Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2007:AZ7116

2007-03-20 Strafrecht 01067/06
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2007-03-20
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
01067/06
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Bedreiging (art. 285.1 Sr), vernieling, meermalen gepleegd (art. 350.1 Sr), poging zware mishandeling door op anderhalve meter afstand met kracht volle fles wijn richting hoofd van hotelmedewerker te gooien (art. 302.1 Sr) en dragen van wapen (art. 27.1 WWM) 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep t.a.v. dragen van wapen, art. 427.2 Sv. 2. Bewijsklacht poging zware mishandeling. Opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel? 3. Bewijsklacht vernieling. Behelzen voor bewijs gebruikte verklaringen van medewerker advocatenkantoor en stratenmaker ongeoorloofde meningen, gissingen dan wel gevolgtrekkingen? Ad 1. Hof heeft verdachte t.z.v. dragen van wapen, een overtreding (art. 27.1 WWM) veroordeeld tot geldboete van € 150, subsidiair 3 dagen hechtenis. In zoverre kan verdachte, gelet op art. 427.2 Sv niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen. Ad 2. en 3. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 01037/06 (niet gepubliceerd, art. 81.1 RO).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (3)

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.138 tekens)
20 maart 2007
Strafkamer
nr. 01067/06
ZK/IC







Hoge Raad der Nederlanden







Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 25 augustus 2005, nummer 24/000390-05, in de strafzaak tegen:


[verdachte]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].





1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Leeuwarden van 11 februari 2005 – de verdachte ter zake van 1: ‘’bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’’; 2 en 5 telkens: ‘’opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen’’; 4: ‘’poging tot zware mishandeling’’ en 3: ‘’handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie’’ veroordeeld – ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 5 – tot vijf maanden gevangenisstraf en – ten aanzien van feit 3 – een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis; met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de tenuitvoerlegging gelast van de eerder aan de verdachte opgelegde straf van één maand gevangenisstraf.



2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep voor zover betreffende de overtreding (sub 3) en tot verwerping van het beroep voor het overige.




3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het Hof heeft de verdachte ter zake van feit 3, een overtreding (art. 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie) veroordeeld tot een geldboete van € 150,-, subsidiair drie dagen hechtenis. In zoverre kan de verdachte, gelet op art. 427, tweede lid, Sv niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.



4. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.



5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.



6. Beslissing


De Hoge Raad:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit;
Verwerpt het beroep voor het overige.






Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 20 maart 2007.