Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BJ7799
2009-12-15
Strafrecht
08/00154 B
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BJ7799 → ECLI:NL:PHR:2009:BJ7799
Inhoudsindicatie
Beklag. Niet in openbaar uitgesproken beschikking. Ingevolge art. 24.1 Sv moet de beschikking in het openbaar worden uitgesproken. De HR zal doen wat de Rb had behoren te doen en zelf de ongegrondverklaring van het beklag ter openbare terechtzitting uitspreken (vgl. HR LJN ZC4031 en HR LJN ZC2208).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (21)
- ECLI:NL:HR:2025:1850 Hoge Raad 09-12-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1264 Parket bij de Hoge Raad 18-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:901 Parket bij de Hoge Raad 26-08-2025
- ECLI:NL:PHR:2024:1372 Parket bij de Hoge Raad 17-12-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:1252 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:951 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:798 Parket bij de Hoge Raad 03-09-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:56 Parket bij de Hoge Raad 16-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2023:1004 Parket bij de Hoge Raad 10-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:934 Parket bij de Hoge Raad 10-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:712 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2023
- ECLI:NL:RVS:2022:574 Raad van State 23-02-2022
- ECLI:NL:PHR:2020:837 Parket bij de Hoge Raad 06-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:837 Parket bij de Hoge Raad 06-10-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:837 Parket bij de Hoge Raad 06-10-2020
- ECLI:NL:RVS:2020:992 Raad van State 07-04-2020
- ECLI:NL:PHR:2018:550 Parket bij de Hoge Raad 05-06-2018
- ECLI:NL:HR:2017:707 Hoge Raad 18-04-2017
- ECLI:NL:HR:2015:1341 Hoge Raad 26-05-2015
- ECLI:NL:PHR:2015:673 Parket bij de Hoge Raad 21-04-2015
- ECLI:NL:PHR:2014:694 Parket bij de Hoge Raad 20-05-2014
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.754 tekens)
15 december 2009
Strafkamer
Nr 08/00154 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 6 december 2007, nummer RK 07/4316, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].
en
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat de beschikking niet in het openbaar is uitgesproken.
2.2. De behandeling van het klaagschrift door de raadkamer heeft plaatsgevonden in het openbaar. Ingevolge art. 24, eerste lid, Sv moet de beschikking dan in het openbaar worden uitgesproken. Uit de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken kan niet blijken - ook niet na het onderzoek naar aanleiding van het door mr. De Boer, voornoemd, aan de rolraadsheer gedane verzoek om toezending van een afschrift van het proces-verbaal inzake de uitspraak van de bestreden beschikking - dat dit is geschied, zodat het ervoor moet worden gehouden dat zij niet in het openbaar is uitgesproken.
2.3. De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en zelf de ongegrondverklaring van het beklag ter openbare terechtzitting uitspreken (vgl. HR 3 mei 1989, LJN ZC4031, NJ 1991, 167 en HR 22 november 1996, LJN ZC2208, NJ 1997, 205).
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2009.
Strafkamer
Nr 08/00154 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 6 december 2007, nummer RK 07/4316, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].
en
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel behelst de klacht dat de beschikking niet in het openbaar is uitgesproken.
2.2. De behandeling van het klaagschrift door de raadkamer heeft plaatsgevonden in het openbaar. Ingevolge art. 24, eerste lid, Sv moet de beschikking dan in het openbaar worden uitgesproken. Uit de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken kan niet blijken - ook niet na het onderzoek naar aanleiding van het door mr. De Boer, voornoemd, aan de rolraadsheer gedane verzoek om toezending van een afschrift van het proces-verbaal inzake de uitspraak van de bestreden beschikking - dat dit is geschied, zodat het ervoor moet worden gehouden dat zij niet in het openbaar is uitgesproken.
2.3. De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en zelf de ongegrondverklaring van het beklag ter openbare terechtzitting uitspreken (vgl. HR 3 mei 1989, LJN ZC4031, NJ 1991, 167 en HR 22 november 1996, LJN ZC2208, NJ 1997, 205).
3. Beoordeling van het tweede middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink, J. de Hullu, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2009.