Ontvankelijkheid. Cassatiedagvaarding uitgebracht uit naam vennootschap die door fusie was opgehouden te bestaan. Herstelmogelijkheden? Hoge Raad komt terug van HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, NJ 2005/222. Herstel mogelijk, tenzij wederpartij daardoor onredelijk in haa
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv); vragen behandeld ondanks schikking (art. 393 lid 9 Rv). Proceskostenveroordeling mogelijk na intrekking kort geding in eerste aanleg? Art. 125-127 resp. 249-250 Rv van (overeenkomstige) toepassing? Eigen regels, geënt op wettelijke regeling van
Procesrecht. Niet-ontvankelijk hoger beroep tegen kantongerechtsvonnis houdende afwijzing van een vordering onder de appelgrens van art. 332 lid 1 Rv.; géén doorbreking van appelverbod bij toepasselijkheid art. 80 lid 1 RO door mogelijkheid van cassatie bij schending van fundamen
Procesrecht. Een verzoek een met schending van het beginsel van hoor en wederhoor gegeven beslissing te herstellen door die terug te nemen of te herzien valt niet binnen het bereik van art. 31 Rv. Als zonder behoorlijke oproeping van de curator, op de voet van art. 27 F. wordt be
Procesrecht. Geldt verzet tegen verstekarrest als memorie van antwoord, waarbij geïntimeerde incidenteel hoger beroep mag instellen buiten het door principaal hoger beroep bestreken gebied? Art. 143 e.v. Rv jo. art. 353 lid 1 Rv. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Kan art. 767 Rv r
Deelgeschil. Verlies van arbeidsvermogen. ‘Zwarte inkomsten.’ Schade aan een niet-rechtmatig belang? Voldaan aan relativiteitsvereiste (art. 6:163 BW)? Nietige rechtshandeling (art. 3:40 BW)? Schadebegrotingswijze miskend? HR 24 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8453 (‘Zwarte inko
Deelgeschilprocedure, art. 1019w Rv. Cassatieberoep tegen uitspraak in hoger beroep tegen deelgeschilbeschikking, art. 1019cc lid 3 en art. 398 Rv; cassatieberoep tegen tussenuitspraak, art. 1019cc lid 3 onder a en art. 401a lid 2 Rv. Is procedure op de voet van art. 1019cc lid 3
Art. 3:305a BW. Tussenbeslissing WAMCA-procedure in hoger beroep. TikTok. Internationale bevoegdheid ten aanzien van AVG en niet-AVG vorderingen? Aanhouding AVG-vorderingen i.v.m. prejudiciële vragen (rechtbank Rotterdam 23 juli 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9088). Stichtingen ontvank
Procesrecht. Insolventierecht. Overneming van het geding door de curator (art. 25, 27 Fw). Valt vordering van gefailleerde tot rectificatie van publicaties onder de overneming? Rechtsgevolgen. Rolbeslissing. Mogelijkheden voor de gefailleerde om in rechte op te komen tegen de bui
31 oktober 2003 Eerste Kamer Nr. C02/143HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J.M. van der Linden, t e g e n [Verweerder], handelend onder de naam Holland Field Engineering, wonende te [woonp
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko
Geen hoger beroep bij claim € 600 wegens vertraging van 20 passagiers. Subjectieve cumulatie: de meerdere eisers hebben hun vorderingen niet overgedragen bij ‘power of attorney’. Volmacht, gekoppeld aan last.
wwz; vraag of transitievergoeding verschuldigd is wegens opvolgend werkgeverschap; cruciaal is wie het initiatief neemt tot einde arbeidsovereenkomst
Procesrecht; absolute competentie, ambtshalve oordeel; appellabiliteit (art. 332 lid 1 Rv.), invloed van verklaring voor recht; HR doet zelf de zaak af.
Unierecht. Overheidsaansprakelijkheid. Vrij verkeer van kapitaal (art. 63 VWEU); gemeentelijke forensenbelasting. Staatsaansprakelijkheid wegens onrechtmatige rechtspraak hoogste rechter; maatstaf (HvJEU C-224/01, ECLI:EU:C:2003:513, Köbler). Verplichting hoogste rechter prejudic
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Ontslag(besluit) inzake stichtingbestuurder.
Wat zijn de gevolgen van betekening vonnis en beslaglegging aan onderbewindgestelde in plaats van aan bewindvoerder? Moet, nadat het UWV de uitkering heeft overgemaakt naar een bankrekening, nog rekening worden gehouden met de beslagvrije voet? Wat als deze bankrekening de beheer
Procesrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden na verdeling huwelijksgemeenschap over de terugbetaling van onverschuldigd betaald bedrag aan verbeurde dwangsommen; appellabiliteit, ambtshalve beoordeling, optelregel bij conventie/reconventie (art. 332 lid 3 Rv.); onbegrijpeli
Appellant maakte als eiser kort geding aanhangig en trok dat één dag voor de geplande mondelinge behandeling in. Geïntimeerde verzocht en kreeg als gedaagde bij de voorzieningenrechter proceskostenveroordeling in lijn met HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087. Ontvankelijkheid app
Wwz. Ontslag op staande voet. De rectificatie van de onjuiste partijvermelding in het inleidende verzoekschrift is in dit geval geen rechtens toelaatbaar middel om de gemaakte fout te herstellen.
Auteursrecht; procesrecht. Art. 3:305a Rv. Auteursrechtelijke bescherming van (combinatie van) elementen van leerroutes in educatieve uitgaven. Didactische keuzes auteursrechtelijk beschermd? Parallel techniekexceptie. Beschermingsomvang. Totaalindrukken-maatstaf. Belang in cassa
Uitleg van de inleidende dagvaarding. In het lichaam van de inleidende dagvaarding is de vordering weergegeven maar in het petitum van de inleidende dagvaarding is die vordering door een kennelijke fout weggevallen. Uitleg van de dagvaarding brengt mee dat de in het lichaam van d
Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkt
De uitoefening van de erfdienstbaarheid is onmogelijk geworden door de aanleg van een nevengeul. Vordering tot wijzing van de erfdienstbaarheid ingesteld door het Waterschap en de eigenaar van het dienende erf. Het heersende erf wordt lopende het hoger beroep verkocht. Belang van
Europese procedure voor geringe vorderingen (Vo EG nr. 261/2004). Strekking art. 2 lid 2 Uitvoeringswet. Memorie van toelichting (K.31596). Appel tegen beschikking rechtbank niet-ontvankelijk. Beroep doorbrekingsjurisprudentie HR faalt.