Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BM6938
2010-09-28
Strafrecht
09/04298
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BM6938 → ECLI:NL:PHR:2010:BM6938
- conclusieVoorCassatie ECLI:NL:PHR:2010:BM6938 → ECLI:NL:GHSGR:2009:BK0724
Inhoudsindicatie
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn i.d.z.v. art. 138 Sv beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.238 tekens)
Nr. 09/04298
Mr. Machielse
Zitting 1 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam heeft zich op 3 november 2008 deels onbevoegd verklaard, en voor het overige het OM niet ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Op 14 oktober 2009 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage het vonnis waarvan beroep vernietigd, de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam bevoegd en het OM ontvankelijk in de vervolging verklaard.
2. Mr. N.J.R.M. Elings, advocaat te 's-Gravenhage, heeft cassatie ingesteld. Mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende 15 middelen van cassatie.
3. Beroep in cassatie tegen vonnissen en arresten die geen einduitspraak zijn is ingevolge art. 428 Sv slechts mogelijk gelijk met dat tegen de einduitspraak. De bestreden beslissing bevat geen einduitspraken zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.(1)
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 30 november 1999, NJ 2000, 345, m.nt. Mevis .
Mr. Machielse
Zitting 1 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam heeft zich op 3 november 2008 deels onbevoegd verklaard, en voor het overige het OM niet ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Op 14 oktober 2009 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage het vonnis waarvan beroep vernietigd, de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam bevoegd en het OM ontvankelijk in de vervolging verklaard.
2. Mr. N.J.R.M. Elings, advocaat te 's-Gravenhage, heeft cassatie ingesteld. Mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende 15 middelen van cassatie.
3. Beroep in cassatie tegen vonnissen en arresten die geen einduitspraak zijn is ingevolge art. 428 Sv slechts mogelijk gelijk met dat tegen de einduitspraak. De bestreden beslissing bevat geen einduitspraken zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.(1)
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 30 november 1999, NJ 2000, 345, m.nt. Mevis .