Procesrecht. Sprongcassatie. WAMCA. Eisen aan procesinleiding in cassatie. Zelfde gebeurtenis als bedoeld in art. 1018d lid 1 Rv? Heeft verlenging dagvaardingstermijn op grond van art. 1018d lid 2 Rv algemene werking? Kostenveroordeling.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 332 Rv
Genoemd in 365 uitspraken · Officiële wettekst
365 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijk optreden. Rechtmatigheid optreden. Gebleken onschuld? Gesloten stelsel van rechtsmiddelen m.b.t. beschikkingen r-c. Ook gebondenheid aan overwegingen van die beschikkingen en in het geval dat de verdachte niet is gehoord?
Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting (art. 225 e.v. Rv)? Rechtsopvolging en -verkrijging tijdens geding. Subjectieve omv
Uitleg splitsingsakte. Horecaverbod?
A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een tussentijds beroep in cassatie tegen de beslissing van de geheimhoudingskamer van het Hof, ontvankelijk te achten is. Het betreft de beslissing van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2021, nr. 20/00569, ECLI:NL:GHA
Kantonrechter stelt aan de Hoge Raad prejudiciële vragen in de Airbnb kwestie, onder meer of Airbnb gerechtigd is om zowel bij de gebruiker als bij de aanbieder van accommodatie bemiddelingskosten in rekening te brengen.
Artikel 5:112 lid 3 BW. Vereniging naast Vereniging van Eigenaars. Geen verplicht lidmaatschap aangenomen; ook niet op andere gronden verplichting tot betaling van bijdrage naast die aan de VvE.
Artikel 5:112 lid 3 BW. Vereniging naast Vereniging van Eigenaars. Geen verplicht lidmaatschap aangenomen; ook niet op andere gronden verplichting tot betaling van bijdrage naast die aan de VvE.
Vordering benadeelde partij in civielrechtelijk hoger beroep (na vermeerdering van eis) alsnog toegewezen (artikel 421 lid 4 Sv)
Procesrecht. Incident tot niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep. Partijwisseling tijdens geding. Tussen- of einduitspraak? Arrest n.a.v. schorsing en hervatting, waarbij wordt geconstateerd dat zaak is overgenomen door cessionaris. Positie wederpartij. Schorsing en hervattin
Procesrecht. Bevoegdheid tot instellen rechtsmiddel. Kan materiële procespartij in eerste aanleg die niet formele procespartij was als procespartij in de zin van art. 332 Rv worden aangemerkt? Bevoegdheid tot instellen reconventionele vordering, sprake van uitzondering in art. 13
Vordering tot compensatie wegens vertraging vlucht (Verordening 261/2004). Is het door verwachte zeer slechte weersomstandigheden ingegeven verzoek van Schiphol aan KLM tot reductie van de capaciteit een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 Verordening? Heeft
A-G IJzerman heeft een vordering tot cassatie in het belang der wet ingesteld tegen het vonnis van de Kantonrechter, waarin deze is gekomen tot het oordeel dat de dwangsomregeling bij het niet tijdig geven van een beschikking op aanvraag, niet van toepassing is ten aanzien van ve
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Weigering uitkering onder aansprakelijkheidsverzekering. Verzekerde is in rechte aansprakelijk geoordeeld voor omkoping.
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Groep passagiers eist bij gezamenlijke dagvaarding compensatie voor vertraagde vlucht op grond van EU-verordening 261/2004. Het schadebedrag per passagier ligt beneden de appelgrens van art. 332 Rv. Is de luchtvaartmaatschappi
Het hof wijst de gevorderde verklaring voor recht toe dat alle ramen, die zich binnen twee meter van de erfgrens bevinden, permanent vaststaand en permanent ondoorzichtig dienen te zijn en te blijven. De eerder gevestigde erfdienstbaarheid van in- en uitzicht rechtvaardigt niet d
afrekening servicekosten en nutsvoorzieningen 7:259 BW 7:237 lid 2 BW
Incident in hoger beroep van een IE-zaak. Is de appelgrens behaald? Verklaring voor recht vertegenwoordigt geen afzonderlijke waarde naast de gevorderde schadevergoeding. In hoeverre telt de proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv in eerste aanleg worden mee bij de beoordeling
Vordering van oud-burgemeester tegen onderzoeksbureau tot vergoeding van schade en tot rectificatie. Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2017:3456. Procedure is na faillissement van eiseres in eerste aanleg overgenomen door de curator. De aard van de rectificatievordering staat er nie
Vordering tot herroeping van een arbitraal vonnis. gronden: bedrog, achterhouden beslissende stukken. vordering wordt als onvoldoende onderbouwd afgewezen. speciale aandachtspunten: invloed tussentijds faillissement; toepasselijkheid verstek-regeling; belang artikel 21 Rv; positi
art. 3:40 lid 2 BW, door hogeschool gevraagde bijdragen in strijd met (strekking) WHW?
Beslissing rechter uit rechtbank op verzoek gebaseerd op statuten/ Welwillendheidsbeslissing/geen rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 261 Rv (jo artikel 358 Rv) geen hoger beroep mogelijk wegens ontbreken van rechtsmacht.
Vrouwenstandpunt SGP t.a.v. passief kiesrecht vrouwen voor gekozen algemeen vertegenwoordigende overheidsorganen. Art. 7, aanhef en onder a en c VN-Vrouwenverdrag. Algemeen belangactie 3:305a BW. Ontvankelijkheid cassatieberoep partij die zich voegt in een tussen andere partijen
Ontvankelijkeheid in incidenteel hoger beroep in geval van subjectieve cumulatie. Gezag van gewijsde. Bestuurdersaansprakelijkheid.
Niet ontvankelijkheid. Appelgrens niet bereikt. Toegekende proceskosten blijven daarbij buiten beschouwing (HR 24 februari 1938, NJ 1938/52), ook indien die proceskosten zijn bepaald met inachtneming van art. 1019h Rv. Richtlijn 2004/48/EG voert niet tot een ander oordeel.