Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2010:BM6938
2010-09-28
Strafrecht
09/04298
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2010:BM6938 → ECLI:NL:GHSGR:2009:BK0724 bekrachtiging/bevestiging
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BM6938 → ECLI:NL:PHR:2010:BM6938
Inhoudsindicatie
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn i.d.z.v. art. 138 Sv beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2015:1795 Parket bij de Hoge Raad 25-08-2015
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.435 tekens)
28 september 2010
Strafkamer
Nr. 09/04298
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 oktober 2009, nummer 22/005929-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1 Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn in de zin van art. 138 Sv, beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten.
De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 28 september 2010.
Strafkamer
Nr. 09/04298
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 oktober 2009, nummer 22/005929-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1 Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn in de zin van art. 138 Sv, beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten.
De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 28 september 2010.