Betekening appeldagvaarding. Art. 588.1 aanhef en onder b sub 2 Sv. HR herhaalt de relevante overweging (rov. 3.24 sub b) uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. Het oordeel van het Hof dat het namens verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven adres diende te worden aangemerkt als het ui
Wetboek van Strafvordering
Art. 434 Sv
Genoemd in 659 uitspraken · Officiële wettekst
659 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
Dagvaardingsperikelen. Art. 588.2 Sv. HR herhaalt HR LJN AD5163 m.b.t. de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding naar een adres in het buitenland. Niet blijk dat de dagvaarding in h.b. naar het adres van verdachte in het buitenland is verzonden. Het in d
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Aangevoerd wordt dat de getuige was opgegeven in de door de raadsman ingediende appelschriftuur. Bedoelde appelschriftuur bevindt zich niet bij de stukken van het geding. In cassatie is wel overgelegd een stuk inhoudende dat de appelschriftuur
Art. 57 en 63 Sr. Het Hof had zich bij de strafoplegging i.c. ingevolge art. 63 Sr rekenschap moeten geven van de beperkingen die art. 57 Sr aan een cumulatie van straffen stelt. Het Hof heeft dit miskend door voor alle in beide zaken bewezenverklaarde misdrijven een gevangenisst
De door het hof gegeven beslissingen zijn niet vastgelegd in een verkort arrest, doch in een “uittreksel” waarin slechts zijn opgenomen de kwalificaties van de bewezenverklaarde feiten, de data waarop en de plaatsen waar zij zijn begaan, de toepasselijke wetsartikelen alsmede het
1. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Cassatieberoep tijdig ingesteld, nu handgeschreven brief verdachte in Engelse taal is gedateerd vóór arrest Hof en latere herstelakte bijna jaar na arrest is opgemaakt? 2. Ontbreken stukken betekening oproeping nadere tz. in h.b. Ad 1. HR gaat
Afwijzing verzoek om in het kader van de ontvankelijkheid van het h.b. de postbode die de mededeling uitspraak tevergeefs heeft aangeboden op een oud GBA-adres van verdachte als getuige te horen. Verdediging heeft in h.b. betwist dat verdachte degene was die volgens de akte van u
1. Bewijsklacht opzet. 2.Strafmotivering. Ad 1. Falende bewijsklacht betreffende opzet op mishandeling door met een glas in de hand in het gezicht te duwen. CAG: anders. Ad 2. De vaststelling dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld is niet z. m. begrijpelijk aangezien
Salduz. Door verdachte afgelegde verklaring tijdens doorzoeking woning. Art. 125.1 Sv en art. 99.2 Sv. ’s Hofs oordeel dat de door de R-C op de voet van art. 125.1 Sv getroffen maatregelen weliswaar de bewegingsvrijheid van verdachte in zijn woning hebben beperkt, maar dat die ma
Beroep op ne bis in idem, art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:1985:AB9796 en verwerpt het beroep.
Betekening appeldagvaarding, art. 588a Sv. HR haalt ECLI:NL:HR:2012:BX4736 aan. Verdachte heeft in e.a. een adres opgegeven a.b.i. art. 588a.1 aanhef onder b Sv. Uit de omstandigheid dat i.h.k.v. de betekening van de appeldagvaarding bekend is geworden dat verdachte nadien op een
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Instellen cassatie door gemachtigde griffiemedewerker op 18 februari 2013. Aangehechte volmacht is blijkens datumstempel op 5 februari 2013 ter strafgriffie ingekomen. Nu het dossier geen aanwijzingen bevat voor het oordeel dat het eerst op 18 feb
Art. 416 Sv. De in de brief van de Advocaat-Generaal bedoelde begeleidende brief houdt onder meer in dat op de rolzitting de voordracht van de zaak achterwege blijft en geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt, en dat de aanwezigheid van de raadsman en de verdachte o
Aanhoudingsverzoek i.v.m. ziekte verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AA5730. I.c. kan de enkele omstandigheid dat verdachte geen medische verklaring heeft overgelegd, de afwijzing van het aanhoudingsverzoek niet dragen.
Cassatie OM en verdachte. Promis. HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. de promis-werkwijze uit HR LJN BA0424. Het Hof heeft in zijn bewijsmotivering f&o vermeld die het kennelijk redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. De verwijzingen naar de bewijsmiddelen wa
Een raadsman die bevindt dat de processtukken niet volledig zijn, moet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn schriftelijk een verzoek om aanvulling indienen bij de rolraadsheer (vgl. HR LJN AO8819 en - thans ook - art. IV lid 3 van het Procesreglement van de Strafkamer van
Schadevergoedingsmaatregel. De klacht dat het het Hof niet vrijstond de sv-maatregel op te leggen o.g.v. de stelling dat de sv-maatregel niet mag worden opgelegd indien die oplegging niet ttz. aan de orde is geweest, faalt omdat die stelling geen steun vindt in het recht. De klac
Meerdere gekwalificeerde (pogingen tot) diefstallen. Schakelbewijs. Met de term schakelbewijs pleegt te worden aangeduid een bewijsvoering waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de - uit één of meer b.m. blijkende - omstandigheid dat verdacht
Opvolgend raadsman toevoegen? Twee dagen voor de zitting bij het Hof, waarvoor verdachte de dagvaarding i.p. uitgereikt heeft gekregen, laat de raadsman weten de verdediging te hebben neergelegd. Ttz. verschijnt noch verdachte noch diens raadsman. Hof verleent verstek en verklaar
Betekeningsperikelen. Art. 588.2 Sv. Niet blijkt dat de appeldagvaarding is verzonden naar het van verdachte bekend zijnde adres in het buitenland. De HR verklaart de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig.
Het Hof heeft kennelijk bij vergissing in het dictum m.b.t. de vordering van de b.p. en de schadevergoedingsmaatregel een bedrag vermeld dat tien euro hoger is dan door de b.p. is gevorderd. Een kennelijke misslag als de onderhavige leent zich bij uitstek voor herstel door het Ho
Betekeningsperikelen. Achterhaald adres in de appelakte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163. T.t.v. het instellen h.b. stond verdachte ingeschreven op het in de appelakte opgegeven adres (adres 1). Vervolgens heeft verdachte zich op een ander adres (adr
1. Betekening inleidende dagvaarding: uitreiking aan de griffier ex art. 588.1.b.3 Sv. Oordeel van het Hof dat niet sprake was van een bekende (feitelijke) woon- of verblijfplaats van de verdachte is niet onbegrijpelijk. Het door de verdachte bij de politie opgegeven adres was zi
Vervolg alcoholslotprogramma (asp). HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:434. Hetgeen in dat arrest is overwogen m.b.t. de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank, geldt ook in zaken betreffende de weigering va