Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Richtlijn consumentenrechten. Moet de rechter bij een op afstand of buiten verkoopruimte gesloten overeenkomst, ambtshalve onderzoeken of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW? Ambtshalve aan schending van die informa
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 236 Rv
Genoemd in 928 uitspraken · Officiële wettekst
928 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Komt aan een beslissing in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in een schadestaatprocedure gezag van gewijsde toe in een volgende schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen (art. 236 Rv)?
Procesrecht. Omvang van het cassatieberoep. Cassatieberoep tegen arresten die zijn gewezen in twee gevoegde zaken (Yukos). In de procesinleiding is slechts één van beide zaaknummers genoemd. Moet het cassatieberoep toch geacht worden mede in die zaak te zijn ingesteld?
Ambtshalve toetsing door de rechter van de informatieplichten van afd. 6.5.2B BW.
Appelprocesrecht. Belang bij hoger beroep dat strekt tot bekrachtiging met verbetering van gronden? Gezag van gewijsde, art. 236 Rv. Uitleg van gedingstukken.
Komt aan een beslissing in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis in een schadestaatprocedure gezag van gewijsde toe in een volgende schadestaatprocedure tussen dezelfde partijen (art. 236 Rv)?
Ongerechtvaardigde verrijking. Onbegrijpelijk oordeel dat sprake is van verarming. Beroep op arbitraal vonnis waaruit volgt dat vordering is tenietgegaan. Gezag van gewijsde van arbitraal vonnis; art. 236, 1059 Rv.
Antilliaanse zaak. Geschil tussen broers over herstel van vernielingen door een zoon (81 RO).
Contractenrecht. Software pensioenadministratie. Aanspraak op licentievergoeding en contractuele boeten in verband met gebruik software door licentiehouder voor overgenomen pensioenadministraties. Vervolg op ECL:NL:HR:2018:1783. Geding na cassatie en verwijzing. Matiging contract
Huur bedrijfsruimte. (Appel)procesrecht; omvang rechtsstrijd; devolutieve werking van het appel. Gezag van gewijsde? Oordeel dat niet dragend was voor de uitspraak.
Rechtspersonenrecht. Art. 2:14-2:15 BW. Bestrijding van besluiten i.v.m. ontslag van stichtingbestuurder (Cornelis Haga Lyceum).
Procesrecht. Octrooirecht. Modellenrecht. Slaafse nabootsing. Voortzetting procedure in appel door oorspronkelijke partijen. Na rechtenoverdracht procederen onder lastgeving op naam. Stelplicht en bewijslast. Beschermingsomvang. Plausibiliteit. Problem-solution approach. Procesko
Erfrecht. Aandeel in goed van de nalatenschap verbeurd wegens opzettelijke verzwijging van dat goed? Art. 3:194 lid 2 BW, vereisten. Vervalt de sanctie na inkeer? Vergelijking met art. 1:135 lid 3 BW (HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3475, NJ 2016/15). Stelplicht en bewijslast
Het rechtsmiddel van hoger beroep is erop gericht een in het dictum van de bestreden uitspraak vervatte eindbeslissing van de rechtbank geheel of gedeeltelijk te doen wijzigen. Onderhavig hoger beroep is uitsluitend gericht tegen toetsing van een opvoedbesluit door de kinderrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Ontvankelijkheid derdenverzet, art. 376 Rv. Feitelijke grondslag. Volledige proceskostenvergoeding vanwege misbruik van procesrecht?
Appartementsrecht. Aan vloer in appartement te stellen eisen; uitleg splitsingsakte. Aan VvE door rechtbank opgelegd verbod om zonder unanimiteit van stemmen besluiten te nemen over het funderingsherstel van het pand is in strijd met de systematiek van het VvE-recht. Geen misbrui
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Ontslag(besluit) inzake stichtingbestuurder.
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 lid 1 Rv. Heeft de grondslag van de vordering in de onderhavige procedure betrekking op dezelfde geschilpunten als die waarover in een eerdere procedure bij kracht van gewijsde is beslist? Voorts motiveringsklacht tegen uitleg grief.
Procesrecht. Is sprake van een ontoelaatbare wijziging van partijhoedanigheid indien stichting eerst optreedt als vertegenwoordiger van slachtoffers en na eiswijziging in hoedanigheid van claimstichting in de zin van art. 3:305a (oud) BW? Bijzondere omstandigheden van het geval.
Art. 81 lid 1 RO. Personenrecht. Curatele. Door curator aan curandus opgelegd contactverbod met advocaat. Maatstaf HR 28 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1246. Art. 6 en 8 EVRM. Motivering oordeel dat contact met de advocaat uit medisch oogpunt onverantwoord is.
Vermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge art. 3:43 lid 1, onder a, BW? Uitleg ‘aanhangig’, art. 125 lid 1 Rv; uitleg ‘verkrijging’ in geval van stille cessie, art. 3:94 lid 3 BW. Verrekening, eis van wederkerig
Procesrecht. Hoger beroep tegen tussenvonnis met toestemming rechtbank; nadien wijst rechtbank tweede tussenvonnis, waartegen geïntimeerde incidenteel beroep instelt zonder toestemming rechtbank en zijn eis wijzigt. Is incidenteel beroep ontvankelijk? Mocht hof de eiswijziging to
Procesrecht. Verdeling nalatenschap. Gezag van gewijsde, art. 236 Rv.
Procesrecht. Verval van (appel)instantie; artt. 284 (oud) Rv en art. 253 Rv. Verval van appelinstantie bewerkt dat gehele instantie vervalt, inclusief de reeds gegeven bindende eindbeslissingen en ongeacht of tegen die bindende eindbeslissingen - tevergeefs - in cassatie is opgek
Huurrecht. Wooncomplex voor jongeren. Vordering tot betaling van afrekening servicekosten over jaren 2017 tot en met juni 2021 voor aanvullende diensten die aanvankelijk in Dienstenovereenkomst waren begrepen. Artikel 51 Uhw. Vordering slechts toewijsbaar jegens de huurders die b