Profijtontneming, w.v.v. uit zich ontdoen van gevaarlijke stoffen, begaan door rechtspersoon. OM ontvankelijk in ontnemingsvordering, nu vordering niet binnen in art. 511b.1 Sv genoemde termijn van 2 jaren na strafvonnis e.a. aanhangig is gemaakt? Uit wetsgeschiedenis volgt dat i
Wetboek van Strafvordering
Art. 138 Sv
Genoemd in 92 uitspraken · Officiële wettekst
92 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Economische zaak. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 358
Gewelddadige woningoverval met dodelijke afloop te Gees. Vormverzuim ex art. 359a Sv. Verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer, verwerping verweer bewijsuitsluiting en verwerping verweer strafvermindering. Vernietiging van het vonnis en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank.
Cassatie in het belang der wet. Door de OvJ kan gelet op art. 406 Sv niet afzonderlijk h.b. worden ingesteld tegen de beslissing waarbij een namens verdachte ttz.gedaan verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis (VH) door de Rb is toegewezen, ook niet als deze
Medeplegen gekwalificeerde diefstal. Strafmotivering. Middelen over motivering “aanstonds” uitspraak doen, uos t.a.v. art. 22b Sr (taakstrafverbod) en begrijpelijkheid strafmotivering. HR: art. 81.1 RO. CAG maakt ambtshalve opmerkingen over de eisen die gelden voor een schrifteli
Einduitspraak in de zin van art. 138 Sv? In eerste aanleg wordt bij vonnis (30/08/2001) de OvJ niet-ontvankelijk verklaard voor de feiten 1 t/m 4; voor feit 5 wordt de heropening van het onderzoek bevolen. De OvJ gaat eerst na de einduitspraak voor feit 5 (02/05/2002) in hoger be
Artikel 6a OLW, afzien van toepassing van weigeringsgrond inzake verjaring. Pools executie-EAB, de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen kan worden overgenomen.
Cassatie in het belang der wet. Art. 406.2 Sv. Het Hof heeft de verdachte n-o verklaard in zijn h.b. tegen de afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op art. 87.2 Sv. Mede gelet op de wetsgeschiedenis zoals weergegeven in de vordering moet word
De vervolging van een 80-jarige man, die ervan wordt verdacht op 8 maart 2023 in Amsterdam een zorgbegeleider in een verpleeghuis van haar vrijheid te hebben beroofd en te hebben bedreigd, wordt geschorst (ex art. 16 Sv). De reden van deze uitzonderlijke beslissing is dat de man
Economische zaak. OM-cassatie en cassatie verdachte. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoe
Afwijzen getuigenverzoek. Het Hof heeft door het bij appelschriftuur gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoek X als getuige te horen af te wijzen omdat het dit verzoek onvoldoende onderbouwd achtte en verdachte door die afwijzing niet in zijn verdediging is geschaad de juiste
Verdachte n-o in cassatieberoep, nu de bestreden beslissing niet is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv.
Cassatie in het belang der wet. Verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in de bezwaarschriftprocedure als bedoeld in art. 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De HR heeft in ECLI:NL:HR:2013:BX5566 geoordeeld dat en waarom een redelijke wetsuitleg meebrengt dat in
OM niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen beslissing ter terechtzitting tot schorsing voorlopige hechtenis. Hoger beroep staat slechts open tegelijk met hoger beroep tegen eindvonnis
Volgens art. 428 Sv is tegen vonnissen of arresten die geen einduitspraken zijn i.d.z.v. art. 138 Sv beroep in cassatie slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. De bestreden beslissing is niet een einduitspraak in die zin, zodat verdachte in het beroep niet
De beslissing van de Rb tot n.o.-verklaring van de OvJ in de vervolging m.b.t. het subsidiair tlg. is wat betreft het subsidiair tlg. een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv. Ingevolge art. 404.1 Sv stond tegen dat eindvonnis h.b. open. Het Hof heeft het OM dus ten onrechte niet-o
Art 138 Sv: nietigverklaring van oproeping is einduitspraak. I.c. is de zaak na de nietigverklaring van de 1e inleidende dagvaarding, door de OvJ ten 2e male aanhangig gemaakt, doch nu door een oproeping. De nietigverklaring van die oproeping door de pr heeft te gelden als een ei
Naar het oordeel van het hof kan de beslissing van de rechtbank strekkende tot nietigverklaring van (de betekening) van de oproeping voor de nadere terechtzitting van 6 november niet worden aangemerkt als een einduitspraak en is daartegen slechts hoger beroep mogelijk gelijktijdi
Onderzoek Moeflon. Gevangenisstraf 3 jaar voor medeplegen beroving en medeplegen poging beroving. Overwegingen over tekst van tenlastelegging (verzoek terugdraaien wijziging), geldigheid dagvaarding (verweer innerlijke tegenstrijdigheid), koppeling telefoons aan verdachte, schake
Conclusie AG. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Het hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek van de zaak het vonnis van de Rb waarbij de dgv nietig is verklaard bevestigd. Uit het p-v van de tz. in hoger beroep blijkt niet dat aan de verdachte het recht i
Conclusie AG. Cassatieberoep tegen vonnis Rb waarbij naast vrijspraak onttrekking aan het verkeer van een aantal dode dieren is bevolen. Hierop is niet art. 552f Sv van toepassing maar geldt de regeling van rechtsmiddelen tegen einduitspraken. Beroep met overschrijding van de ter
Conclusie AG. Verzoekschrift ogv art. 6:6:26 Sv. Tegen afwijzende rechterlijke beslissing op een verzoek tot kwijtschelding dan wel vermindering van een opgelegde ontnemingsmaatregel staat ogv art. 6.6.7 Sv geen beroep open. Conclusie strekt tot no-verklaring van het beroep in ca
OM-cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep en NN-problematiek bij instellen rechtsmiddel. Behoort de beschikking van de Rb, afgegeven n.a.v. een door vte ingesteld hoger beroep tegen de toewijzende beslissing van de R-C op de vordering van het OM a.b.i. art. 551a Sv, tot de “zo
OM-cassatie. Ontvankelijkheid cassatieberoep en motivering oordeel Rb dat de machtiging a.b.i. art. 551a Sv ten onrechte is afgegeven. Behoort de beschikking van de Rb, afgegeven n.a.v. een door vte ingesteld hoger beroep tegen de toewijzende beslissing van de R-C op de vordering
Splitsing van ECLI:NL:GHSHE:2024:473. Beroep door de verdediging op niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie vanwege enerzijds het te laat instellen hoger beroep en anderzijds schending van het specialiteitsbeginsel en overschrijding termijnen in het kader van een Europees Aanho