AFM heeft eiser een bestuurlijke boete opgelegd van € 24.000 wegens overtreding van artikel 2:80 lid 1 Wft. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat in deze zaak niet op vergelijkbare wijze als in de zaak E-Proof (CBb 11 februari 2013 LJN BZ1866) sprake was van vergunnin
Wet op het financieel toezicht
Art. 1:1 Wft
Genoemd in 229 uitspraken · Officiële wettekst
229 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Hawala-bankieren
Onrechtmatig handelen door zonder vergunning op te treden als effectenbemiddelaar (art. 7 Wte 1995) of zonder vergunning effecten aan te bieden (art. 3 Wte 1995)? Zorgplicht. Invloed huwelijksgoederengemeenschap op vorderingsrechten, art. 1:94 BW; bestuursbevoegdheid, art. 1:97 B
Teberio; leiding geven aan criminele organisatie; gewoontewitwassen; overtreding van de Wet inzake de geldtransactiekantoren; overtreding van de Wet op het financieel toezicht.
IB/PVV. Inkomen uit sparen en beleggen. Rechtsherstel.
Eisers hebben als belegging een perceel grond van gedaagde gekocht voor € 12.500,00. De kantonrechter oordeelt dat voor de activiteiten van gedaagde geen vergunning van de AFM was vereist, maar dat gedaagde zich wel schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk. Gedaa
Externe bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending van de vergunningsplicht Wft. Onrechtmatig handelen bij turboliquidatie door niet-naleving van artikel 2:19b BW.
OK; uitkoop; 2:359c BW; toewijzing; depositary shares; depositary interests
Verbintenissenrecht. Renteswap. Dwaling. Bancaire zorgplicht.
Aansprakelijkheid bank wegens tekortkomen in beleggingsdienstverlening? Execution only. Zorgplicht bank. Waarschuwingsplicht bank.
Hawala-bankieren. Veroordeling voor het opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandse Bank het bedrijf en/of het beroep van betaaldienstverlener uitoefenen door ‘betalingsdiensten’ (‘geldtransfers’) uit te voeren (feit 1). Veroordeling voor deelname aan een criminele organisat
Hawala-bankieren. Veroordeling voor het opzettelijk zonder vergunning van de Nederlandse Bank het bedrijf en/of het beroep van betaaldienstverlener uitoefenen door ‘betalingsdiensten’ (‘geldtransfers’) uit te voeren (feit 1). Veroordeling voor deelname aan een criminele organisat
bestuurdersaansprakelijkheid; vervoer van contant geld; schade in verband met faillissement geldtransportbedrijf; verwijten aan bestuurders van geldtransportbedrijf in verband met handelen zonder Wft-vergunning, het niet-gescheiden houden van gelden van klanten en het bewerkstell
Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen van voorzieningen als fusie niet ongedaan wordt gemaakt? Samenhang met 24/02595.
Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen van voorzieningen als fusie niet ongedaan wordt gemaakt? Samenhang met 24/02593.
Conclusie AG. Onderzoek ‘Zevenblad’. Grootschalige beleggingsfraude (boilerroomfraude). Drie middelen. M1 klaagt over (partiële) verjaring van het onder 4 ten laste gelegde en slaagt. M2 komt op tegen bewezenverklaring feit 4 (overtreding van voorschrift art. 2:96 lid 1 Wft, opze
Kredietovereenkomst. Vordering tot betaling van de openstaande kredietsom na opzegging van het krediet. Beroep op verjaring, schending van de zorgplicht van de bank en rechtsverwerking.
Afgebroken onderhandelingen, uitleg term sheet, geen aansprakelijkheid aangenomen, vorderingen tot vergoeding van positief en negatief contractbelang afgewezen
Kwalificatie van dienstverlening in cryptoactiva. Beleggende klant stelt de beschikking over cryptoactiva te zijn verloren als gevolg van een hack. Er zijn geen contractuele beveiligingsafspraken gemaakt en de gehanteerde beveiliging voldeed aan wat in redelijkheid van de dienstv
Bedrijfskrediet. Ondernemer vordert schadevergoeding op de grond dat de bank bij haar kredietverstrekking onvoldoende zorgvuldig jegens hem is geweest. Het hof oordeelt dat de ondernemer door zijn verwijt in feite zijn inherente ondernemersrisico op de kredietverstrekker tracht a
Ondernemingskamer; toewijzing uitkoopvordering ex artikel 2:259c BW
Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Hawalabankieren. Medeplegen opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). 1. Kwalificatieklacht. Tenlastelegging bewezenverklaring houden niet in dat verdachte zijn "
Ondernemingskamer; uitkoop minderheidsaandeelhouders na openbaar bod ex art. 2:359c BW
OK; toewijzing verzoek op de voet van artikel 5:70 Wft
OK; uitkoop 2:359c BW; toewijzing