Parket bij de Hoge Raad
ECLI:NL:PHR:2010:BM7489
2010-09-14
Strafrecht
08/04482
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2010:BM7489 → ECLI:NL:PHR:2010:BM7489
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv. Het Hof verklaart verdachte n-o in het h.b. HR: Gelet op een brief is ’s Hofs vaststelling dat verdachte het h.b. niet bij schriftuur heeft toegelicht niet begrijpelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.209 tekens)
Nr. 08/04482
Mr. Vellinga
Zitting: 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens verdachte heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Gelet op het feit dat zich in het op de voet van het bepaalde in art. 434 lid 1 Sv door de griffier van het Hof aan de griffier van de Hoge Raad gezonden dossier een schriftuur bevindt die namens de verdachte is ingediend en wel blijkens het dagstempel binnen de termijn van art. 410 lid 1 Sv, is het oordeel van het Hof dat de verdachte op de voet van art. 416 lid 2 Sv niet ontvankelijk kan worden verklaard in zijn hoger beroep omdat hij noch bij schriftuur noch mondeling het namens hem ingestelde hoger beroep heeft toegelicht, niet begrijpelijk.
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Mr. Vellinga
Zitting: 8 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam niet ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens verdachte heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Gelet op het feit dat zich in het op de voet van het bepaalde in art. 434 lid 1 Sv door de griffier van het Hof aan de griffier van de Hoge Raad gezonden dossier een schriftuur bevindt die namens de verdachte is ingediend en wel blijkens het dagstempel binnen de termijn van art. 410 lid 1 Sv, is het oordeel van het Hof dat de verdachte op de voet van art. 416 lid 2 Sv niet ontvankelijk kan worden verklaard in zijn hoger beroep omdat hij noch bij schriftuur noch mondeling het namens hem ingestelde hoger beroep heeft toegelicht, niet begrijpelijk.
4. Het middel slaagt.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG