Betekening verstekmededeling. Redelijke termijn. HR herhaalt de relevante overweging (rov. 3.19) uit LJN BD2578. De opvatting dat het OM na de rechtsgeldige betekening van de verstekmededeling aan - kort gezegd - de griffier bij de minstens jaarlijks te verrichten poging om de ve
Wetboek van Strafvordering
Art. 366 Sv
Genoemd in 165 uitspraken · Officiële wettekst
165 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Redelijke termijn. Bij het onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat de verdachte op geen enkel moment in de periode vanaf 02-04-1999 in de basisadministratie persoonsgegevens van enige gemeente in Nederland opgenomen is geweest en dat evenmin uit d
Redelijke termijn. Bij het onderzoek naar de naleving van art. 435.1 Sv heeft de HR vastgesteld dat de verdachte op geen enkel moment in de periode vanaf 02-04-1999 in de basisadministratie persoonsgegevens van enige gemeente in Nederland opgenomen is geweest en dat evenmin uit d
Vrijspraak van artikel 6 en 5 WVW94 (feit 1) De verdachte verweten schuld als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet dan wel gevaarzetting als bedoeld in artikel 5 Wegenverkeerswet zoals dit onder 1 is tenlastegelegd is tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet naar voren geko
Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn en betekening verstekmededeling. De verstekmededeling is niet aan de akte van uitreiking gehecht. Uit de stukken van het geding kan worden afgeleid dat de akte van uitreiking betrekking heeft op de uitreiking van de verstekmedede
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke OBM. Het hof heeft de t.u.l. gelast van een voorwaardelijke OBM terwijl geen mededeling van de voorwaardelijke veroordeling in de zin van art. 366a.2 Sv aan verdachte heeft plaatsgevonden. Gelet op de wetsgeschiedenis staat dit laatste echter nie
Overschrijding redelijke termijn en betekening verstekmededeling. HR herhaalt daaromtrent relevante overwegingen uit HR LJN BD2578 en neemt voorts in aanmerking hetgeen in HR LJN ZD2099 is overwogen t.a.v. de op de verdachte rustende verplichting om te zorgen dat hij op de hoogte
Art. 327 Sv. Een pv dat bij ontstentenis van de voorzitter, de oudste raadsheer, de jongste raadsheer en de griffier ondertekend is door de fungerend voorzitter van het gerecht, mist rechtskracht, nu het niet vastgesteld en ondertekend is overeenkomstig art. 327 Sv. Dit onherstel
Redelijke termijn. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting.
Verklaring getuige wiens identiteit niet blijkt. Ingevolge het ook in h.b. toepasselijke art 360.1 en art. 360.4 Sv behoort de rechter het gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, a.b.i. art. 344a.3
1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding is toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AA73
1. Aanwezigheidsrecht. 2. Redelijke termijn, ontvankelijkheid. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AD5163. Uit de stukken kan niet blijken dat de appeldagvaarding is toegezonden aan het in de appelakte vermelde adres. Ad 2. HR herhaalt toepasselijke regels uit LJN AA73
Overschrijding redelijke termijn tussen de bestreden, bij verstek gewezen, uitspraak en het tijdstip waarop deze uitspraak aan verdachte in persoon is betekend. Nu niet blijkt dat de verstekmededeling binnen een jaar na de uitspraak van het Hof aan verdachte - die in die periode
Art. 51 Sv. Aangenomen moet worden dat de na het vonnis in EA en het instellen van hoger beroep ingezonden brieven van de rm, gericht aan de Rb, zich bij de stukken van het geding gevoegd zijn en naar het Hof zijn verzonden, zodat het Hof t.t.v. de behandeling van de zaak kennis
Uittreksel-arrest. Het Hof heeft zijn gegeven beslissingen niet neergelegd in een verkort arrest, maar in een “uittreksel” dat niet voldoet aan de eisen van art. 365a en 138b Sv. Dat verzuim heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de b
Het recht tot strafvordering is i.c. niet vervallen indien het cassatieberoep tegen ’s Hofs niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep niet slaagt, zie tussenarrest HR LJN AZ3286. ’s Hofs niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende oordeel dat hetgeen doo
Betekening dagvaarding. Het in de bestreden – bij verstek gewezen - uitspraak besloten liggende oordeel dat verdachte in 1e aanleg behoorlijk is gedagvaard, is niet begrijpelijk nu de akte inhoudt dat de dagvaarding niet op het adres X, 2e verdieping, kon worden uitgereikt en ken
Geen overschrijding redelijke termijn tussen bij verstek gewezen uitspraak en het tijdstip waarop deze aan verdachte in persoon is betekend. Een verstekmededeling betreffende een op 22-09-1999 bij verstek gewezen arrest van het hof – na vergeefse aanbieding op 22-10-1999 op het G
Redelijke termijn in de fase tussen het bij verstek gewezen arrest en de betekening daarvan. In de tussenliggende periode had verdachte tijdelijk een bekend adres, waardoor het verstekarrest betekend had kunnen worden. HR toetst aan het betekeningsarrest NJ 2000, 721 en verwijst
Redelijke termijn in de fase tussen het bij verstek gewezen arrest en de betekening daarvan. In de tussenliggende periode had verdachte tijdelijk een bekend adres, waardoor het verstekarrest betekend had kunnen worden. HR toetst aan het betekeningsarrest NJ 2000, 721 en verwijst
HR ambtshalve: De verjaringstermijn beloopt i.c. ex art. 72 ten hoogste 2 x 6 jaar. Uit het tot het bewijs gebezigde politie-pv inhoudende de verklaring van X volgt dat de tenlastegelegde verduistering van de Peugeot 405 GRI heeft plaatsgevonden in de periode van 1-6-94 t/m 7-6-9
1. HR constateert ambtshalve verjaring feit 2. 2. HR verklaart OM niet-ontvankelijk t.a.v. feit 1 wegens vertraging betekening verstekmededeling. Ad 1. Op 10-11-05 is namens verdachte cassatie ingesteld. Uit de gedingstukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand e
Redelijke termijn en verstekmededeling. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2000, 721 en HR NJ 2001, 243. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de stukken van het geding niets behelzen waaruit kan volgen dat tussen 20-5-98 (datum uitspraak) en 20-12-05 (datum bet
1. Redelijke termijn en verstekmededeling. 2. Verjaring ex art. 70.2° (oud) Sr. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR NJ 2000, 721. De gedingstukken behelzen niets waaruit kan volgen dat tussen 7-4-98 en 24-10-02 is getracht een verstekmededeling aan verdachte te bete
1. Redelijke termijn en verstekmededeling. 2. Verjaring ex art. 70.2° (oud) Sr. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overweging uit HR NJ 2000, 721. De gedingstukken behelzen niets waaruit kan volgen dat tussen 7-4-98 en 24-10-02 is getracht een verstekmededeling aan verdachte te bete