Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2009:BJ0652
2009-10-09
Civiel recht
08/00243
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2009:BJ0652 → ECLI:NL:PHR:2009:BJ0652
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Verstek. Verzet tijdig ingesteld? Daad van bekendheid. Maatstaf. Veroordeelde waaraan het vonnis niet in persoon is betekend moet zelf een handeling hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens beschikte m.b.t. zijn veroordeling om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (73)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5285 Rechtbank Midden-Nederland 29-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:3979 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16-06-2026
- ECLI:NL:OGEAC:2026:174 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 01-06-2026
- ECLI:NL:RBROT:2026:5713 Rechtbank Rotterdam 13-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4075 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-03-2026
- ECLI:NL:RBLIM:2026:1235 Rechtbank Limburg 11-02-2026
- ECLI:NL:RBDHA:2025:18304 Rechtbank Den Haag 01-10-2025
- ECLI:NL:RBLIM:2025:8844 Rechtbank Limburg 10-09-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:4873 Rechtbank Midden-Nederland 03-09-2025
- ECLI:NL:RBAMS:2025:7124 Rechtbank Amsterdam 27-08-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2025:2117 Gerechtshof Amsterdam 05-08-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:4145 Rechtbank Overijssel 25-06-2025
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2749 Rechtbank Midden-Nederland 28-05-2025
- ECLI:NL:RBOVE:2025:3252 Rechtbank Overijssel 21-05-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:2566 Rechtbank Noord-Holland 05-03-2025
- ECLI:NL:GHAMS:2024:2625 Gerechtshof Amsterdam 17-09-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:3382 Rechtbank Midden-Nederland 29-05-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:4369 Rechtbank Noord-Holland 15-05-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:2080 Rechtbank Oost-Brabant 01-05-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:2080 Rechtbank Oost-Brabant 01-05-2024
- ECLI:NL:RBOBR:2024:2080 Rechtbank Oost-Brabant 01-05-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2024:2119 Rechtbank Noord-Holland 06-03-2024
- ECLI:NL:RBROT:2024:1110 Rechtbank Rotterdam 09-02-2024
- ECLI:NL:RBNHO:2023:12796 Rechtbank Noord-Holland 28-12-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:10806 Rechtbank Rotterdam 17-11-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:5866 Rechtbank Midden-Nederland 01-11-2023
- ECLI:NL:PHR:2023:817 Parket bij de Hoge Raad 19-09-2023
- ECLI:NL:OGEAC:2023:370 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 21-08-2023
- ECLI:NL:RBROT:2023:6846 Rechtbank Rotterdam 21-07-2023
- ECLI:NL:GHSHE:2023:2148 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-07-2023
- ECLI:NL:GHARL:2023:4524 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 30-05-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6734 Rechtbank Den Haag 17-05-2023
- ECLI:NL:RBOVE:2023:1739 Rechtbank Overijssel 10-05-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:2655 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-04-2023
- ECLI:NL:RBGEL:2023:551 Rechtbank Gelderland 25-01-2023
- ECLI:NL:RBROT:2022:7853 Rechtbank Rotterdam 16-09-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2022:8290 Rechtbank Den Haag 13-07-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2598 Rechtbank Midden-Nederland 11-05-2022
- ECLI:NL:RBGEL:2022:1433 Rechtbank Gelderland 23-03-2022
- ECLI:NL:RBROT:2022:3133 Rechtbank Rotterdam 11-03-2022
- ECLI:NL:RBMNE:2022:601 Rechtbank Midden-Nederland 09-02-2022
- ECLI:NL:RBROT:2021:11487 Rechtbank Rotterdam 17-09-2021
- ECLI:NL:RBNHO:2021:3586 Rechtbank Noord-Holland 31-03-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:1352 Rechtbank Midden-Nederland 24-03-2021
- ECLI:NL:RBROT:2021:101 Rechtbank Rotterdam 08-01-2021
- ECLI:NL:OGHACMB:2020:304 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11-12-2020
- ECLI:NL:OGHACMB:2020:304 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 11-12-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1086 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2020
- ECLI:NL:PHR:2020:1086 Parket bij de Hoge Raad 13-11-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:3424 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 03-11-2020
- ECLI:NL:RBROT:2020:5811 Rechtbank Rotterdam 10-07-2020
- ECLI:NL:GHSHE:2020:2059 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 07-07-2020
- ECLI:NL:RBNHO:2020:3275 Rechtbank Noord-Holland 29-04-2020
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2415 Rechtbank Amsterdam 29-04-2020
- ECLI:NL:RBROT:2020:3654 Rechtbank Rotterdam 17-04-2020
- ECLI:NL:GHARL:2020:533 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21-01-2020
- ECLI:NL:GHARL:2019:11186 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-12-2019
- ECLI:NL:GHSHE:2019:4546 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17-12-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:10334 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 03-12-2019
- ECLI:NL:GHARL:2019:8019 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 01-10-2019
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.599 tekens)
9 oktober 2009
Eerste Kamer
08/00243
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ MAHUKO N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Mahuko.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 15 mei 1986 van de rechtbank Alkmaar is [eiseres], samen met haar echtgenoot [betrokkene 1], bij verstek hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 12.722,66, met rente en kosten, aan de rechtspersoon naar vreemd recht Citibank N.A., zijnde de rechtsvoorgangster van Mahuko.
[Eiseres] heeft bij exploot van 11 juli 2005 verzet gedaan tegen voormeld verstekvonnis en gevorderd, kort gezegd, haar te ontheffen van de veroordeling tegen haar uitgesproken door de rechtbank Alkmaar op 15 mei 1986 tussen de rechtsvoorganger van Mahuko als eiseres en [eiseres] als gedaagde. Daarnaast heeft [eiseres] gevorderd dat de eis van Mahuko alsnog wordt afgewezen.
Mahuko heeft de vordering bestreden.
Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 8 maart 2006 [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 23 augustus 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Mahuko is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging, met verdere afdoening als gebruikelijk.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of [eiseres] tijdig verzet heeft gedaan tegen haar veroordeling bij verstek in het hiervoor in 1 vermelde vonnis van 15 mei 1986. Het hof heeft deze vraag aan de hand van art. 143 Rv. ontkennend beantwoord. Op de grond vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7 had het hof art. 81 (oud) Rv. behoren toe te passen, doch hierover wordt in cassatie niet geklaagd. Voor de beoordeling van de aan de orde zijnde vraag maakt het in dit geval ook geen verschil of de oude dan wel de nieuwe bepaling wordt toegepast.
3.2 Nu het vonnis niet aan [eiseres] in persoon was betekend, geldt als maatstaf (zowel in art. 81 oud als in art. 143) of de veroordeelde enige daad heeft gepleegd "waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is". Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten. Het hof heeft deze maatstaf gehanteerd in zijn rov. 3.3 en 3.4.
3.3 De door het hof in rov. 3.5 tot en met 3.12 vermelde omstandigheden laten niet de conclusie tot dat [eiseres] een handeling als hiervoor in 3.2 bedoeld heeft verricht. Daartoe wordt het navolgende overwogen.
(i) Het feit dat [eiseres] een brief van 30 maart 2005 van deurwaarderskantoor [A] heeft ontvangen en daarop heeft gereageerd, levert geen daad van bekendheid op. [eiseres] heeft ontkend dat een kopie van het vonnis bij de brief was ingesloten en het hof heeft de juistheid van deze stelling in het midden gelaten.
(ii) In deze brief is weliswaar melding gemaakt van het vonnis en van de daarin mede jegens [eiseres] uitgesproken veroordeling, doch het enkele feit dat [eiseres] op deze brief heeft gereageerd levert geen daad van bekendheid op waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat zij voldoende bekend is met de inhoud van het vonnis. In tegenstelling tot wat het hof in rov. 3.6 heeft overwogen, blijkt uit de reactie van [eiseres] niet dat zij over voldoende gegevens beschikte om zich daadwerkelijk tegen het verstekvonnis te verzetten. De door het hof in rov. 3.1 vermelde inhoud van haar brief van 3 mei 2005 komt erop neer dat [eiseres] meende dat er geen gegevens voorhanden waren waaruit kon blijken dat zij aansprakelijk is voor de vordering.
(iii) Door het hof is in rov. 3.10 vastgesteld dat uit de brief van 30 maart 2005 niet viel op te maken dat de vordering van Citibank is overgegaan op de MNF Bank. Volgens het hof kan uit de contacten tussen [eiseres] en [A] op 8 april 2005, waarvan blijkt uit de brieven van 13 april 2005 en 3 mei 2005 waarin [eiseres] spreekt van "deze lening", worden afgeleid dat deze rechtsovergang geen onduidelijkheid schiep. Zondere nadere, ontbrekende, toelichting valt evenwel niet in te zien op grond waarvan noodzakelijkerwijs blijkt dat [eiseres] wist dat het om een lening van Citibank zou gaan, nu iedere verwijzing naar deze bank in de door het hof bedoelde stukken ontbreekt. In het bijzonder is niet begrijpelijk hoe uit de reactie van [eiseres] die, naar het hof heeft vastgesteld, juist uitdrukkelijk ontkende iets aan de MNF Bank verschuldigd te zijn, valt af te leiden dat zij begreep dat het oorspronkelijk om een lening van Citibank ging.
3.4 De hierop gerichte klachten van onderdeel II treffen doel. Onderdeel I faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 18. De overige klachten behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2007;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Leeuwarden;
veroordeelt Mahuko in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 3.254,31,-- in totaal, waarvan € 3.179,31 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 75,00 aan [eiseres].
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.
Eerste Kamer
08/00243
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ MAHUKO N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Mahuko.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 15 mei 1986 van de rechtbank Alkmaar is [eiseres], samen met haar echtgenoot [betrokkene 1], bij verstek hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 12.722,66, met rente en kosten, aan de rechtspersoon naar vreemd recht Citibank N.A., zijnde de rechtsvoorgangster van Mahuko.
[Eiseres] heeft bij exploot van 11 juli 2005 verzet gedaan tegen voormeld verstekvonnis en gevorderd, kort gezegd, haar te ontheffen van de veroordeling tegen haar uitgesproken door de rechtbank Alkmaar op 15 mei 1986 tussen de rechtsvoorganger van Mahuko als eiseres en [eiseres] als gedaagde. Daarnaast heeft [eiseres] gevorderd dat de eis van Mahuko alsnog wordt afgewezen.
Mahuko heeft de vordering bestreden.
Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij vonnis van 8 maart 2006 [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 23 augustus 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Mahuko is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging, met verdere afdoening als gebruikelijk.
3. Beoordeling van de middelen
3.1 Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of [eiseres] tijdig verzet heeft gedaan tegen haar veroordeling bij verstek in het hiervoor in 1 vermelde vonnis van 15 mei 1986. Het hof heeft deze vraag aan de hand van art. 143 Rv. ontkennend beantwoord. Op de grond vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 7 had het hof art. 81 (oud) Rv. behoren toe te passen, doch hierover wordt in cassatie niet geklaagd. Voor de beoordeling van de aan de orde zijnde vraag maakt het in dit geval ook geen verschil of de oude dan wel de nieuwe bepaling wordt toegepast.
3.2 Nu het vonnis niet aan [eiseres] in persoon was betekend, geldt als maatstaf (zowel in art. 81 oud als in art. 143) of de veroordeelde enige daad heeft gepleegd "waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is". Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten. Het hof heeft deze maatstaf gehanteerd in zijn rov. 3.3 en 3.4.
3.3 De door het hof in rov. 3.5 tot en met 3.12 vermelde omstandigheden laten niet de conclusie tot dat [eiseres] een handeling als hiervoor in 3.2 bedoeld heeft verricht. Daartoe wordt het navolgende overwogen.
(i) Het feit dat [eiseres] een brief van 30 maart 2005 van deurwaarderskantoor [A] heeft ontvangen en daarop heeft gereageerd, levert geen daad van bekendheid op. [eiseres] heeft ontkend dat een kopie van het vonnis bij de brief was ingesloten en het hof heeft de juistheid van deze stelling in het midden gelaten.
(ii) In deze brief is weliswaar melding gemaakt van het vonnis en van de daarin mede jegens [eiseres] uitgesproken veroordeling, doch het enkele feit dat [eiseres] op deze brief heeft gereageerd levert geen daad van bekendheid op waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat zij voldoende bekend is met de inhoud van het vonnis. In tegenstelling tot wat het hof in rov. 3.6 heeft overwogen, blijkt uit de reactie van [eiseres] niet dat zij over voldoende gegevens beschikte om zich daadwerkelijk tegen het verstekvonnis te verzetten. De door het hof in rov. 3.1 vermelde inhoud van haar brief van 3 mei 2005 komt erop neer dat [eiseres] meende dat er geen gegevens voorhanden waren waaruit kon blijken dat zij aansprakelijk is voor de vordering.
(iii) Door het hof is in rov. 3.10 vastgesteld dat uit de brief van 30 maart 2005 niet viel op te maken dat de vordering van Citibank is overgegaan op de MNF Bank. Volgens het hof kan uit de contacten tussen [eiseres] en [A] op 8 april 2005, waarvan blijkt uit de brieven van 13 april 2005 en 3 mei 2005 waarin [eiseres] spreekt van "deze lening", worden afgeleid dat deze rechtsovergang geen onduidelijkheid schiep. Zondere nadere, ontbrekende, toelichting valt evenwel niet in te zien op grond waarvan noodzakelijkerwijs blijkt dat [eiseres] wist dat het om een lening van Citibank zou gaan, nu iedere verwijzing naar deze bank in de door het hof bedoelde stukken ontbreekt. In het bijzonder is niet begrijpelijk hoe uit de reactie van [eiseres] die, naar het hof heeft vastgesteld, juist uitdrukkelijk ontkende iets aan de MNF Bank verschuldigd te zijn, valt af te leiden dat zij begreep dat het oorspronkelijk om een lening van Citibank ging.
3.4 De hierop gerichte klachten van onderdeel II treffen doel. Onderdeel I faalt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 18. De overige klachten behoeven geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2007;
verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te Leeuwarden;
veroordeelt Mahuko in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 3.254,31,-- in totaal, waarvan € 3.179,31 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 75,00 aan [eiseres].
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 9 oktober 2009.