De rechtbank Amsterdam heeft aan verdachte 42 maanden gevangenisstraf opgelegd voor oplichting en in een enkel geval verduistering, valsheid in geschrift en daarnaast witwassen op grote schaal. Aan benadeelde partijen zijn vorderingen toegewezen van resp. € 15.152,- en € 705.550,
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Kwalificatie. Over de onterechte kwalificatie vermeld in het extract vonnis kan in cassatie niet met vrucht worden geklaagd, nu een dergelijk t.b.v. de executie opgemaakt stuk in cassatie niet ten toets staat. De klacht dat de Ktr in het bestreden vonnis heeft nagelaten het bewez
Verblijf ongewenst verklaarde vreemdeling in NL. Klachten over verwerping van beroep op overmacht en van verweer strekkende tot n-o-verklaring van het OM. HR: 81 RO.
1. Afwijzing van het verzoek tot het verrichten van een vergelijkend boekenonderzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG kan het middel niet tot cassatie leiden. 2. Geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. 3. De bestreden uitspraak vermeldt ten onrechte niet
Bewijsklacht t.a.v. inrijden op personen. De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat verdachte met onverminderde snelheid in de richting van beide slachtoffers is gereden en recht op hen is afgekomen. In het licht van die bewijsvoering zijn de door het Hof genoemde manoeuvre en de
Antilliaanse zaak. Het verweer stelt de reikwijdte van het in de tll en bewezenverklaring van feit 2 gebezigde, aan art. 350.1 SrNA ontleende begrip "ten verkoop in voorraad hebben" aan de orde. Het betreft een zogenoemd dakdekkersverweer, dat mede van feitelijke aard is. Een der
Antilliaanse zaak. Het verweer stelt de reikwijdte van het in de tll en bewezenverklaring van feit 2 gebezigde, aan art. 350.1 SrNA ontleende begrip "ten verkoop in voorraad hebben" aan de orde. Het betreft een zogenoemd dakdekkersverweer, dat mede van feitelijke aard is. Een der
Art. 187d (oud) Sv. Het Hof heeft het verzoek van de verdediging om de R-C als getuige te doen horen kennelijk – en niet onbegrijpelijk – aldus opgevat, dat het ertoe strekte van de R-C te vernemen wat de betrokken getuigen tegenover hem hebben verklaard m.b.t. gegevens waaromtre
Belastingfraude bij de aanleg van een nieuw sportpark in de gemeente Etten-Leur. Samenhang met 02451/06 en 02453/06. 1. Strafrechtelijke immuniteit mbt handelen i.h.k.v. bestuurstaak. Art. 359.2 en 358.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. 3. Opzet rechtspersoon. Verdachte is een publiek
Door de verdediging is verweer gevoerd dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit opleverde, waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Aangezien zodanige beslissing in de bestreden uitspraak niet voorkomt,
Het Hof heeft t.a.v. (op één na) alle benadeelde partijen het bedrag van de schadevergoedingsmaatregel lager gesteld dan het bedrag van de daarmee corresponderende toegewezen vordering. HR: In aanmerking wordt genomen dat de rechter niet gehouden is het bedrag van de betalingsver
Kraggenburg-zaak. 1. Onpartijdige rechter i.d.z.v. art. 6 EVRM. 2. Vaststelling ziekelijke stoornis. 3. Oorzakelijk verband gepleegde feiten en ziekelijke stoornis. Ad 1. In ’s Hofs overwegingen ligt als zijn oordeel besloten dat het enkele feit dat de Rb zich in een tussenvonnis
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
Art. 359.2 Sv. Anders dan het middel voorstaat, heeft het Hof het betoog niet behoeven op te vatten als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt i.d.z.v. art. 359.2 Sv. Het aangevoerde houdt immers niet in op grond waarvan de enkele omstandigheid dat de verhuur alleen heeft plaatsg
Bewijsuitsluiting als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg kan uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate
De rechter naar wie de HR na vernietiging van een uitspraak de zaak heeft verwezen, is gebonden aan de door de HR gegeven beslissing (HR NJ 1996, 478). Dit brengt mee dat het hof – gelet op de omvang van het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem – o.g.v. ’s Hogen Raa
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. De opvatting dat de rechter, die gebruik maakt van de hem in art. 359.3, 2e volzin Sv gegeven mogelijkheid om, zo verdachte het hem ten laste gelegde bekent, met een opgave van bewijsmiddelen te volstaan, dient te doen blijken dat verdachte na
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op welke met ar
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. De pleitnotities houden een uitvoerige opsomming in van argumenten op grond waarvan de gewraakte getuigenverklaringen als onbetrouwbaar aangemerkt moeten worden. In het middel wordt echter niet met voldoende
Art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het hof heeft het gevoerde betoog kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ex art. 359.2 Sv. Dat oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv kan in ieder geval geen toepassing vinden indien door of namens verdachte ter terechtzitting vrijspraak is bepleit. ‘s Hofs oordeel dat kon worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen ex art. 359.3 Sv, is - nu de raadsman vrijspraak he
Reikwijdte art. 359.2 Sv. HR herhaalt de algemene beschouwingen uit HR LJN AU9130. Het middel betreft “de verweren” die ter terechtzitting in appèl zijn gevoerd. Daarbij is niet nader aangeduid op welke verweren de klacht ziet. Aldus is niet met voldoende precisie aangegeven op w
Invoer van draadloze telefoons in Nederland vanuit Taiwan en opslag ter distributie in Nederland van deze telefoons die niet voldoen aan de krachtens art. 10.1 of 10.2 Telecommunicatiewet gestelde voorschriften. De ec. pr heeft verdachte vrijgesproken. Bij gebreke van een bewezen