Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:2805

2026-04-23 Civiel recht; Personen- en familierecht C/16/603492 / FO RK 25-1517
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-23
Publicatiedatum
2026-05-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/16/603492 / FO RK 25-1517
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/326

Inhoudsindicatie

Afwijzing van adoptie meerderjarige door stiefmoeder. Geen zeer bijzondere omstandigheden. Tegenspraak moeder.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.009 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht


locatie Utrecht



zaaknummer: C/16/603492 / FO RK 25-1517



adoptie




Beschikking van 23 april 2026




in de zaak van:





[betrokkene]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: [betrokkene] ,
advocaat mr. C. Goudkamp,



met als belanghebbenden





[de moeder]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. E. van de Burgwal,





[de stiefmoeder]
,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de stiefmoeder,





[woonplaats 2]
,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de vader.






1De procedure


1.1
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:


het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 28 november 2025;


het verweerschrift van de moeder, met bijlage, binnengekomen op 2 maart 2026.





1.2
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 12 maart 2026, gelijktijdig met de behandeling van de zaak van de zus van [betrokkene] , [zus] (zaaknummer: C/16/603450 / FO RK 25-1515). Daarbij waren aanwezig:



[betrokkene] en [zus] met hun advocaat,


de moeder met haar advocaat (en kantoorgenoot mr. A. Ruizendaal),


de stiefmoeder en de vader.









2Waar de procedure over gaat


2.1
De moeder en de vader hebben een relatie gehad.



2.2

Hun kinderen zijn:


[betrokkene]
, geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,


[zus]
, geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] .




2.3
De relatie van de moeder en de vader is in 2006 verbroken. Sindsdien heeft de vader een relatie met de stiefmoeder (de halfzus van de moeder). De vader en de stiefmoeder zijn op [trouwdatum] 2019 met elkaar getrouwd.



2.4
Uit de relatie van de vader en de stiefmoeder zijn ook twee kinderen geboren.



2.5

[betrokkene] is vanaf zijn zesde jaar opgegroeid in het gezin van de vader en de stiefmoeder. [betrokkene] had tot in 2016 regelmatig (begeleid) contact met de moeder. Tegenwoordig heeft [betrokkene] af en toe contact met de moeder.



2.6


[betrokkene] verzoekt om de (stiefouder)adoptie uit te spreken van [betrokkene] door de stiefmoeder, waarbij [betrokkene] zijn huidige geslachtsnaam zal behouden.
De stiefmoeder en de vader staan achter de adoptie.




2.7
De moeder heeft verweer gevoerd.






3De beoordeling
Conclusie

3.1
De rechtbank zal het verzoek afwijzen. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.



Ontvankelijkheid




3.2
Het verzoek had ingediend moeten worden door de stiefmoeder, niet door [betrokkene] . Uit de stukken en de bespreking ter zitting is gebleken dat het verzoek tot adoptie de gezamenlijke wens is van [betrokkene] , de stiefmoeder en de vader. Daarom zal de rechtbank het verzoek toch inhoudelijk beoordelen.



Wettelijk kader




3.3

De rechtbank stelt voorop dat adoptie een kinderbeschermingsmaatregel is.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

[betrokkene] was op de dag van de indiening van het verzoekschrift 24 jaar oud. Dit betekent dat niet is voldaan aan de in artikel 1:228 lid 1 onder a BW gestelde voorwaarde dat het kind op de dag van de indiening van het verzoekschrift minderjarig is. Adoptie van [betrokkene] door de stiefmoeder is daarom op grond van de nationale wetgeving niet mogelijk.




3.4

Volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is het recht op adoptie niet één van de door het EVRM beschermde rechten. Dat een feitelijk gezinsverband niet wordt omgezet in een juridisch gezinsverband is op zichzelf niet in strijd met artikel 8 EVRM. Het enkele feit dat adoptie niet mogelijk is wanneer niet wordt voldaan aan de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden, kan daarom in beginsel niet worden aangemerkt als een ongeoorloofde inbreuk op het recht op family life.
Ook de Hoge Raad heeft beslist dat aan artikel 8 EVRM weliswaar het recht op bescherming van family life tussen de ouders en een door hen geadopteerd kind kan worden ontleend, maar niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de eisen voor adoptie volgens de nationale wet.




3.5
Het weigeren van een adoptie kan onder zeer bijzondere omstandigheden zo’n inbreuk maken op het bestaande gezinsleven dat toch voorbij kan worden gegaan aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder a BW. Het gaat dan om uitzonderlijke gevallen, waarin de weigering van de adoptie vanwege enkel de meerderjarigheid bij de indiening van het verzoek een ongeoorloofde inbreuk op het door artikel 8 EVRM beschermde gezins- en familieleven met zich mee zou brengen. Ook moet de termijnoverschrijding met betrekking tot het verzoek verschoonbaar zijn.



Inhoudelijke beoordeling




3.6
De rechtbank oordeelt dat er in deze zaak geen sprake is van zeer bijzondere omstandigheden waardoor voorbij gegaan kan worden aan het minderjarigheidsvereiste van artikel 1:228 lid 1 onder a BW. Zij zal dit hierna toelichten.



3.7


[betrokkene] is vanaf zijn zesde jaar opgegroeid in het gezin van de vader en de stiefmoeder, samen met zijn zusje en later ook met zijn halfzusje en halfbroertje. Tot 2016 heeft er (begeleide) omgang plaatsgevonden tussen [betrokkene] en de moeder. Van 2016 tot 2018 was er weinig contact tussen [betrokkene] en de moeder. Volgens [betrokkene] , de vader en de stiefmoeder komt dit vooral door de psychische problematiek van de moeder. Volgens de moeder komt dit door de complexe echtscheiding en de negatieve beïnvloeding van [betrokkene] door de vader en de stiefmoeder. Er zijn meerdere procedures gevoerd rondom de echtscheiding, de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling. De vader en de stiefmoeder wilden rust na deze rechtszaken, waardoor zij niet tijdens de minderjarigheid van [betrokkene] een verzoek tot adoptie hebben gedaan.

[betrokkene] heeft in 2018 enkele maanden bij de moeder gewoond, voordat hij in 2018 beschermd begeleid ging wonen. Sindsdien hadden [betrokkene] en de moeder af en toe contact met elkaar. Rondom de indiening van het verzoekschrift tot adoptie heeft [betrokkene] het contact met de moeder verbroken.




3.8
Vaststaat dat er gedurende 11 jaar een feitelijk gezinsverband is geweest tussen [betrokkene] , de stiefmoeder en de vader. [betrokkene] ziet de stiefmoeder als zijn moeder en daarom is het voor [betrokkene] belangrijk om door de stiefmoeder te worden geadopteerd. Het is echter in deze tijd – waarin stiefouders en samengestelde gezinnen steeds vaker voorkomen – niet uitzonderlijk dat iemand een betere band heeft met zijn ‘sociale’ ouder dan met zijn juridische (en biologische) ouder. Volgens de rechtbank is er in dit geval geen sprake van zeer bijzondere omstandigheden die kunnen leiden tot een uitzondering op het minderjarigheidsvereiste bij adoptie.



3.9
Daarbij komt dat niet enkel de meerderjarigheid van [betrokkene] in de weg staat aan de adoptie, want de moeder maakt bezwaar tegen de adoptie. De moeder vindt het heel erg dat zij (vrijwel) geen contact meer heeft met [betrokkene] . Als de juridische band van ouder en kind wordt verbroken door de adoptie zal de moeder haar moederrol volledig verliezen, wat zij heel ingrijpend vindt. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet aan de tegenspraak van de moeder voorbij worden gegaan, want er is geen sprake van een van de uitzonderingen als genoemd in artikel 1:228 lid 2 BW.



3.10
Hiervoor heeft de rechtbank overwogen dat het verzoek tot adoptie wordt afgewezen, omdat [betrokkene] meerderjarig is en de moeder het verzoek tegenspreekt. Gelet hierop zal de rechtbank niet meer inhoudelijk ingaan op het leeftijdsverschil tussen [betrokkene] en de stiefmoeder dat kleiner is dan de wet vereist.



3.11
De rechtbank begrijpt dat de adoptie uit emotioneel oogpunt belangrijk is voor [betrokkene] , de stiefmoeder en de vader, en dat de afwijzing van het verzoek een teleurstelling zal zijn.






4Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.










Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.





























Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.





























HR 30 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6339