Conclusie AG. Oplichting van beleggers. Middelen bevatten o.a. klacht over verwerping van bewijsverweer en bewijsklachten m.b.t. het oordeel dat beleggers zijn bewogen tot de afgifte van geldbedragen, het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en het medeplegen. Conclusie stre
Wetboek van Strafvordering
Art. 423 Sv
Genoemd in 543 uitspraken · Officiële wettekst
543 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Conclusie AG over mishandeling en wederspannigheid, met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. Verdachte heeft zich tijdens zijn aanhouding verzet waarna hij samen met de verbalisant ten val is gekomen. Daarbij heeft de verdachte het scrotum van verbalisant vastgepakt. 1. Is hierb
Opzettelijk handelen in strijd met art. 3.C Opiumwet. Volstaan met opgave b.m., art. 359.3 Sv. HR op gronden in de CAG vermeld is het middel terecht voorgesteld. CAG: Ten onrechte volstaan met een opgave van de b.m. door het vonnis te bevestigen, aangezien uit het p-v van de tz.
Conclusie AG. Klachten over de toepassing van de verkorte bewijsconstructie als bedoeld in art. 359 lid 3 Sv en de verwerping van een verweer. De conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.
Conclusie plv. AG. Motiveringseisen art. 359 Sv ook van toepassing bij strafbepaling op grond van art. 423.4 Sv? Conclusie strekt tot verwerping.
Profijtontneming. Klacht dat het Hof de schatting van het w.v.v. ten onrechte heeft doen steunen op b.m. waarvan de inhoud niet in het door het Hof bevestigde vonnis is opgenomen. Ex art. 367 Sv vindt op het rechtsgeding voor de politierechter onder meer titel IIIb van Boek IV Sv
Conclusie plv. AG. Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben hennep en productie amfetamine. Verdachte heeft zich onder meer bezig gehouden met de afvoer van afvalstoffen van het amfetaminelaboratorium. Ontoereikende motivering medeplegen productie amfetamine. De plv. AG stelt zich
Poging tot moord en bedreiging (meermalen gepleegd). 1. Laatste woord. 2. Gedeeltelijke vernietiging en bevestiging van de opgelegde straf, art. 423 lid 1 en 3 Sv. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt dat verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Noch uit het p-v, noch
De rechtbank Gelderland te Arnhem heeft een (thans) 26-jarige man uit Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 46 maanden voor de zware mishandeling en verwaarlozing van zijn (toen) 8 maanden oude zoon, met de dood tot gevolg. De moeder, de thans 26-jarige partner van de ma
Zaak “Passage”. Afspraak met een “kroongetuige” (in de zin van art. 226g Sv), door het openbaar ministerie en die verdachte/getuige, gemaakt tijdens het hoger beroep in de strafzaak waarin de verdachten tegen wie de kroongetuige zal verklaren, eveneens terecht staan. Voeging op v
Terugwijzing van ontnemingszaak naar de rechtbank Noord-Holland. Volgens het hof heeft het in eerste aanleg ontbroken aan een onpartijdige rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM. Voorafgaand aan de behandeling van de ontnemingszaak had De Telegraaf opvattingen van de v
Niet-ontvankelijkverklaring h.b. Verschoonbare termijnoverschrijding? Verdachte verschijnt t.tz. in h.b. maar voert niet aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De opvatting van het middel dat het Hof gehouden was ambtshalve te onderzoeken of de overschrijding verscho
In een door de Hoge Raad terugverwezen zaak aangaande betrokkenheid bij het om het leven brengen van een man tijdens een drugsdeal, veroordeelt het gerechtshof verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van in totaal 14 jaren vanwege het (medeplegen van) doodslag”; voor de ov
Het Hof bevestigt het vonnis maar brengt een wijziging aan in de bewezenverklaring. Strijd met art. 423.1 Sv? HR herhaalt HR LJN BW9191 m.b.t. de mogelijkheid voor de appelrechter om kennelijke schrijffouten, waaronder schrijffouten in de bewezenverklaring, te verbeteren of verbe
Art. 80a RO. HR wijst overzichtsarrest i.v.m. het op 1 juli 2012 in werking getreden art. 80a RO: de mogelijkheid om het beroep in cassatie n-o te verklaren. De HR geeft aan welke zaken zich daarvoor kunnen lenen en hoe de HR voornemens is met art. 80a RO procedureel gezien om te
Middel klaagt dat een door het Hof gebezigd bewijsmiddel niet de inhoud bevat van de aanvulling op het verkorte arrest van de mededader dat in dat bewijsmiddel wordt genoemd. HR: Het Hof heeft het bewijsmiddel kennelijk slechts redengevend geacht voor zover daarin de inhoud is we
OM-cassatie. Omvang hoger beroep. Art. 407.2 Sv. Art. 423.4 Sv. De akte h.b. is blijkens de inhoud gericht tegen de feiten 1 en 3 en tegen de opgelegde straf. Het Hof spreekt vrij van de aan zijn oordeel onderworpen feiten en legt een straf op voor de feiten die niet aan het oord
Verzoek horen getuigen. In het tussenarrest van het Hof zijn de ttz. verzochte getuigen afgewezen nu het Hof het horen van die getuigen redelijkerwijs niet noodzakelijk heeft geacht. Het onderzoek in nadien opnieuw aangevangen. Ingevolge art. 322.4 Sv blijven beslissingen inzake
Art. 423.4 Sv. Partieel appel. Het Hof heeft voor een in eerste aanleg berecht feit, waarbij enkel voor dat feit de bijkomende straf was uitgesproken en dat feit wegens de beperking van het hoger beroep niet aan het oordeel van het Hof was onderworpen, de bijkomende straf verzwaa
1. Cassatieberoep tegen beslissing tot verwijzing ex art. 423.2 Sv niet-ontvankelijk. 2. Verzoeken o.g.v. bij advocaat bezorgde anonieme brief tot horen van daarin genoemde getuige en tot onderzoek naar het bestaan van daarin genoemd Rijksrechercherapport en toevoeging daarvan aa
Onpartijdigheid van raadsheer hof die in dezelfde zaak eerder arrest heeft medegewezen strekkend tot terugwijzing wegens schending van art. 268 Sv. Medewijzen van eerdere arrest levert geen zwaarwegende aanwijzing ex HR NJ 2000, 335 op. In het eerste arrest is verdachtes verweer
-
-
-
-