Conclusie AG. 1. Middel over het ontbreken bij de uitreiking van de bij de inleidende dagvaarding behorende mededelingen en een vertaling hiervan ingevolge art. 588 lid 2 Sv. AG geeft algemene beschouwingen over de reikwijdte van de verplichting tot vertaling van gerechtelijke st
Wetboek van Strafvordering
Art. 366 Sv
Genoemd in 165 uitspraken · Officiële wettekst
165 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Ontvankelijkheid cassatieberoep tegen verstekarrest, art. 432.1 Sv. HR: Op de gronden vermeld in de CAG kan verdachte niet worden ontvangen in het ingestelde beroep. CAG: een bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid welke de overschrijding van de beroepstermijn
-
Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.
Vrijspraak van zedendelicten. Het hof is van oordeel dat in dit geval in onvoldoende mate kan worden getoetst hoe de bekennende verklaring van de verdachte tot stand is gekomen en wat het waarheidsgehalte van die verklaring is.
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekvonnis ex. art. 366 Sv. Middel klaagt dat na de uitspraak van de Pr de verstekmededeling niet binnen een jaar na de uitspraak rechtsgeldig is betekend en dat OM bij die betekening niet de nodige voortvarendh
Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekvonnis. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van de redelijke termijn doordat het OM bij de ex art. 366 Sv voorgeschreven betekening van een verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht.
Diefstallen (art. 310 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Veroordeling uit 2004. 1. Overschrijding redelijke termijn bij betekening verstekarrest; 2. verjaring. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van de redelijke termijn doordat het OM bij de ex art. 36
Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b. omdat het te laat is ingesteld. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat ex art. 366.4 Sv vertaling mededeling verstekvonnis aan verdachte, die in e.a. noch in h.b. ttz. is verschenen, had moeten worden verstrekt? O.g
Mishandeling en belediging
Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Vertaling van de mededeling a.b.i. art. 366, vierde lid, Sv. Samenhang met 17/04932.
Profijtontneming. Conclusie AG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Vertaling van de mededeling a.b.i. art. 366, vierde lid, Sv. Samenhang met 17/02128.
Economische zaak. N-o in hoger beroep, termijnoverschrijding, art. 408 Sv. Had het door verdachte gedane aanhoudingsverzoek, waaruit het Hof concludeert dat hij weet had van de nadere zitting, betrekking op deze zaak of op een andere zaak van verdachte die diende op dezelfde dag?
Verzoek ex artikel 89 Sv. uitgangspunten bij de beoordeling van de verrekenbaarheid van bij strafbeschikking dan wel vonnis of arrest opgelegde boetebedragen en van maatregelen als bedoeld in artikel 36e en 36f Sr. Deze uitgangspunten gelden voor de gevallen waarin noch van de zi
Bevestiging vonnis, behalve tav vordering TUL, TUL afwijzen, geen mededeling uitspraak van het verstekvonnis
Art. 359.3 Sv. Bekennende verdachte? Roekeloos rijden. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2013:960. Het Hof heeft volstaan met een opgave van de b.m. als bedoeld in art. 359.3 Sv. Nu de verklaring van verdachte niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde, is het oordeel van het Ho
Mishandeling. HR ambtshalve: verjaring.
Ontnemingszaak mensenhandel. Overschrijding redelijke termijn leidt tot mindering.
Overschrijding redelijke termijn. De benodigde voortvarendheid bij betekening verstekmededeling, art. 366 Sv. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.19. Het middel is gegrond nu niet blijkt dat binnen een jaar na de uitspraak van het Hof op de wijze a.b.i. genoem
HR ambtshalve: verjaring. De HR merkt op dat een zgn. VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 7
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit.
Ontbreken p-v van de tz. in e.a. bij de stukken. O.g.v. nader bij het Hof ingewonnen informatie moet worden aangenomen dat het pv van de tz. in e.a. niet meer beschikbaar zal komen. Nu in h.b. geen beroep is gedaan op het ontbreken van genoemd p-v, kan daarover niet voor het eer
1. Verstek, terugwijzing naar rechter in e.a. 2. Bewijsklacht opzet. 3. Verstekmededeling, art. 366 Sv, redelijke termijn. Ad 1. Zowel het vonnis in e.a. als de bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AD5163 (rov. 3.33 e
Tussenarrest. Bekendheid verdachte met voorwaardelijke veroordeling? De AG heeft inlichtingen ingewonnen. Dit heeft geleid tot de toezending van een stuk dat de AG aan het dossier heeft toegevoegd. De verdediging behoort in de gelegenheid te worden gesteld hiervan kennis te nemen
Betekening verstekmededeling. Redelijke termijn. HR herhaalt de relevante overweging (rov. 3.19) uit LJN BD2578. De opvatting dat het OM na de rechtsgeldige betekening van de verstekmededeling aan - kort gezegd - de griffier bij de minstens jaarlijks te verrichten poging om de ve