Hoge Raad
ECLI:NL:HR:1989:AD0641
1989-02-24
Civiel recht
7373 rek.nr
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:1989:AD0641 → ECLI:NL:PHR:1989:AD0641
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Art. 14 lid 1 in verbinding met art. 28 lid 3 Huurprijzenwet woonruimte (oud). Niet-ontvankelijkheidsverklaring door rechtbank van hoger beroep tegen beslissing van kantonrechter krachtens art. 14 Huurprijzenwet woonruimte (oud). Cassatieberoep ontvankelijk?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:HR:2026:908 Hoge Raad 12-06-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:222 Parket bij de Hoge Raad 06-03-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (4.166 tekens)
24 februari 1989
Eerste Kamer
Rek.nr. 7373
Br.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: Jhr. Mr. J.L.R.A. Huydecoper,
tegen
WONINGSTICHTING CAPELLE AAN DEN IJSSEL,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. E.D. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op 11 december 1986 heeft verweerster in cassatie, nader te noemen Wostica, omdat zij zich niet kon verenigen met de uitspraak van de huurcommissie in de ressorten Rotterdam, Schiedam en Brielle d.d. 20 mei 1986, waarbij zij niet ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek, zich gewend tot de Kantonrechter te Rotterdam met het verzoek de huurprijs van de door verzoekster tot cassatie, nader te noemen [verzoeker], van Wostica gehuurde woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] vast te stellen op f 306,27 per maand althans vast te stellen dat een bedrag van f 6,30 als redelijke vergoeding voor de door Wostica aangebrachte voorzieningen dient te worden opgenomen in de huurprijs.
Nadat [verzoeker] tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij beschikking van 27 maart 1987 de huurprijs vastgesteld op f 306,27 per maand met ingang van 1 oktober 1985.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Rotterdam.
Bij beschikking van 28 januari 1988 heeft de Rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Wostica heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Leijten strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De stelling van Wostica dat [verzoeker] op grond van het bepaalde in art. 28 lid 3 van de Huurprijzenwet Woonruimte niet ontvankelijk is in haar beroep in cassatie, ziet eraan voorbij dat het onderhavige cassatieberoep de strekking heeft aan de Hoge Raad de vraag voor te leggen of de Rechtbank het desbetreffend hoger beroep terecht op grond van genoemde bepaling niet ontvankelijk heeft geoordeeld. Een zodanig cassatieberoep is ontvankelijk.
4. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het middel wordt tevergeefs voorgesteld. Tegen een op art. 14 lid 1 Hpw gebaseerde beslissing van de kantonrechter staat op grond van het bepaalde in art. 28 lid 3 in verbinding met 14 lid 3 Hpw hoger beroep en beroep in cassatie niet open.
Voor zover hier van belang, is een zodanig beroep slechts ontvankelijk als het gaat om klachten die de strekking hebben te betogen dat de Kantonrechter ten onrechte buiten het toepassingsgebied van art. 14 lid 1 is getreden, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden waarvan de niet-vervulling tot gevolg heeft dat deze bepaling in het geheel niet aan de orde kan komen (HR 13 maart 1987, NJ 87, 1017). De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat dit geval zich hier niet voordoet, nu [verzoeker] in hoger beroep weliswaar erover heeft geklaagd dat de Kantonrechter buiten het toepassingsgebied van art. 14 is getreden, maar deze klacht blijkens de vaststelling van de Rechtbank uitsluitend hierop was gegrond dat de Kantonrechter, bij de huurprijsvaststelling krachtens art. 14, art. 10 verkeerd heeft uitgelegd.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot aan deze beschikking aan de zijde van Wostica begroot op f 350, -- aan verschotten en f 2.500, -- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de president Ras als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 24 februari 1989.
Eerste Kamer
Rek.nr. 7373
Br.
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: Jhr. Mr. J.L.R.A. Huydecoper,
tegen
WONINGSTICHTING CAPELLE AAN DEN IJSSEL,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. E.D. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op 11 december 1986 heeft verweerster in cassatie, nader te noemen Wostica, omdat zij zich niet kon verenigen met de uitspraak van de huurcommissie in de ressorten Rotterdam, Schiedam en Brielle d.d. 20 mei 1986, waarbij zij niet ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek, zich gewend tot de Kantonrechter te Rotterdam met het verzoek de huurprijs van de door verzoekster tot cassatie, nader te noemen [verzoeker], van Wostica gehuurde woning aan de [a-straat 1] te [woonplaats] vast te stellen op f 306,27 per maand althans vast te stellen dat een bedrag van f 6,30 als redelijke vergoeding voor de door Wostica aangebrachte voorzieningen dient te worden opgenomen in de huurprijs.
Nadat [verzoeker] tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij beschikking van 27 maart 1987 de huurprijs vastgesteld op f 306,27 per maand met ingang van 1 oktober 1985.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Rotterdam.
Bij beschikking van 28 januari 1988 heeft de Rechtbank [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Wostica heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal Leijten strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De stelling van Wostica dat [verzoeker] op grond van het bepaalde in art. 28 lid 3 van de Huurprijzenwet Woonruimte niet ontvankelijk is in haar beroep in cassatie, ziet eraan voorbij dat het onderhavige cassatieberoep de strekking heeft aan de Hoge Raad de vraag voor te leggen of de Rechtbank het desbetreffend hoger beroep terecht op grond van genoemde bepaling niet ontvankelijk heeft geoordeeld. Een zodanig cassatieberoep is ontvankelijk.
4. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het middel wordt tevergeefs voorgesteld. Tegen een op art. 14 lid 1 Hpw gebaseerde beslissing van de kantonrechter staat op grond van het bepaalde in art. 28 lid 3 in verbinding met 14 lid 3 Hpw hoger beroep en beroep in cassatie niet open.
Voor zover hier van belang, is een zodanig beroep slechts ontvankelijk als het gaat om klachten die de strekking hebben te betogen dat de Kantonrechter ten onrechte buiten het toepassingsgebied van art. 14 lid 1 is getreden, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden waarvan de niet-vervulling tot gevolg heeft dat deze bepaling in het geheel niet aan de orde kan komen (HR 13 maart 1987, NJ 87, 1017). De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat dit geval zich hier niet voordoet, nu [verzoeker] in hoger beroep weliswaar erover heeft geklaagd dat de Kantonrechter buiten het toepassingsgebied van art. 14 is getreden, maar deze klacht blijkens de vaststelling van de Rechtbank uitsluitend hierop was gegrond dat de Kantonrechter, bij de huurprijsvaststelling krachtens art. 14, art. 10 verkeerd heeft uitgelegd.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot aan deze beschikking aan de zijde van Wostica begroot op f 350, -- aan verschotten en f 2.500, -- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de president Ras als voorzitter en de raadsheren De Groot, Hermans, Verburgh en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op 24 februari 1989.