Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2000:AA6339
2000-06-30
Civiel recht
R99/181HR
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2000:AA6339 → ECLI:NL:PHR:2000:AA6339
Inhoudsindicatie
-
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (38)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4411 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:RBOVE:2026:4408 Rechtbank Overijssel 14-07-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:511 Parket bij de Hoge Raad 22-05-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:2803 Rechtbank Midden-Nederland 23-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:2805 Rechtbank Midden-Nederland 23-04-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2026:2802 Rechtbank Midden-Nederland 23-04-2026
- ECLI:NL:GHARL:2026:1770 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-03-2026
- ECLI:NL:RBAMS:2026:570 Rechtbank Amsterdam 15-01-2026
- ECLI:NL:RBMNE:2025:6510 Rechtbank Midden-Nederland 16-12-2025
- ECLI:NL:RBOBR:2025:8897 Rechtbank Oost-Brabant 10-11-2025
- ECLI:NL:GHARL:2025:6223 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 09-10-2025
- ECLI:NL:RBNHO:2025:9282 Rechtbank Noord-Holland 22-07-2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:12956 Rechtbank Rotterdam 06-12-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4314 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-06-2024
- ECLI:NL:RBGEL:2024:3325 Rechtbank Gelderland 31-05-2024
- ECLI:NL:RBMNE:2024:2255 Rechtbank Midden-Nederland 25-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5521 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5523 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6847 Rechtbank Den Haag 28-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3175 Rechtbank Den Haag 15-02-2024
- ECLI:NL:RBOVE:2024:1161 Rechtbank Overijssel 30-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3058 Rechtbank Den Haag 17-01-2024
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5288 Rechtbank Noord-Nederland 09-11-2023
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5557 Rechtbank Oost-Brabant 01-11-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21269 Rechtbank Den Haag 03-10-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2023:5615 Rechtbank Midden-Nederland 26-07-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5556 Rechtbank Amsterdam 20-07-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9586 Rechtbank Den Haag 11-07-2023
- ECLI:NL:RBAMS:2023:9086 Rechtbank Amsterdam 20-06-2023
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1107 Gerechtshof Den Haag 24-05-2023
- ECLI:NL:RBMNE:2022:5392 Rechtbank Midden-Nederland 22-12-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2170 Gerechtshof Den Haag 26-10-2022
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15119 Rechtbank Den Haag 14-12-2021
- ECLI:NL:RBOVE:2021:5005 Rechtbank Overijssel 08-12-2021
- ECLI:NL:RBMNE:2021:3134 Rechtbank Midden-Nederland 19-07-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1959 Gerechtshof Den Haag 17-03-2021
- ECLI:NL:GHARL:2020:716 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28-01-2020
- ECLI:NL:RBMNE:2019:4924 Rechtbank Midden-Nederland 28-10-2019
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.189 tekens)
30 juni 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/181HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De stiefvader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mrs. P.S. Kamminga en
E.S. Florijn,
t e g e n
1. [de moeder], wonende te [woonplaats],
2. [de vader], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 september 1998 ter griffie van de Rechtbank te Leeuwarden ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de stief- vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de adoptie uit te spreken van de minderjarigen [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1984, en [de dochter], geboren op [geboortedatum] 1996, beiden in de gemeente Smallingerland, uit het huwelijk van verweerster in cassatie sub 1, hierna: de moeder, en verweerder in cassatie sub 2, hierna: de vader.
De vader is in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 3 februari 1999 de stiefvader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Tegen deze beschikking heeft de stiefvader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 25 augustus 1999 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en opnieuw beslissende het verzoek tot adoptie afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de stief-vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De stiefvader verzoekt in deze procedure de adoptie uit te spreken van [de kinderen]. De Rechtbank heeft hem in dat verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft in hoger beroep het verzoek afgewezen op de grond dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor adoptie vermeld in art. 1:228 lid 1, aanhef en onder c, BW, omdat het leeftijdsverschil tussen de stiefvader en de beide minderjarigen minder dan 18 jaar bedraagt.
3.2 Onderdeel 1 van het middel keert zich tegen de overweging van het Hof dat de afwijzing van het verzoek niet in strijd is met art. 8 EVRM. Volgens het onderdeel moet ieder verzoek tot adoptie getoetst worden aan die bepaling en/of aan art. 12 EVRM.
Het onderdeel faalt. Aan die bepalingen kan wel het recht op bescherming van het tussen ouders en een door hen geadopteerd kind bestaande gezinsleven worden ontleend, doch niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de door de wet voor adoptie gestelde eisen. Dat adoptie niet mogelijk is omdat niet is voldaan aan de in 3.1 vermelde wettelijke voorwaarde, kan voorts niet worden aangemerkt als een inmenging als bedoeld in art. 8.
3.3 Onderdeel 2 betoogt dat de omstandigheden van het geval aanleiding dienen te zijn af te wijken van de regel dat er een minimaal leeftijdsverschil dient te zijn. Ook dit onderdeel kan niet tot cassatie leiden. Uit hetgeen is vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker onder 2.2.1 - 2.2.4 blijkt dat de wetgever in het belang van het kind te dezer zake een duidelijke keuze heeft gemaakt om te voorkomen dat er een te klein (of te groot) verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat. Aan de rechter komt niet de vrijheid toe daarvan af te wijken op grond van de omstandigheden van het geval. De beslissing van het Hof is dus juist.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raads-heren W.H. Heemskerk, R. Herrmann, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 30 juni 2000.
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/181HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De stiefvader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mrs. P.S. Kamminga en
E.S. Florijn,
t e g e n
1. [de moeder], wonende te [woonplaats],
2. [de vader], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 september 1998 ter griffie van de Rechtbank te Leeuwarden ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de stief- vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de adoptie uit te spreken van de minderjarigen [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1984, en [de dochter], geboren op [geboortedatum] 1996, beiden in de gemeente Smallingerland, uit het huwelijk van verweerster in cassatie sub 1, hierna: de moeder, en verweerder in cassatie sub 2, hierna: de vader.
De vader is in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 3 februari 1999 de stiefvader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Tegen deze beschikking heeft de stiefvader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 25 augustus 1999 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en opnieuw beslissende het verzoek tot adoptie afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de stief-vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De stiefvader verzoekt in deze procedure de adoptie uit te spreken van [de kinderen]. De Rechtbank heeft hem in dat verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft in hoger beroep het verzoek afgewezen op de grond dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor adoptie vermeld in art. 1:228 lid 1, aanhef en onder c, BW, omdat het leeftijdsverschil tussen de stiefvader en de beide minderjarigen minder dan 18 jaar bedraagt.
3.2 Onderdeel 1 van het middel keert zich tegen de overweging van het Hof dat de afwijzing van het verzoek niet in strijd is met art. 8 EVRM. Volgens het onderdeel moet ieder verzoek tot adoptie getoetst worden aan die bepaling en/of aan art. 12 EVRM.
Het onderdeel faalt. Aan die bepalingen kan wel het recht op bescherming van het tussen ouders en een door hen geadopteerd kind bestaande gezinsleven worden ontleend, doch niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de door de wet voor adoptie gestelde eisen. Dat adoptie niet mogelijk is omdat niet is voldaan aan de in 3.1 vermelde wettelijke voorwaarde, kan voorts niet worden aangemerkt als een inmenging als bedoeld in art. 8.
3.3 Onderdeel 2 betoogt dat de omstandigheden van het geval aanleiding dienen te zijn af te wijken van de regel dat er een minimaal leeftijdsverschil dient te zijn. Ook dit onderdeel kan niet tot cassatie leiden. Uit hetgeen is vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker onder 2.2.1 - 2.2.4 blijkt dat de wetgever in het belang van het kind te dezer zake een duidelijke keuze heeft gemaakt om te voorkomen dat er een te klein (of te groot) verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat. Aan de rechter komt niet de vrijheid toe daarvan af te wijken op grond van de omstandigheden van het geval. De beslissing van het Hof is dus juist.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raads-heren W.H. Heemskerk, R. Herrmann, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 30 juni 2000.