Art. 416.2 Sv, n-o in h.b. Het Hof heeft de n-o mede doen steunen op de omstandigheid dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend. De stukken van het geding bieden voldoende grond voor het ernstige vermoeden dat namens verdachte een schriftuur houdende grieven
Wetboek van Strafvordering
Art. 410 Sv
Genoemd in 415 uitspraken · Officiële wettekst
415 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Artikel 11 Flora- en faunawet. Vrijspraak beschadigen/vernielen/verstoren dassenburcht.
De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak in vereniging en een poging tot diefstal uit een woning. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de schuldheling van een televisie. Het Hof veroordeelt de verdachte tot
AG bij het hof achtte moord bewezen. Het hof veroordeelt voor doodslag. Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in
OM niet ontvankelijk.
OM niet ontvankelijk.
Verzoek tot horen van bij appelschriftuur opgegeven getuigen. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410.1 Sv een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418.1 Sv (behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418.2
1. Afwijzing verzoek Oslo-confrontatie. 2. Afwijzing getuigenverzoek, maatstaf. Ad 1. In ’s Hofs oordeel ligt besloten dat het geen noodzaak heeft gezien voor toewijzing van het verzoek. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent de te dezen toepasselijke maa
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft het beroep op de onrechtmatige aanhouding van de verdachte, dat is gedaan ter onderbouwing van het verzoek dienaangaande getuigen te doen horen, verstaan als een beroep op een vormverzuim dat betrekking heeft op een bevel inzake de toepass
Art. 410 en 416.3 Sv. 1. Art. 416.3 Sv is mede van toepassing op een geval waarin de appelschriftuur niet tijdig is ingediend (vgl. HR LJN BI4078). Dat geldt ook voor het geval dat niet kan worden vastgesteld dat de appelschriftuur is ingediend op de wijze zoals in art. 410 Sv is
Het verzoek tot het horen van de in de appelschriftuur a.b..i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hant
HR: 81 RO.
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra
De in de appelschriftuur a.b.i. art. 410.1 Sv opgegeven getuigen zijn ttz door de verdediging gehandhaafd. Nu zich hier niet de uitzondering van art. 418.2 Sv voordoet, had het Hof bij de beoordeling daarvan de maatstaf van art. 288.1 Sv moeten hanteren.
De klacht voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, zodat zij onbesproken moet blijven. De overige middelen: art. 81 RO.
Verlenging gedragsbeïnvloedende maatregel niet meer zinvol, zelfs contraproductief.
Binnentreden in woning. Art. 2.3 Algemene wet op het binnentreden. ’s Hofs oordeel dat de politieambtenaren in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs konden en mochten aannemen dat er sprake was van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen
Verzoek bij appelschriftuur. De HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR LJN BJ9346. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aldaar een verzoek is gedaan om de bij appelschriftuur opgegeven getuigen alsnog ter terechtzitting op te roepen. H
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Aangevoerd wordt dat de getuige was opgegeven in de door de raadsman ingediende appelschriftuur. Bedoelde appelschriftuur bevindt zich niet bij de stukken van het geding. In cassatie is wel overgelegd een stuk inhoudende dat de appelschriftuur
Jeugdzaak. Slagende bewijsklacht.
Getuigenverzoek. Maatstaf. Voortbouwend appel. ’s Hofs oordeel dat de verdediging het eerdere verzoek heeft ingetrokken is niet zonder meer begrijpelijk. Het verzoek is i.c. dan ook een verzoek ex art. 414.2 jo. 263.2 en 3 Sv welk verzoek de rechter o.g.v. art. 418.1 Sv slechts k
Art. 416.2 Sv. Art 14.5 IVBPR verzet zich niet tegen een n-o verklaring in h.b op de op art. 416.2. Sv gebaseerde grond.
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft het oordeel dat het verzoek tot het horen van de door de verdediging in de appelschriftuur opgegeven getuigen moet worden beoordeeld aan de hand van het noodzaakcriterium doen steunen op de vaststelling dat de schriftuur niet inhoudt de op
HR: 81RO.