Conclusie AG. Aanwezigheidsrecht, achteraf gebleken detentie. Verdachte was op de hoogte van de terechtzitting maar daar niet verschenen. Aan de cassatieschriftuur gehechte stukken wekken vermoeden dat de verdachte ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep was gedetineerd i
Wetboek van Strafvordering
Art. 416 Sv
Genoemd in 648 uitspraken · Officiële wettekst
648 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 16 · live
volgt
Conclusie AG. Slagende middelen over i) het in het arrest van het hof besloten liggende oordeel dat de verdachte in twee van de vier zaken in eerste aanleg behoorlijk is gedagvaard, ii) de vervangende hechtenis die aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel is verbonden en iii)
Conclusie AG. Aanwezigheidsrecht, achteraf gebleken detentie. Verdachte was op de hoogte van de terechtzitting maar daar niet verschenen. Aan de cassatieschriftuur gehechte stukken wekken vermoeden dat de verdachte ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep was gedetineerd i
Vordering ISD-maatregel, art. 38m Sr. Hof legt ‘het laatst gepleegde misdrijffeit’ in de ISD-Richtlijn van het OM uit als: ' het laatst gepleegde en thans bewezenverklaarde feit waarvoor de oplegging van ISD wordt gevorderd'.
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep. De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, wegens een gebrek in de volmacht tot het instellen van hoger beroep, alsmede vanwege het ontbreken van grieven.
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Uit de stukken van het geding moet worden afgeleid dat verdachte met de dag van de tz van het hof van 3-11-2020 tevoren bekend was. Daarom had o.g.v. art. 432.1.c Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen nadat het hof di
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs was geschorst, art. 9.5 WVW 1994. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 432.1.a Sv. Had cassatieberoep binnen 14-dagen na verstekuitspraak hof moeten worden ingesteld, nu dagvaarding in hoger beroep v
Toewijzing verzoek verdediging NO ex 416.2 Sv en afwijzing verzoek OM tot aanhouding, mede omdat OM niet nader heeft geconcretiseerd dat en waarom de door de rechtbank opgelegde straf niet passend zou zijn.
Hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van art. 416 lid 3 Sv.
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr). Op dag voor zitting (om 19.42 uur) verstuurde e-mail van raadsvrouw met grieven niet tijdig ter kennis van hof gekomen. HR: middel slaagt op gronden vermeld in CAG. CAG: Aan de cassatieschriftuur gehechte stukken bieden
Conclusie AG. Verdachte veroordeeld voor leidinggeven aan een criminele organisatie en flessentrekkerij. Middelen over (M1) afwijzing verzoek verdachte het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren, (M2 en 3) afwijzing verzoek vorderingen benadeelde partijen niet-ontvankelijk t
Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Geen afschrift van oproeping in hoger beroep verzonden aan raadsvrouw van verdachte, art. 48 Sv. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij de stukken bevindt zich een aanhoudingsverzoek aan strafgriffie hof, waarin raadsvr
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk i.v.m. te laat indienen appelschriftuur.
Beperkt hb, toepassing aan art. 423 lid 4 Sv. Ovj n-o in hb gelet op art. 416 lid 3 Sv (feit 3). Bespreking verweer strekkende tot n-o OM (feit 4). Veroordeling identiteitsfraude en smaadschrift. Verminderd toerekeningsvatbaar. Uitgebreide vorderingen bp
Conclusie AG. Betekeningsperikelen bij dagvaarding in hoger beroep. Art. 588 lid 1 (oud) Sv. Bij politieverhoor opgegeven woon- of verblijfplaats is niet achterhaald. De conclusie strekt tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.
416 lid 2
Toepassing art. 416 lid 3 Sv en art. 423 lid 4 Sv. Vrijspraak diefstal. Vrijspraak mishandeling, beroep op noodweer gehonoreerd. Veroordeling mishandeling. Gevangenisstraf 1 week met aftrek.
Conclusie AG. Betekeningsperikelen. Wijziging BRP-adres heeft tot gevolg dat eerder op de voet van art. 36g, eerste lid, Sv opgegeven adressen in feite komen te vervallen. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarbij wel is beslist dat de kwalificatie van feit 3 poging “zware mishandeling” moet worden aangevuld met “meermalen gepleegd”. In het arrest zijn overwegingen gewijd aan de akte intrekking ter zake van 2 van de 3 feiten, die was o
Rijden onder invloed, art. 8.2.a WVW 1994. Geen afschrift van dagvaarding in hoger beroep verzonden aan raadsvrouw van verdachte, art. 48 Sv. Aan schriftuur gehechte brief van advocaat aan strafgriffie hof, welke per fax verzonden brief blijkens aan schriftuur gehecht verzendcont
Witwassen en verboden middelen.
Economische zaak. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. het benadelen van de gezondheid /welzijn van runderen (art. 2.1 Wet dieren). Betekening dagvaarding in h.b. HR: In uitspraak hof, die bij verstek is gewezen, ligt oordeel besloten dat verdachte behoorlijk is gedagvaard. Inhou
416 lid 2