Overzichtsarrest vordering benadeelde partij, art. 51f.1, 361.2.b en 592a Sv, art. 36f Sr en art. 6:96 en 6:106 BW. Medeplegen hennepteelt in door verdachte gehuurde woning (art. 3.B Opiumwet), medeplegen diefstal elektriciteit d.m.v. verbreking in die woning (art. 311.1 Sr) en b
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 236 Rv
Genoemd in 928 uitspraken · Officiële wettekst
928 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ontvankelijkheid. Cassatiedagvaarding uitgebracht uit naam vennootschap die door fusie was opgehouden te bestaan. Herstelmogelijkheden? Hoge Raad komt terug van HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, NJ 2005/222. Herstel mogelijk, tenzij wederpartij daardoor onredelijk in haa
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 lid 1 Rv. Heeft de grondslag van de vordering in de onderhavige procedure betrekking op dezelfde geschilpunten als die waarover in een eerdere procedure bij kracht van gewijsde is beslist? Voorts motiveringsklacht tegen uitleg grief.
Klimaatzaak Urgenda. Mensenrechten. EVRM. VN-Klimaatverdrag. Bevel aan Staat om maatregelen te nemen tegen klimaatverandering. Gevaar klimaatverandering. Beschermingsomvang art. 2 en 8 EVRM; positieve verplichtingen. Effectieve rechtsbescherming art. 13 EVRM. Deelverantwoordelijk
Geschil tussen een verdachte en de zoon van het overleden slachtoffer die zich in hoedanigheid van executeur-testamentair op de voet van art. 51a lid 2 Sv. als benadeelde partij had gevoegd in de strafzaak waar de rechter bij onherroepelijk strafvonnis de schadevordering gedeelte
Conclusie AG's Spronken en Lindenbergh. Veroordeling wegens moord en stalking. Middelen verdachte over afwijzing contra-expertise, horen getuige-deskundige, voorbedachte raad en schending redelijke termijn. Middel benadeelde partijen over niet-ontvankelijkverklaring van vordering
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 Rv. Kan indien een vordering of verzoek is afgewezen en deze afwijzing berust op een voor gedaagde of verweerder nadelige beslissing over de rechtsbetrekking in geschil, die beslissing gezag van gewijsde krijgen? Heeft gedaagde of verweer
Devolutieve werking? Gedeeltelijke afwijzing loonvordering. Appel werknemer tegen afwijzend gedeelte van het dictum. In eerste aanleg verworpen verweer van werkgever kan niet in de beoordeling van het hoger beroep worden betrokken, nu die verwerping dragend is voor toewijzend ged
Effectenlease. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Rechtstreeks belang van de antwoorden op de te stellen rechtsvragen voor andere geschillen. Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Verweer dat restitutievordering is verjaard
Procesrecht. Verzoek voorlopig getuigenverhoor (art. 186 Rv). Gronden voor afwijzing verzoek (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3250, NJ 2018/45). Herroeping (art. 382 Rv). Gezag van gewijsde (art. 236 lid 1 Rv).
Vie d’Or. Geschil tussen de Verzekeringskamer (thans DNB) en een stichting ter behartiging van de gedupeerde voormalige polishouders van de levensverzekeringsmaatschappij Vie d’Or over de (verklaring voor recht tot) aansprakelijkheid van de Verzekeringskamer uit onrechtmatige daa
Procesrecht; goederenrecht. Devolutieve werking; verhouding tussen verweer en afgewezen vordering in reconventie, waarvan geen hoger beroep. Hoge Raad komt terug van HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8514. Gezag van gewijsde. Bevrijdende verjaring. Maatstaf inbezitneming (art.
Effectenlease. Vervolg van ECLI:NL:GHAMS:2019:3735 en ECLI:NL:HR:2020:810 (prejudiciële vragen). Vernietiging van de leaseovereenkomst op grond van artikel 1:88 in verbinding met 1:89 BW. Bindt de beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure, waarin sl
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Effectenleaseovereenkomst. Buitengerechtelijke vernietiging o.g.v. art. 1:89 lid 1 BW in verbinding met art. 1:88 lid 1, onder d, BW. Bindt een beslissing over de rechtsgeldigheid van de vernietiging in een procedure waarin slechts een van beide
Erfrecht. Afleggen van rekening en verantwoording door bewindvoerder bij overlijden van onder bewind gestelde meerderjarige (art. 1:445 lid 1 BW in verbinding met art. 1:373-374 BW). Gezag van gewijsde van beschikking houdende afkeuring van eindrekening van bewindvoerder (art. 23
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Arbeidsrecht. Art. 7:610 BW. Vordering werknemersorganisatie op voet van art. 3 lid 2 Wet AVV tegen Uber tot naleving algemeen verbindend verklaarde bepalingen van CAO Taxivervoer. Vragen over gezichtspunt 'ondernemerschap' binnen toetsingskader
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
Familierecht. Geschil tussen voormalige levenspartners over de wijziging van de door de man verschuldigde alimentatie ten behoeve van de uit hun relatie geboren minderjarige kinderen; gezag van gewijsde, bindende kracht eerdere beschikking, betekenis van art. 1:401 lid 4 BW.
Cassatie. Ontbreken van belang bij cassatieberoep doordat in parallelzaak tussen partijen over rechtsbetrekking in geschil onherroepelijk is beslist; art. 236 lid 1 Rv. Cassatieberoep wordt verworpen (zie HR 9 juli 2010, LJN BM2337).
Overeenkomstenrecht. Personenvennootschap. Opzegging van een vof. Hield mondelinge uitlating van vennoot de opzegging van de vof in? Uitlegmaatstaf. Belang van de omstandigheden van het geval. Betekenis van een contractueel vormvereiste voor opzegging van de vof.
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW. Aansprakel
Contractenrecht. Kwalificatie overeenkomst op grond waarvan schip in jachthaven ligt als bewaarneming (art. 7:600 BW)? Gebruik van schip in het belang van bewaarnemer, art. 7:603 lid 1 BW. Samenloop met door de wet geregelde bijzondere overeenkomsten, art. 6:215 BW. Uitleg overee
Art. 236 Rv. Gezag van gewijsde. Nieuwe feitelijke grondslag? Letselschadezaak.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Art. 143 Rv. Richtlijn 93/13/EEG. Moet wettelijke termijn voor verzet buiten toepassing blijven als uit bestreden verstekvonnis niet blijkt of rechter heeft onderzocht of toegewezen vordering is gebaseerd op overeenkomst waarin een of meer oneer
Appartementsrecht. Het besluit van de VvE de bestuurder niet te ontslaan is niet gericht op rechtsgevolg en daarom geen besluit in de zin van de artikelen 2: 14-16 BW. Een machtiging ex artikel 5:121 BW kan ook verleend worden als het gaat om (geweigerde) medewerking aan benoemin