Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

ECLI:NL:GHSHE:2025:3698

2025-12-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht 200.351.121_01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Uitspraakdatum
2025-12-23
Publicatiedatum
2025-12-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.351.121_01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep ten aanzien van twee van de drie niet verschenen geïntimeerden. Niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep ten aanzien van die twee geïntimeerden, met veroordeling van appellant in de proceskosten van die twee geïntimeerden, begroot op nihil. Vraag of eiser in reconventie/appellant op grond van haar algemene voorwaarden aanspraak kan maken op een door gedaagde/geïntimeerde te betalen opzeggingsvergoeding, omdat de gedaagde/geïntimeerde een door tussenkomst van eiser/appellant tot stand gekomen energieleveringsovereenkomst vroegtijdig heeft opgezegd. Vernietiging van de algemene voorwaarden van eiser omdat eiser aan gedaagde niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden in de zin van artikel 6:234 BW om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (36.112 tekens)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht


zaaknummer 200.351.121/01




arrest van 23 december 2025




in de zaak van




Fluent Energy B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als Fluent Energy,
advocaat: mr. M.F.J. Martens te 's-Hertogenbosch,



tegen





1 [xx] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geïntimeerde sub 2] ,vennoot van [xx] V.O.F.,
wonende te [woonplaats] ,

3. [geïntimeerde sub 3] , vennoot van [xx] V.O.F.,

wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
hierna aan te duiden als [xx] , [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] ,
niet verschenen in hoger beroep, verstek verleend,



op het bij exploot van dagvaarding van 2 januari 2025 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 2 oktober 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [xx] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en Fluent Energy als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.






1Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 10817468 \ CV EXPL 23-5902)


Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.





2Het geding in hoger beroep


Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:



de dagvaarding in hoger beroep;


het tegen de geïntimeerden verleende verstek;


de rolbeslissing van 25 februari 2025;


de door Fluent Energy genomen akte uitlating rolbeslissing;


de memorie van grieven.




Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.





3De beoordeling



De vaststaande feiten en de kern van het geschil




3.1.1.
Het gaat in dit hoger beroep naar de kern genomen om de vraag of Fluent Energy op grond van haar algemene voorwaarden aanspraak kan maken op een door [xx] te betalen opzeggingsvergoeding, omdat [xx] een door tussenkomst van Fluent Energy tot stand gekomen energieleveringsovereenkomst vroegtijdig heeft opgezegd.



3.1.2.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.


a. [xx] houdt zich onder meer bezig met de exploitatie van fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen en dergelijke.


b. Fluent Energy houdt zich volgens de omschrijving op het op haar betrekking hebbende uittreksel van de Kamer van Koophandel bezig met het verlenen van diensten, advisering, marketing, training en handel op het gebied van energie en aanverwante zaken, waaronder begrepen energiecontracten, laadpalen, zonnepanelen, ledverlichting en energiescans.


c. Op 7 april 2023 heeft [persoon A] (hierna: [persoon A] ) telefonisch contact opgenomen met [geïntimeerde sub 2] , vennoot van [xx] , met een aanbod voor een energiecontract bij Gulf Gas and Power B.V. (hierna: GGP).


d. Fluent Energy heeft van het laatste gedeelte van het telefoongesprek tussen [persoon A] en [geïntimeerde sub 2] een “voicelog” (geluidsopname) beschikbaar gesteld. Een transcript van dit deel van het telefoongesprek bevindt zich bij de gedingstukken. In dat transcript staat onder meer het volgende:




“ [persoon A] : (…) Ik ben [persoon A] van Fluent Energy (…)


(…)



[persoon A] : Zoals besproken gaan we dus aansluiten bij Gulf gas and power voor de levering van stroom en gas voor een vaste periode van 5 jaar. Het contract zal ingaan op 1 juni 2023 tot en met 1 juni 2028 (…)



[persoon A] : (…) bij vroegtijdig annuleren van de overeenkomst wordt uitsluitend de schade bij u in rekening gebracht volgens de volgende formule: De marktprijs van het contract en de verwachte opbrengst van het contract als u klant was gebleven plus een administratievergoeding van €50,00. Op deze overeenkomst geldt geen bedenktijd dat is nog even belangrijk meneer. Per mail ontvangt u uiteraard de overeenkomst met daarbij alle voorwaarden. Was alles helder en duidelijk voor u en bent u ermee akkoord?



[geïntimeerde sub 2] : Ja het is helder en duidelijk.”




e. Na het telefoongesprek heeft [geïntimeerde sub 2] per e-mail een digitale link ontvangen waarmee hij de machtigingsovereenkomst kon ondertekenen waarmee Fluent Energy door [xx] werd gemachtigd om de leveringsovereenkomsten voor elektriciteit en gas tussen [xx] en GGP tot stand te brengen.


f. Nog dezelfde dag, 7 april 2023, heeft [geïntimeerde sub 2] via de digitale link de machtigingsovereenkomst ondertekend.


- g. In de tussen [xx] en Fluent Energy gesloten machtigingsovereenkomst staat onder meer het volgende:

“Door ondertekening van dit document, verklaart ondergetekende akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Fuent Energy B.V. en de algemene voorwaarden als mede de aanvullende voorwaarden van de leverancier.”

- h. Artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden van Fluent Energy luidt als volgt:

“Bij vroegtijdige opzegging van de Overeenkomst tussen Klant en Fluent Energy B.V. en/of de energieleverancier ontvangen Klanten een boete van € 630,- euro per aansluiting. Deze boete staat los van eventuele opzegvergoedingen die door de energieleverancier in rekening kan worden gebracht.”

- i. Op 9 april 2023 ontving [xx] de overeenkomst en de bijbehorende voorwaarden. Naar het hof uit de stellingen van partijen begrijpt, geldt dit voor de machtigingsovereenkomst en de leveringsovereenkomst.


j. Bij e-mail van 11 april 2023 heeft [geïntimeerde sub 2] namens [xx] aan Fluent Energy meegedeeld dat hij de overeenkomst, ingaande op 1 juni 2023 en op naam van [xx] , wil annuleren.


k. Bij e-mail van eveneens 11 april 2023 heeft Fluent Energy aan [xx] onder meer het volgende meegedeeld:




“Wij zullen uw annulering/opzegging doorzetten naar de verkopende partij.


Zij zullen contact met u opnemen.





Wij willen u wel erop attenderen dat er geen bedenktijd rust op een zakelijke overeenkomst.


Dit staat beschreven in de aanvullende voorwaarden en is met u doorgenomen op de voicelog.





Als u wenst op te zeggen, rekent de energieleverancier een opzegvergoeding die gebaseerd is op de Market to Market verrekening. Dit houdt in dat u het verschil tussen de contractprijs en de huidige marktprijs keer het resterende volume betaald.





Fluent Energy hanteert een opzegvergoeding van € 630,00 per aansluiting. Dit kunt u terugvinden op uw machtigingsovereenkomst onder de algemene voorwaarden artikel 7.”


- l. Bij e-mail van eveneens 11 april 2023 heeft [geïntimeerde sub 2] namens [xx] aan Fluent Energy onder meer het volgende meegedeeld:


“Ik ga ervan uit dat deze annulering zonder extra kosten wordt uitgevoerd.


Ik was niet op de hoogte van de opzegvergoeding van 630 euro in de algemene voorwaarden daar ik op 8 juli reeds via de mail heb aangegeven het contract om aangegeven redenen te willen annuleren.


De algemene voorwaarden heb ik pas op 11 april ontvangen en dat is 3 dagen na mijn annulering op 8 april.”


- m. Bij e-mail van 13 april 2023 heeft [geïntimeerde sub 2] namens [xx] aan Fluent Energy onder meer het volgende meegedeeld:


“Ik ben nog steeds onthuts over de gang van zaken, ik heb veel te snel getekend zonder


de voorwaarden te kennen die pas later zijn opgestuurd.


(…)


Door uw medewerker is aan gegeven dat het contract bij de zaak hoort en zonder


kosten kan worden doorgegeven aan de volgende huurders of dat wij het contract


meenemen naar onze volgende woning.”


- n. Bij e-mail van 17 april 2023 heeft Fluent Energy aan [xx] onder meer het volgende meegedeeld:


“Zoals in onze vorige e-mail al aangegeven, worden de voorwaarden later inderdaad naar uw e-mail verstuurd, maar geeft u al akkoord erop tijdens het tekenen. Het is namelijk niet mogelijk om te tekenen voordat u akkoord heeft gegeven op de voorwaarden. Dus dat u te snel heeft getekend zonder de voorwaarden niet te hebben gehad, is niet mogelijk.


Het contract kan niet worden overgenomen door een nieuwe huurder, daar waar het contract gekoppeld is aan het KVK-nummer en bij een nieuwe huurder deze altijd veranderd.


Het contract kan mee genomen worden naar een nieuw pand, als het om een zakelijke functie gaat en dit ook aantoonbaar is in het BAG-register.”


- o. Bij e-mail van eveneens 17 april 2023 heeft [geïntimeerde sub 2] namens [xx] aan Fluent Energy onder meer het volgende geschreven:


“Met verbazing lees ik uw antwoord,



[persoon A] heeft aan mij aangegeven dat het overzetten naar een andere huurder altijd zou kunnen, ik kon het zelfs meenemen naar mijn nieuwe adres.


NU kan ik geen kant meer op, wat moet ik met een contract van 5 jaar (was mij niet bekend dat ik geen 14 dagen bedenktijd heb) als ik nog hoogstens 1,5 jaar in dit pand zit.


Kan u mij een andere oplossing aangeven anders dat nu alles op te zeggen.


- p. Bij e-mail van eveneens 17 april 2023 Fluent Energy laten weten dat de enige andere optie is dat het contract wordt meegenomen naar een nieuw pand, als het om een zakelijke functie gaat en dit ook aantoonbaar is in het BAG-register.


q. In juni 2023 heeft GGP aan [xx] een opzegboete van € 12.208,35 excl. btw (€ 14.772,11 inclusief btw) in rekening gebracht.


r. Bij brief van 30 augustus 2023 heeft de gemachtigde van [xx] aan Fluent Energy meegedeeld dat [xx] de met Fluent Energy gesloten overeenkomst vernietigt omdat de verklaring van [xx] niet overeenstemde met haar wil, omdat [xx] geen juiste voorstelling van zaken had (dwaling) en omdat er opzettelijk onjuiste mededelingen aan [xx] zijn gedaan (bedrog).


s. Bij e-mail van 1 september 2023 heeft Fluent Energy aan de gemachtigde van [xx] onder meer het volgende meegedeeld:




“Ik lees wat u zegt.


Echter kunnen wij als Fluent Energy hierin weinig betekenen.


De voicelog is er.


Deze heb ik aangeleverd. Dit is overigens niet verplicht evenals het bewaren van het volledige gesprek.


U heeft het over afspraken die zijn gemaakt.


Deze staan niet op de voicelog en ook niet op het contract.


Dat is wat voor als Fluent Energy geldig is.


Er zijn ook geen andere afspraken mogelijk.


Dit staat om schreven in de algemene voorwaarden van de leverancier. Hiervoor heeft uw cliënt getekend.


(…)


Feit is wanneer uw cliënt de offerte goed gelezen had dan had uw cliënt geweten dat hij bij verkoop van het bedrijf het energiecontract moet beëindigen tegen de geldende voorwaarden.”





Het geding bij de kantonrechter





3.2.1.
In het geding bij de kantonrechter vorderde [xx] in conventie na vermeerdering van eis, samengevat, dat de kantonrechter:


1. de overeenkomst tussen GGP en [xx] als vernietigd beschouwd en zo nodig alsnog vernietigt;


2. de lastgevingsovereenkomst tussen [xx] en Fluent Energy vernietigt, waardoor dit doorwerkt in de overeenkomst tussen [xx] en GGP.





3.2.2.

Aan deze vorderingen heeft [xx] , samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.
De bedoeling van [xx] was om een overeenkomst te sluiten die zou passen bij het naderende pensioen van de vennoten van [xx] . [geïntimeerde sub 2] heeft daarom tijdens het telefoongesprek met [persoon A] besproken dat hij het bedrijf nog anderhalf jaar zou behouden en dat het energiecontract daarna moest overgaan naar een nieuwe eigenaar of huurder. [persoon A] heeft daarop bevestigd dat [xx] het energiecontract zou kunnen overzetten naar een nieuwe huurder of zou kunnen meenemen naar zijn nieuwe huisadres. Toen [xx] na het sluiten van de leveringsovereenkomst de daarbij behorende voorwaarden ontving, bleek de leveringsovereenkomst echter niet aan de met [persoon A] gemaakte afspraken te voldoen. Fluent Energy is dus tekortgeschoten bij de uitvoering van de lastgevingsovereenkomst en dit heeft ook tot gevolg dat de leveringsovereenkomst tussen GGP en [xx] vernietigd moet worden.




3.2.3.
Fluent Energy heeft in conventie verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen. In het geding in reconventie vorderde Fluent Energy, samengevat, veroordeling van [xx] tot betaling van € 1.260,-- exclusief btw aan Fluent Energy, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 7 februari 2024 en met veroordeling van [xx] in de daadwerkelijk door Fluent Energy gemaakte proceskosten.



3.2.4.

Aan deze vordering heeft Fluent Energy, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.

[xx] heeft haar overeenkomst met GGP vroegtijdig opgezegd, waardoor zij op grond van artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden van Fluent Energy een boete aan Fluent Energy verschuldigd is. De boete bedraagt € 630,-- excl. btw per aansluiting. Clipper heeft twee aansluitingen, één voor gas en één voor elektriciteit, zodat zij (2 x € 630,-- =) € 1.260,00 excl. btw aan Fluent Energy verschuldigd is, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 7 februari 2024.




3.2.5.

[xx] heeft in reconventie verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.



3.2.6.
In het beroepen vonnis heeft de kantonrechter in conventie, samengevat, als volgt geoordeeld:


De bij conclusie van repliek in conventie gewijzigde eis (hof: vordering 1 in conventie) houdt in dat de door [xx] bij dagvaarding ingestelde vordering om “de overeenkomst als vernietigd te beschouwen en zo nodig alsnog te vernietigen” ziet op de overeenkomst met GGP. De eisvermeerdering (hof: vordering 2 in conventie) ziet op de door [xx] als lastgevingsovereenkomst bestempelde overeenkomst met Fluent Energy, waarvan [xx] nu ook vernietiging vordert (rov. 4.5).


De eiswijziging is toelaatbaar (rov. 4.6).


De leveringsovereenkomst is tot stand gekomen tussen [xx] en GGP. [xx] had haar rechtsvordering om de leveringsovereenkomst als vernietigd te beschouwen moeten richten tot GGP. Omdat Fluent Energy geen partij bij de leveringsovereenkomst moet de vordering om de leveringsovereenkomst te vernietigen worden afgewezen (rov. 4.11).


Aan de vordering tot vernietiging van de machtigingsovereenkomst (door [xx] lastgevingsovereenkomst genoemd) heeft [xx] ten grondslag gelegd dat Fluent Energy ondeugdelijk uitvoering heeft gegeven aan die overeenkomst, waardoor een leveringsovereenkomst tot stand is gebracht die niet beantwoordt aan de wensen van [xx] . Die stellingen kunnen niet leiden tot vernietiging van de machtigingsovereenkomst omdat niet gesteld is dat met betrekking tot de machtigingsovereenkomst sprake was van een wilsgebrek. De door [xx] gestelde feiten zouden kunnen leiden tot ontbinding van de machtigingsovereenkomst of tot schadeplichtigheid van Fluent Energy, maar dergelijke vorderingen zijn door [xx] niet ingesteld. De vordering om de lastgevingsovereenkomst te vernietigen wordt daarom afgewezen (rov. 4.12).



[xx] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van het geding in conventie, berekend overeenkomstig het liquidatietarief (rov. 4.15).


Op grond van deze oordelen heeft de kantonrechter de vorderingen van [xx] in conventie afgewezen en [xx] in de proceskosten van het geding in conventie veroordeeld.



3.2.5.
In reconventie heeft de kantonrechter, samengevat, als volgt geoordeeld:


Op de tussen [xx] en Fluent Energy gesloten machtigingsovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Fluent Energy van toepassing verklaard (rov. 4.21).


Als aan [xx] niet de mogelijkheid is geboden om vóór of tijdens het sluiten van de overeenkomst kennis te nemen van de algemene voorwaarden, zijn de algemene voorwaarden vernietigbaar op grond van artikel 6:233 aanhef en onder b BW (rov. 4.22).



[xx] beroept zich op vernietiging van de algemene voorwaarden vanwege het niet tijdig ter hand stellen van die voorwaarden (rov. 4.23).


Als een beroep wordt gedaan op vernietiging van de algemene voorwaarden, moet de gebruiker van de algemene voorwaarden stellen en zo nodig bewijzen dat de algemene voorwaarden op de juiste wijze ter hand zijn gesteld. Fluent Energy heeft haar stellingen daarover onvoldoende onderbouwd, zodat aan een bewijsopdracht niet wordt toegekomen (rov. 4.24).


Omdat Fluent Energy haar stelling dat de algemene voorwaarden vóór of tijdens het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld onvoldoende heeft onderbouwd, worden de algemene voorwaarden geacht niet tijdig ter hand te zijn gesteld. [xx] heeft de algemene voorwaarden dus rechtsgeldig vernietigd. Fluent Energy kan daarom geen rechten ontlenen aan artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden. De vordering van Fluent Energy, die op dat artikel is gebaseeerd, moet daarom worden afgewezen (rov. 4.25).


Op grond van deze oordelen heeft de kantonrecht de vorderingen in reconventie afgewezen en Fluent Energy in de proceskosten van het geding in reconventie veroordeeld.



Over de ontvankelijkheid van het hoger beroep ten aanzien van [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3]





3.3.1.
Het beroepen vonnis is gewezen tussen [xx] als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en Fluent Energy als gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie. De dagvaarding in hoger beroep is op verzoek van Fluent Energy uitgebracht aan drie geïntimeerden, namelijk [xx] , [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] . De rolraadsheer heeft er vervolgens bij rolbeslissing van 25 februari 2025 op gewezen dat hoger beroep volgens artikel 332 lid 1 Rv in beginsel alleen kan worden ingesteld tegen een wederpartij bij de procedure in eerste aanleg. De rolraadsheer heeft Fluent Energy daarom in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van Fluent Energy in hoger beroep ten aanzien van [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] .



3.3.2.
Fluent Energy heeft daarop in haar akte meegedeeld:


dat zij bij het instellen van het hoger beroep abusievelijk geen acht heeft geslagen op het feit dat de vennoten van [xx] in eerste aanleg geen eisers waren;


dat alleen [xx] in hoger beroep gedagvaard had moeten worden;


dat zij daarom het hoger beroep tegen de vennoten [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] intrekt.





3.3.3.
Dat Fluent Energy heeft meegedeeld dat zij het hoger beroep tegen [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] intrekt, laat onverlet dat zij het hoger beroep wel mede tegen deze geïntimeerden aanhangig heeft gemaakt. Omdat Fluent Energy het hoger beroep tegen deze geïntimeerden niet wenst voort te zetten, en deze geïntimeerden bovendien geen partij waren bij het geding in eerste aanleg, zal het hof Fluent Energy niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep ten aanzien van deze twee geïntimeerden. Dat [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] als vennoten van [xx] op grond van artikel 18 van het Wetboek van Koophandel in beginsel hoofdelijk zijn verbonden voor de verbintenissen van [xx] , voert niet tot een andere beslissing.



3.3.4.
Het hof zal Fluent Energy veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] , en die kosten op nihil begroten.



Het verder verloop van het geding in hoger beroep





3.4.1.
Fluent Energy heeft in hoger beroep één grief aangevoerd. Die grief is gericht tegen de afwijzing van haar vordering in reconventie. Op basis van die grief heeft Fluent Energy geconcludeerd tot, samengevat:


bekrachtiging van het beroepen vonnis voor zover gewezen in conventie;


vernietiging van het beroepen vonnis voor zover gewezen in reconventie;


toewijzing alsnog van de vordering van Fluent Energy in reconventie;


- met veroordeling van [xx] in de proceskosten.



3.4.2.

[xx] is niet verschenen in hoger beroep en heeft dus geen verweer gevoerd tegen de grief van Fluent Energy. Het hof moet bij de beoordeling van die grief echter wel acht slaan op de stellingen van [xx] in eerste aanleg die als verweer tegen de vordering in reconventie kunnen worden opgevat.



Over de ontvankelijkheid van het hoger beroep ten aanzien van [xx]





3.5.
De vordering van Fluent Energy in reconventie beloopt een bedrag van € 1.260,-- exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 7 februari 2024, zijnde de dag van het instellen van de eis in reconventie. Volgens artikel 332 lid 1 Rv kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen – voor zover hier van belang – niet meer beloopt dan € 1.750,--. Als in eerste aanleg echter een eis in reconventie was ingesteld, is volgens artikel 332 lid 3 Rv voor de toepassing van artikel 332 lid 1 Rv beslissend – kort gezegd – het totale beloop van de vordering in conventie en in reconventie. Dat totale beloop bedraagt meer dan € 1.750,--. Fluent Energy is daarom ontvankelijk in haar hoger beroep ten aanzien van [xx] , hoewel de door dat hoger beroep aan de orde gestelde vordering in reconventie minder beloopt dan € 1.750,--.



Vooropstelling bij de verdere beoordeling van het hoger beroep




3.6.1.
Fluent Energy heeft in hoger beroep één grief aangevoerd. Die grief is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat Fluent Energy onvoldoende heeft onderbouwd dat haar algemene voorwaarden vóór of tijdens het sluiten van de machtigingsovereenkomst door [xx] zijn geaccordeerd, dat daarom niet kan worden geoordeeld dat de algemene voorwaarden tijdig aan [xx] ter hand zijn gesteld, en dat [xx] de algemene voorwaarden dus rechtsgeldig heeft vernietigd, zodat de op artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden gebaseerde vordering van Fluent Energy moet worden afgewezen.



3.6.2.
In de toelichting op de grief betoogt Fluent Energy dat een potentiële klant in het digitale portaal van Fluent Energy, alvorens de machtigingsovereenkomst te kunnen ondertekenen, de algemene voorwaarden van Fluent Energy dient goed te keuren en te accepteren. Als die acceptatie niet plaatsvindt, kan de klant niet verder in het menu, aldus Fluent Energy. Fluent Energy concludeert dat zij haar algemene voorwaarden tijdig, vóór de totstandkoming van de machtigingsovereenkomst, aan [xx] kenbaar heeft gemaakt zodat er geen grond is om de overeenkomst te vernietigen.



3.6.3.
Als deze grief doel zou treffen en dit ertoe zou leiden dat de vordering van Fluent Energy in reconventie alsnog zou moeten worden toegewezen, moet het hof op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep de andere verweren onderzoeken die [xx] in het geding bij de kantonrechter tegen de vordering in reconventie heeft aangevoerd, en die door de kantonrechter onbehandeld zijn gelaten of zijn verworpen. Het hof mag die verweren ook eerst onderzoeken. Als een van die verweren zou slagen en dit tot afwijzing van de vordering in reconventie zou leiden, hoeft de grief niet meer behandeld zou worden.



3.6.4.
Het voorgaande geldt ook voor zover het verweren van [xx] betreft die zijn vervat in stellingen in conventie die door de kantonrechter zijn verworpen. Fluent Energy heeft immers geen beroep gedaan op het gezag van gewijsde van de in conventie gegeven oordelen en het hof mag het gezag van gewijsde niet ambtshalve toepassen (zie artikel 236 Rv en HR 26 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:784, rov. 3.1.3).



3.6.5.
Het hof ziet in dit geval aanleiding om eerst de navolgende verweren van [xx] te behandelen.



Tekortkoming Fluent Energy in de nakoming van de machtigingsovereenkomst als aanleiding voor vernietiging van die overeenkomst?





3.7.1.

[xx] heeft in het geding bij de kantonrechter betoogd dat Fluent Energy ondeugdelijk uitvoering heeft gegeven aan de machtigingsovereenkomst, met als gevolg dat op naam van [xx] een leveringsovereenkomst tot stand is gekomen die niet voldoet aan de wensen van [xx] zoals door [geïntimeerde sub 2] met [persoon A] besproken. [xx] heeft hieraan de conclusie verbonden dat de machtigingsovereenkomst vernietigd moet worden. Als de machtigingsovereenkomst vernietigd zou worden, zou geen grondslag meer aanwezig zijn voor de door Fluent Energy in reconventie gevorderde opzeggingsvergoeding.



3.7.2.
Het hof verenigt zich op dit punt met hetgeen de kantonrechter in rov. 4.12 van het beroepen vonnis heeft geoordeeld. Dat oordeel komt samengevat op het volgende neer:


De stellingen van [xx] kunnen niet leiden tot vernietiging van de machtigingsovereenkomst omdat niet gesteld is dat met betrekking tot de machtigingsovereenkomst sprake was van een wilsgebrek;


De door [xx] gestelde feiten zouden kunnen leiden tot ontbinding van de machtigingsovereenkomst of tot schadeplichtigheid van Fluent Energy, maar dergelijke vorderingen zijn door [xx] niet ingesteld.


Dit brengt mee dat de machtigingsovereenkomst (door [xx] aangeduid als lastgevingsovereenkomst) in stand is gebleven en dus in beginsel aan Fluent Energy grond kan bieden voor vorderingen die op die overeenkomst zijn gebaseerd.



3.7.3.
Dit brengt mee dat in het midden kan blijven wat er tijdens het telefoongesprek van 7 april 2023 precies besproken is tussen [persoon A] en [geïntimeerde sub 2] . Ook kan in het midden blijven in hoeverre eventuele wetenschap die [persoon A] aan dat gesprek ontleende over de wensen van [xx] , aan Fluent Energy kan worden toegerekend.



Heeft [xx] bij de gestelde acceptatie van de algemene voorwaarden de mogelijkheid gehad om de algemene voorwaarden op te slaan voor latere kennisneming of waren de algemene voorwaarden via de website van Fluent Energy eenvoudig te achterhalen?





3.8.1.

[xx] heeft als verweer in reconventie voorts aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat Fluent Energy aan [xx] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen omdat Fluent Energy – als zij het digitale portaal al zo had ingericht dat [xx] de algemene voorwaarden diende te accepteren alvorens in te kunnen stemmen met totstandkoming van de machtigingsovereenkomst – aan [xx] niet de mogelijkheid heeft geboden de algemene voorwaarden op te slaan voor latere kennisneming, en er evenmin voor heeft gezorgd dat de algemene voorwaarden via haar website eenvoudig te achterhalen zijn. Dit verweer moet er volgens de voldoende duidelijke stellingen van [xx] toe leiden dat de algemene voorwaarden van Fluent Energy vernietigbaar zijn zodat Fluent Energy haar vordering in reconventie niet op artikel 7 lid 3 van haar algemene voorwaarden kan baseren.



3.8.2.

Het hof stelt naar aanleiding van dit verweer het volgende voorop.
Volgens artikel 6:233 aanhef en onder b BW is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Het is voldoende duidelijk dat [xx] een beroep doet op deze vernietigingsgrond. Fluent Energy heeft de stellingen van [xx] ook zo moeten begrijpen.




3.8.3.
Het bieden van een redelijke mogelijkheid om van de algemene voorwaarden kennis te nemen had in dit geval op een van de volgende wijzen moeten plaatsvinden.


Volgens artikel 6:234 lid 1 BW heeft de gebruiker aan de wederpartij de in artikel 6:233 onder b bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst (fysiek) aan de wederpartij ter hand heeft gesteld. Vast staat dat die terhandstelling in dit geval niet voor of bij het sluiten van de machtigingsovereenkomst heeft plaatsgevonden.


Volgens artikel 6:234 lid 1 BW heeft de gebruiker aan de wederpartij de in artikel 6:233 onder b BW bedoelde mogelijkheid ook geboden indien hij de voorwaarden overeenkomstig de in artikel 6:230c BW voorziene wijze heeft verstrekt. Die verstrekking moet dan volgens artikel 6:230e BW tijdig vóór het sluiten van de overeenkomst plaatsvinden. Er is niet gesteld of gebleken dat verstrekking van de algemene voorwaarden in dit geval op een van de in artikel 6:230c BW bedoelde wijzen tijdig (vóór het sluiten van de overeenkomst) heeft plaatsgevonden.


Volgens artikel 6:234 lid 2 BW heeft de gebruiker aan de wederpartij de in artikel 6:233 onder b BW bedoelde mogelijkheid voorts geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. [xx] heeft gesteld dat de link waarmee zij de machtigingsovereenkomst kon ondertekenen daarna niet meer kon gebruiken, en dat zij dus (voor zover zij al vóór ondertekening kennis kon nemen van de algemene voorwaarden) na de digitale ondertekening niet meer van de algemene voorwaarden kennis kon nemen. Fluent Energy heeft dat niet voldoende betwist. Het hof concludeert daarom dat in dit geval niet voldaan is aan de door artikel 6:234 lid 2 BW gestelde eis dat de algemene voorwaarden, toen die vóór of bij het sluiten van de machtigingsovereenkomst aan [xx] kenbaar werden gemaakt, op zodanige wijze beschikbaar werden gesteld dat deze door [xx] konden worden opgeslagen en voor haar toegankelijk waren ten behoeve van latere kennisneming.


Het voorgaande voert tot de conclusie dat Fluent Energy aan [xx] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden – in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder b BW en overeenkomstig de daaraan te stellen eisen – om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Dat [xx] – naar het hof begrijpt – de algemene voorwaarden enkele dagen later alsnog heeft ontvangen, voert niet tot een andere uitkomst. Dat laat immers onverlet dat Fluent Energy aan [xx] niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden – in de zin van artikel 6:233 aanhef en onder b BW en overeenkomstig de daaraan volgens de wet te stellen eisen – om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.



3.8.4.

Het beroep dat Fluent Energy als verweer in reconventie heeft gedaan op vernietiging van de algemene voorwaarden van Fluent Energy treft daarom doel.
Dit brengt mee dat Fluent Energy haar vordering in reconventie niet kan baseren op artikel 7 lid 3 van haar algemene voorwaarden. Een andere grondslag voor de vordering is niet gesteld of gebleken. Het hof komt daarom evenals de kantonrechter, maar om andere redenen, tot de conclusie dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar is.




Conclusie en afwikkeling





3.9.1.
Uit het bovenstaande volgt dat het beroepen vonnis voor zover aangevochten, dat wil zeggen voor zover in reconventie gewezen, bekrachtigd moet worden.



3.9.2.
Dit brengt mee dat de grief, waarin Fluent Energy betoogt dat zij haar algemene voorwaarden vóór de totstandkoming van de machtigingsovereenkomst in haar digitale portaal onder de aandacht van [xx] heeft gebracht en dat [xx] toen de algemene voorwaarden heeft geaccordeerd, niet meer behandeld hoeft te worden.



3.9.3.
Het hof zal Fluent Energy als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten aan de zijde van [xx] . Het hof zal die kosten op nihil begroten omdat [xx] in dit hoger beroep niet is verschenen.






4De uitspraak


Het hof:



verklaart Fluent Energy niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep ten aanzien van [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] ;



veroordeelt Fluent Energy in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde sub 2] en [geïntimeerde sub 3] , en begroot die kosten op nihil;



bekrachtigt het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, onder zaaknummer 10817468 \ CV EXPL 23-5902 tussen partijen gewezen vonnis van 2 oktober 2024 voor zover in dit hoger beroep aangevochten, dat wil zeggen voor zover gewezen in reconventie;



veroordeelt Fluent Energy in de proceskosten van het hoger beroep aan de zijde van [xx] en begroot die kosten op nihil.



Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, J.B. Smits en J. den Hoed en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 december 2025.



griffier rolraadsheer