Verdachte veroorzaakt een verkeersongeval met dodelijke afloop op de A2. Daarna heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten. De auto waarin en de benzine waarmee verdachte reed was gestolen. Zijn rijbewijs was ongeldig. Aanmerkelijke schuld in de zin van 6 Wvw, verdachte r
Wegenverkeerswet 1994
Art. 163 WVW
Genoemd in 178 uitspraken · Officiële wettekst
178 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Art. 8.2 aanhef en onder a WVW 1994. Moet de in art. 10.1 Besluit Alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer opgenomen eis dat het bij het onderzoek gebruikte type ademanalyseapparaat is aangewezen bij ministeriële regeling (art. 5 van de Regeling Alcohol drugs
OM-cassatie. Vrijspraak rijden onder invloed (art. 8.3.a (oud) WVW 1994) i.v.m. verzuim wijzen op recht tegenonderzoek ex art. 11.2 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Behoort bedoeld voorschrift inzake mededeling recht op tegenonderzoek tot de strikte waarbo
Conclusie AG over de vraag of weigeren mee te werken aan het nemen van vingerafdrukken op de voet van het bepaalde in art. 55c lid 2 Sv betekent dat de verdachte niet heeft voldaan aan “de verplichting om medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, hem
De verbalisanten hebben verdachte na het afnemen van een ademonderzoek niet gewezen op zijn recht op tegenonderzoek. Sinds 1 juli 2017 is deze verplichting opgenomen in artikel 11 van het Besluit Alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Deze verplichting moet worden gerek
OM-cassatie. Grondslagverlating? Uitleg “onderzoek” a.b.i. art. 8.2 aanhef en onder a WVW 1994. Art. 8 (oud) en 9 Besluit Alcoholonderzoeken. Het Hof heeft overwogen dat ve vaker heeft geblazen dan o.g.v. art. 8.2 jo 9 Besluit is toegestaan en heeft op grond daarvan geoordeeld da
Vordering b.p. Gezien de inhoud van het voegingsformulier moet het ervoor gehouden worden dat het Hof de vordering van de b.p. heeft toegewezen vzv. deze betrekking heeft op de schade aan de auto. Het verweer van verdachte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat de door de
Vrijspraak terzake van het tenlastegelegde niet verlenen van de wettelijk vereiste medewerking aan een ademonderzoek. De mededeling aan verdachte, dat zij mee moest naar het bureau voor een ademanalyse kan niet gelden als een bevel tot medewerking aan de ademanalyse als bedoeld i
‘Bestuurder’ ex art. 179 WVW 1994. Onder ‘bestuurder’ in art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan: degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met art. 8 WVW 1994, onder wie is begrepen degene t.a.v. wie de verdenking is gere
Tegenonderzoek. 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte het aan zichzelf heeft te wijten dat het tegenonderzoek niet heeft plaatsgevonden is onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat (i) van verdachte, nadat hij om een tegenonderzoek had verzocht, door een arts bloed is afg
Onder “bestuurder” ex art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld i.s.m. art. 8 WVW 1994. Het gaat dus om de vraag of er sprake is van feiten en omstandigheden op grond waarvan in redelijkheid k
's Hofs oordeel dat verdachtes beroep op art. 163.3 WVW 1994 erop afstuit dat hij heeft nagelaten tegenover de verbalisanten op een niet voor misverstand vatbare wijze een beroep te doen op de in die bepaling bedoelde bijzondere medische redenen die het verlenen van meewerking aa
-
Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8.2.a WVW 1994). Bestanddeel “onderzoek” a.b.i. art. 8.2.a WVW 1994. Sprake van schending strikte waarborgen nu uit uitslagformulier ademonderzoek blijkt dat kalibratiecontroleresultaat meer dan 5% afwijkt van kalibratiegasconc
Veroordeling overtreding artikel 6 WVW en meerdere verkeersfeiten. Gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaar
Veroordeling voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval waarbij een gezin om het leven is gekomen. De verdachte heeft als automobilist onder invloed van alcohol te hard gereden en een rood verkeerslicht genegeerd en heeft vervolgens een kruisende auto aangereden. Ander
Conclusie AG. Weigering mee te werken aan een bloedonderzoek (art. 163 lid 6 WVW). Jaddoe. Falend middel over bewijs van opzet. Conclusie strekt tot verwerping.
Conclusie AG. Overtreding art. 9 lid 7 WVW 1994. Besturen personenauto, terwijl rijbewijs is ingevorderd en niet is teruggegeven. Middelen gaan over het gebruik voor het bewijs van een bepaalde verklaring van de verdachte, de grondslag waarop het rijbewijs is ingevorderd, het ont
Verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 WVW, waardoor zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Schuldgradatie roekeloosheid, vanwege patroon van minachting van belangrijke verkeersregels gedurende langere tijd. Straf: een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan
Huiselijk geweld (niet fatale strangulatie), opzet, art. 38v Sr met DUT
Weigeren meewerken aan een bevolen bloedonderzoek. Verweer overschrijding 90-minutentermijn verworpen. Geen sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv.
Politieachtervolging auto in Amsterdam. Veroordeling voor artikel 5a WVW en artikel 163 WVW. Oplegging van een gevangenisstraf van 8 weken met aftrek en OBM van 12 maanden.
Verdachte wordt veroordeeld wegens roekeloos rijgedrag en het daardoor veroorzaken van een ongeval waardoor slachtoffer tijdelijk haar normale bezigheden niet heeft kunnen uitoefenen. Tevens veroordeling voor het weigeren van een ademonderzoek, het rijden zonder geldig rijbewijs
Bewezenverklaring van diefstal, tweemaal een diefstal in een woning, diefstal op een besloten erf, overtreding van artikel 163 WVW en overtreding van artikel 107 WVW. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 300 dagen met aftrek van de tijd d
Conclusie AG. Weigeren medewerking aan bloedonderzoek, art. 163 WVW 1994. 1. Sprake van "bevel" tot verlenen van medewerking aan bloedonderzoek? Volgens AG heeft hof uit context kunnen afleiden dat verdachte verplicht was medewerking te verlenen aan bloedonderzoek en dat geen spr