OM-cassatie. Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Overschrijding van termijn van bloedafname (90-minutentermijn) uit art. 12.3 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer met 7 minuten. 1. Kon hof oordelen dat na deze overschrijding geen (op wet gebaseerd
Wegenverkeerswet 1994
Art. 163 WVW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG. Niet meewerken aan een bloedonderzoek (art. 163 lid 6 WVW) en veroorzaken verkeersongeval (art. 7 lid 1 sub b WVW). Falende middelen over (1) kennelijk oordeel hof dat de verdachte en zijn raadsman geen beroep hebben gedaan op de strafuitsluitingsgronden ontoerekenb
Conclusie AG. Overtreding art. 9 lid 2 WVW 1994. Middel klaagt dat hof ten onrechte tot bewezenverklaring is gekomen door te oordelen dat rijbewijs op grond van recidiveregeling uit art. 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig is geworden. Is recidiveregeling op grond van art. 123b
Overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake is van een onderzoek in de zin van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet, alsmede het subsidiaire 359a-verweer.
Veroordeling wegens artikel 6 WVW en weigeren meewerken bloedonderzoek tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf van 120 uren. Vrijspraak voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof verwerpt het verweer dat het bevel tot het verlenen van medewerking aan het ademonderzoek onbevoegd is gegeven.
Conclusie AG. Rijden onder invloed van drugs. Art. 8 lid 5 WVW 1994. OM-cassatie. Getuigt oordeel hof dat door afnemen van bloed na in art. 12 lid 3 Besluit genoemde termijn van anderhalf uur geen op de wet gebaseerde bevoegdheid daartoe meer bestond van een onjuiste rechtsopvatt
Conclusie AG. Art. 8 en 5 WVW 1994. Met MDMA in auto rijden en ongeluk veroorzaken. Middel 1 gaat over ontbreken respons hof op uos dat bloedafname en bloedonderzoek zijn uitgevoerd in opdracht forensisch arts. Middel 2 heeft betrekking op uos over betrouwbaarheid getuigenverklar
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Conclusie AG. Weigeren bloedonderzoek (163.6 WVW) en snelheidsovertreding. Het eerste middel is gericht tegen het oordeel dat het niet verbaliseren van geweld bij de aanhouding niet leidt tot bewijsuitsluiting omdat het gebrek zou zijn hersteld. Het middel faalt. Het tweede midde
Conclusie AG. Rijden onder invloed (art. 8 lid 1 WVW 1994). Middel klaagt dat uit bewijsmiddelen onvoldoende blijkt dat i) verdachte op 26 juli 2021 daadwerkelijk heeft gereden, ii) toen sprake was van onvermogen tot besturen van voertuig en iii) hij wist of redelijkerwijs moest
Vordering tot overgifte rijbewijs vs. invordering/inhouding. Klaagster niet-ontvankelijk in klaagschrift 164 WVW 1994 nu van invordering (of inhouding) geen sprake is. (vgl. HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1792).
Overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Eendaadse samenloop van gekwalificeerde dood door schuld in verkeer (art. 6 jo. 175.3 (oud) WVW 1994) en rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) door in 2019 in Apeldoorn als bestuurder van auto onder invloed van alcohol met zeer hoge snelheid binnen bebouwde kom in het donker
Conclusie AG. Klachten over 1) oordeel hof dat de verdachte geen medewerking heeft verleend aan het o.g.v. art. 163 lid 6 WVW 1994 bevolen bloedonderzoek, 2) de afwijking van een UOS. Ambtshalve opmerking redelijke termijn. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (art. 81
Verdachte heeft zich op 22 januari 2023 als bestuurster van een personenauto schuldig gemaakt aan ernstige gevaarzetting door meermalen onverantwoord hard te rijden met snelheden tussen de 182 en 191 kilometer per uur. Voorts wordt verdachte aangerekend dat zij een bloedonderzoek
Veroordeling voor het voorhanden hebben van twee vuurwapens en bijbehorende munitie op de openbare weg (artikel 26 WWM) en het weigeren van medewerking aan een bloedproef (artikel 163, zesde lid WVW). Verweer met betrekking tot het ontbreken van opzet op de weigering verworpen. O
Weigeren medewerking te verlenen aan bloedonderzoek, doordat de verdachte voorwaarden heeft verbonden aan zijn toestemming. Het verbinden van een voorwaarde wordt volgens vaste rechtspraak gelijkgesteld aan weigering in de zin van art. 163 lid 6 WVW 1994.
Vrijspraak weigeren bloedonderzoek (art. 163 lid 6 WVW 1994). Niet is komen vast te staan dat de verdachte daaraan geen medewerking heeft verleend. Verder is het bevel zich te onderwerpen aan het bloedonderzoek gegeven door een aspirant van politie, terwijl het bevel slechts kan
Veroordeling voor doodslag wegens het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval, waarbij een gezin om het leven is gekomen. Voorwaardelijk opzet op het veroorzaken van het dodelijk ongeval van drie personen. De verdachte heeft de verkeersregels in ernstige mate overtreden. Hij
Veroordeling voor het medeplegen van het treffen van voorbereidingshandelingen om een ontploffing teweeg te brengen en het weigeren van een bloedonderzoek. Verweer dat niet kan worden vastgesteld dat het om echte super cobra’s 6 gaat verworpen evenals het verweer dat de verdachte
OM-cassatie. Rijden onder invloed van drugs (art. 8.5 WVW 1994). Slagend middel over ‘zo spoedig mogelijke’ verzending van bloedblok (art. 13.1 aanhef en onder d Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (oud)). De conclusie strekt tot vernietiging.
Conclusie AG. Verlaten plaats ongeval en weigeren medewerking bevel ademonderzoek, art. 7.1.b en 163.2 WVW94. Middelen bevatten klachten over de bewezenverklaring, denaturering van een getuigenverklaring, (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en opl
Weigeren bloedonderzoek. Het hof verwerpt het verweer dat strekt tot niet-ontvankelijkheidverklaring i.v.m. de recidiveregeling 123b Wegenverkeerswet 1994 en ziet geen noodzaak tot het stellen van prejudiciële vragen. Het hof veroordeelt verdachte voor het weigeren van een bevel