Profijtontneming. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Art. 416.2 Sv. Gelet op de inhoud van een door het Hof aan de verdachte verzonden brief waarvan de inhoud bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat de ontnemingszaak in ieder geval op een latere terechtzitting verder - en d
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Art. 51 Sv. Ondanks het feit dat er zich bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken geen ontvangstbevestiging bevindt van de stelbrief van de raadsman in hoger beroep, moet er, gelet op de inhoud van het transactierapport, in cassatie van worden uitgegaan dat zich wel een raadsm
Verdachte was ter zake van het onder 2 ten laste gelegde in eerste aanleg vrijgesproken. De officier van justitie is in hoger beroep gegaan, maar van de zijde van het openbaar ministerie zijn geen grieven ingediend. Het hof verklaart de officier van justitie op grond van het bepa
N.o.-verklaring in hoger beroep o.g.v. art. 416.2 Sr. De door de raadsman ingediende appelschriftuur houdt niet in dat hij daartoe door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd. Ter terechtzitting in hoger beroep was de raadsman verschenen, die verklaarde niet uitdrukkelijk te zi
Art. 410a Sv. Nu verdachte door de Politierechter is veroordeeld tot een gevangenisstraf is art. 410a.1 Sv en dus ook art. 410a.2 Sv niet van toepassing; het middel berust op een onjuiste opvatting.
Art. 410a Sv. Nu verdachte door de Politierechter is veroordeeld tot een gevangenisstraf is art. 410a.1 Sv en dus ook art. 410a.2 Sv niet van toepassing; het middel berust op een onjuiste opvatting.
Verstekverlening. Aanwezigheidsrecht. De Hoge Raad herhaalt de toepasselijke overweging 3.42 uit HR LJN AD5163. De aan de per fax ingediende schriftuur gehechte kopieën, die niet volledig zijn, bieden onvoldoende steun voor de stelling dat verdachte ttv de behandeling van zijn za
Art. 51 Sv. Bij de stukken van het geding zit een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van verdachte. Noch verdachte, noch zijn raadsman zijn ttz verschenen. Blijkens het pv ttz heeft de griffier van het hof na behandeling van de zaak maar voor sluiting van het onder
Verdachte, een voormalig ambtenaar bij de Rijksgebouwendienst, is terzake van passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf. Verwerping van verschillende verweren m.b.t. artikel 363 Sr.
Profijtontneming.1. Laatste woord. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Uit het pv ttz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het i.c. toepasselijke art. 311.4 Sv niet in acht is genomen. Ad 2. Uit de teks
Art. 416.2 Sv. Het Hof verklaart verdachte n-o in het h.b. HR: Gelet op een brief is ’s Hofs vaststelling dat verdachte het h.b. niet bij schriftuur heeft toegelicht niet begrijpelijk.
Ontvankelijkheid OM, art. 416.3 Sv. Art. 416.3 Sv verleent de rechter een discretionaire bevoegdheid de OvJ in het h.b. niet-ontvankelijk te verklaren indien van de zijde van het OM geen schriftuur, houdende grieven, is ingediend. Die bepaling is mede van toepassing in het geval
Art. 416 Sv. Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. Geen schriftuur houdende grieven, wel een gemachtigde rm, die t.t.z. het woord tot verdediging heeft gevoerd. Gelet daarop is ’s Hofs vaststelling dat verdachte niet mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven, zonde
HR: art. 81 RO.
Geen middelen van cassatie ingediend als in de wet bedoeld. Verdachte wordt n.o. verklaard in het cassatieberoep.
OM-cassatie. Art. 416.3 Sv. Het Hof heeft na behandeling ttz. het OM alsnog n-o verklaard wegens niet tijdig indienen (4 mnd te laat) van appelschriftuur. 1. De opvatting dat art. 416.3 Sv slechts van toepassing is indien geen schriftuur wordt ingediend, is onjuist. Die bepalin
Vancouver onderzoek. Lekken politie-informatie. Appelschriftuur en ontvankelijkheid. Bewijs medeplichtigheid.
Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. Art. 416.2 Sv. De opvatting dat het “mondeling opgeven van bezwaren” a.b.i. art. 416.2 Sv bij afwezigheid van verdachte ttz. ook kan geschieden door de aldaar aanwezige, niet tot de verdediging gemachtigde raadsman, is onjuist.
Klacht over niet-ontvankelijkheid hb. I.s.m. het overgangsrecht toepassen van art. 416.2 Sv door het Hof. Middel is terecht voorgesteld op gronden als vermeld in conclusie AG.
Art. 410 en 416.3 Sv. Het Hof heeft geoordeeld dat OM ondanks niet tijdige indiening van de appelschriftuur ontvankelijk is. Mede in het licht van de wetsgeschiedenis geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, meer i.h.b. niet omtrent het te hanteren toetsings
In deze zaak is tenlastegelegd het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen, bestaande uit (natte) aardappeltarragrond, afkomstig uit het proces van aardappelverwerking van een fritesfabriek, het lozen van vocht afkomstig van natte
Het hof stelt vast dat verdachte geen grieven als bedoeld in artikel 410, eerste lid, Sv heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven. Het hof verklaart het hoger beroep van verdachte daarom op grond van artikel 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk,
Wet stroomlijnen hoger beroep (art. 416 lid 2 Sv): verdachte heeft noch schriftelijk, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof verklaart het door verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
OM-cassatie. Ingevolge art. 449.1 jo. art. 407.1 Sv kan het hoger beroep slechts tegen het vonnis in zijn geheel worden ingesteld. Alleen indien aan verdachte cumulatief strafbare feiten zijn tenlastegelegd, kan ingevolge art. 407.2 Sv het hoger beroep tot een of meer van die gev
Afwijzing van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor en voorlopig deskundigenbericht tegen de Staat ter vaststelling van wat in een strafzaak tijdens een terechtzitting is voorgevallen, 81 RO.