 Parket bij de Hoge Raad 19-01-2021
- ECLI:NL:PHR:2021:10 Parket bij de Hoge Raad 12-01-2021
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3683 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1003 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1002 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1001 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1004 Parket bij de Hoge Raad 03-11-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:3298 Rechtbank Noord-Nederland 21-09-2020
- ECLI:NL:RBNNE:2020:3301 Rechtbank Noord-Nederland 21-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1087 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1087 Parket bij de Hoge Raad 08-09-2020
- ECLI:NL:PHR:2017:1373 Parket bij de Hoge Raad 21-11-2017
- ECLI:NL:PHR:2016:393 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2016:394 Parket bij de Hoge Raad 29-03-2016
- ECLI:NL:PHR:2015:434 Parket bij de Hoge Raad 17-02-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:1939 Parket bij de Hoge Raad 09-09-2014
- ECLI:NL:PHR:2013:2470 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:2470 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2013
- ECLI:NL:PHR:2013:2470 Parket bij de Hoge Raad 10-12-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (3.353 tekens)
20 november 2012
Strafkamer
nr. S 11/04147
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 augustus 2011, nummer 21/000514-11, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de bewijsmotivering van het opzet op het tezamen en in vereniging plegen van geweld.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 17 september 2010 te Epse, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 3060 euro en/of meerdere sieraden en één bril en meerdere portemonnees en een kluisje, toebehorende aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [betrokkene 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat zijn mededader voornoemde [betrokkene 1]
- heeft vastgepakt/gegrepen, en
- met een breekijzer op het hoofd heeft geslagen, en vervolgens
- met dat breekijzer op de arm heeft geslagen, en
- in/op/tegen het gezicht heeft geslagen."
2.2.2. De bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het geen reden ziet om het door de medeverdachte toegepaste geweld niet toe te rekenen aan de verdachte, onder meer omdat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er (nog meer) geweld door de medeverdachte zou worden gebruikt. Uit de gebezigde bewijsvoering kan echter niet zonder meer volgen dat het opzet van de verdachte ook gericht was op het bewezenverklaarde, door de medeverdachte gepleegde geweld.
2.4. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.
Strafkamer
nr. S 11/04147
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 augustus 2011, nummer 21/000514-11, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof.
2. Beoordeling van het middel
2.1. Het middel klaagt over de bewijsmotivering van het opzet op het tezamen en in vereniging plegen van geweld.
2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 17 september 2010 te Epse, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ongeveer 3060 euro en/of meerdere sieraden en één bril en meerdere portemonnees en een kluisje, toebehorende aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [betrokkene 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat zijn mededader voornoemde [betrokkene 1]
- heeft vastgepakt/gegrepen, en
- met een breekijzer op het hoofd heeft geslagen, en vervolgens
- met dat breekijzer op de arm heeft geslagen, en
- in/op/tegen het gezicht heeft geslagen."
2.2.2. De bewezenverklaring steunt op de bewijsvoering die is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 en 6.
2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat het geen reden ziet om het door de medeverdachte toegepaste geweld niet toe te rekenen aan de verdachte, onder meer omdat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er (nog meer) geweld door de medeverdachte zou worden gebruikt. Uit de gebezigde bewijsvoering kan echter niet zonder meer volgen dat het opzet van de verdachte ook gericht was op het bewezenverklaarde, door de medeverdachte gepleegde geweld.
2.4. Het middel klaagt daarover terecht.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 november 2012.