Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. 1. Prejudiciële procedure in strafzaken. 2. Beantwoording vragen over o.a. betekenis van (internationale of interstatelijke) vertrouwensbeginsel voor beoordeling van rechtmatigheid en betrouwbaarheid van resultaten die zijn verkregen met t
Wetboek van Strafvordering
Art. 555 Sv
Genoemd in 13 uitspraken · Officiële wettekst
13 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Prejudiciële vragen rechtbank Noord-Nederland over onder meer de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in straf
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Beantwoording prejudiciële vraag als strafvorderlijke procedure reeds is beëindigd en verhouding tussen prejudiciële beslissing HR en cassatie in het belang van de wet. Pr heeft n.a.v. behandeling van vordering OM tot tenuitvoerlegging van
Conclusie P-G. Prejudiciële vraag over uitleg art. 6:6:21 lid 7 Sv (aftrek ondergane vrijheidsbeneming bij toewijzing vordering tul). Overwegingen over vereiste dat beantwoording van de vraag “nodig is om te beslissen” (art. 553 lid 1 Sv) en de mogelijkheid om vraag toch te beant
Conclusie AG. Prejudiciële vraag rechtbank Overijssel over de toepassing van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Gegevens vergaard via servers waar EncroChat en SkyECC gebruik van maakten. AG maakt algemene opmerkingen over de prejudiciële procedure in strafzaken (§ 3), het
Verzoek ex artikel 89Sv. Wie moet verzoeker en zijn advocaat oproepen voor de behandeling van het verzoek in raadkamer? Het hof is op grond van de artikelen 23 Sv en 555Sv van oordeel dat het openbaar ministerie die oproeping moet verzorgen.
-
Ontvankelijkheidsbeoordeling 26/02339 PJV
Ontvankelijkheidsbeoordeling bij ECLI:NL:PHR:2026:604
Vordering PG tot cassatie in het belang der wet. Art. 6:6:21 lid 7 Sv. Vanaf welke dag komt de reeds ondergane vrijheidsbeneming in aanmerking voor aftrek ingeval de rechter de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk niet ten uitvoer gelegde straf beveelt: vanaf de dag van de aa
Veroordeling voor: Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Feit 2: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bew
Bijzondere rechtsgang. Schadevergoeding. Uitlevering.
Aruba. Schadevergoeding ter zake van strafvorderlijk optreden. Optreden arrestatieteam in verband met uitlevering. Schietincident. Eindvonnis van ECLI:NL:OGHACMB:2015:98. Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2018:602