Stempelvonnis ex art. 378a Sv en het verlenen van verlof ex art. 410a Sv. Vzv. wordt geklaagd dat het vonnis uitgewerkt had moeten worden miskent het middel dat indien een stempelvonnis is gewezen o.g.v. art. 422 Sv de beraadslaging alleen n.a.v. het onderzoek in h.b. plaatsvindt
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 25 · live
Stempelvonnis ex art. 378a Sv en het verlenen van verlof ex art. 410a Sv. Vzv. wordt geklaagd dat het vonnis uitgewerkt had moeten worden miskent het middel dat indien een stempelvonnis is gewezen o.g.v. art. 422 Sv de beraadslaging alleen n.a.v. het onderzoek in h.b. plaatsvindt
Overgangsrecht verjaringstermijn overtredingen. Overtreding naar oud recht verjaard, naar huidig recht niet. Hof past gunstigste regeling toe. OM niet-ontvankelijk.
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. De opvatting dat een geval als i. c., waarin de Voorzitter ex art. 410a Sv “verlof” heeft verleend tot behandeling van de zaak in h.b. nadien geen plaats meer is voor n-o op de in art. 416.2 Sv voorziene grond dat verdachte noch bij schriftuur noch ter
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. HR herhaalt de relevante overwegingen uit LJN BK0910 m.b.t. de toetsingsruimte in cassatie van een op art. 416.2 Sv gegrond oordeel. De beslissing van het Hof dat verdachte n-o is in zijn h.b. is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Hetgeen
Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Aantekening mondeling arrest, artt. 327 Sv, 425 Sv en 426 Sv. Het pv waarin het arrest, strekkende tot n-o verklaring van verdachte, is aangetekend is niet ondertekend door de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld. I.c. is de inhoud van de aantekening mondeling arrest in da
Art. 416 Sv. De in de brief van de Advocaat-Generaal bedoelde begeleidende brief houdt onder meer in dat op de rolzitting de voordracht van de zaak achterwege blijft en geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsvindt, en dat de aanwezigheid van de raadsman en de verdachte o
AG bij het hof achtte moord bewezen. Het hof veroordeelt voor doodslag. Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in
Art. 410 en 416.3 Sv. 1. Art. 416.3 Sv is mede van toepassing op een geval waarin de appelschriftuur niet tijdig is ingediend (vgl. HR LJN BI4078). Dat geldt ook voor het geval dat niet kan worden vastgesteld dat de appelschriftuur is ingediend op de wijze zoals in art. 410 Sv is
Falende bewijsklachten ‘medeplegen’ moord en wegmaken sporen van dat misdrijf.
Aanwezigheidsrecht. Ter terechtzitting van het Hof is de verdachte niet verschenen. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. Op grond van de inhoud van het zich bij de stukken bevindende faxbericht van de Officier van Justitie, moet worden aangenomen dat de verdachte -n
Aanwezigheidsrecht. Ter terechtzitting van het Hof is de verdachte niet verschenen. Het Hof heeft verstek verleend tegen de verdachte. Op grond van de inhoud van het zich bij de stukken bevindende faxbericht van de Officier van Justitie, moet worden aangenomen dat de verdachte -n
Ontvankelijkheid in hoger beroep. Het Hof heeft kennelijk het huidige art. 416.2 Sv toegepast. In de onderhavige zaak is in eerste aanleg vonnis gewezen op 23 januari 2007. Zoals in de conclusie van de A-G is uiteengezet, was genoemde bepaling in deze zaak niet van toepassing, zo
De klacht voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven. De overige middelen: art. 81 RO.
Ontvankelijkheid in hoger beroep. Het Hof heeft kennelijk het huidige art. 416.2 Sv toegepast. In de onderhavige zaak is in eerste aanleg vonnis gewezen op 23 januari 2007. Zoals in de conclusie van de A-G is uiteengezet, was genoemde bepaling in deze zaak niet van toepassing, zo
Een gevangenisstraf van 30 dagen ter zake gekwalificeerde diefstal en een geldboete ter zake het rijden onder invloed.
Een gevangenisstraf van twee maanden ter zake gekwalificeerde diefstal. In verband met recidive hogere straf dan door de politierechter is opgelegd.
Art. 416.2 Sv. Klacht over niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep. Art. 416.2 Sv stelt de beslissing tot toepassing van die bepaling niet afhankelijk van een onderzoek of de verdachte van de zijde van justitie was geïnformeerd omtrent de mogelijkheid dat het niet i
HR: 81RO.
Art. 416.2 Sv. Art 14.5 IVBPR verzet zich niet tegen een n-o verklaring in h.b op de op art. 416.2. Sv gebaseerde grond.
Art. 51 Sv. Bij de stukken van het geding bevindt zich een stelbrief van de raadsman inhoudende dat hij de verdachte in twee zaken, waaronder onderhavige zaak, als raadsman zal bijstaan. De ontvangst van deze stelbrief is door het Hof bevestigd. Niet is gebleken dat een afschrift
Herziening.
Profijtontneming. Ontvankelijkheid in hoger beroep. Art. 416.2 Sv. Gelet op de inhoud van een door het Hof aan de verdachte verzonden brief waarvan de inhoud bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat de ontnemingszaak in ieder geval op een latere terechtzitting verder - en d