Noodweer(exces). Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnota heeft de raadsvrouwe van de verdachte een beroep gedaan op noodweer(exces). Het Hof had hierop op straffe van nietigheid uitdrukkelijk moeten beslissen maar heeft dit nage
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Art. 46 Wte 1995. Besluit Marktmisbruik. Voorwetenschap. Uitlokken van het met voorwetenschap bewerkstelligen van transacties. Voordeelvereiste. Tussenpersoon. HR herhaalt regel uit LJN BJ3301 over het handelen met voorwetenschap. Voor een veroordeling t.z.v. art. 46.2 Wte 1995 i
Strafmotivering. Het gebrek dat uit het onderzoek ttz. niet kan volgen dat verdachte meerdere malen betrokken is geweest bij vechtpartijen “in het uitgaansleven” behoeft niet tot cassatie te leiden, nu dat gebrek in de motivering van de strafoplegging van zo ondergeschikte aard i
1. Verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid (n-o) OM in de vervolging. 2. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt (uos), art. 359.2 Sv. Ad 1. Het Hof diende ingevolge art. 358.3 en art. 359.2.1e volzin Sv een gemotiveerde beslissing te geven op het verweer strekkende to
Art. 416.2 Sv. Art 14.5 IVBPR verzet zich niet tegen een n-o verklaring in h.b op de op art. 416.2. Sv gebaseerde grond.
HR: 81 RO.
Poging doodslag. Voorwaardelijk opzet. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer met een mes in de buik heeft gestoken, 5 cm onder de ribbenboog. Dat het Hof daaruit kennelijk heeft afgeleid dat de verdachte daarbij op zijn mi
Art. 6 en 495 Sv. Bevoegdheid Kinderrechter. Met het voorschrift van art. 6.2 Sv heeft de wetgever beoogd in geval van gelijktijdige vervolging te bewerkstelligen dat de zaken tegen medeverdachten door dezelfde rechter worden behandeld (vgl. HR LJN ZD1575). De met art. 6.2 Sv beo
Medeplichtigheid. Bewijs opzet. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA7932 m.b.t. het toetsingskader betreffende de aansprakelijkheid van een medeplichtige. Uitleg van de termen “door de dader verrichte handelingen” en “een deel daarvan” uit het toetsingskader. D
1. Verzuim te beslissen op een beroep op psychische overmacht. 2. Ontoereikende verwerping beroep op noodweer(exces). Ad 1. Het Hof heeft het bedoelde beroep op psychische overmacht niet opgevat als een inzake feit 2 gevoerd verweer waarop uitdrukkelijk zou moeten worden beslist.
Noodweer. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AU8087 t.a.v. culpa in causa bij noodweer, uitlokking door provocatie. Het Hof - dat kennelijk aannemelijk heeft geacht dat zich een noodweersituatie voordeed - heeft geoordeeld dat verdachte zich “willens en wetens in een s
Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.
Geen responsieplichtig verweer. De klacht dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op een verweer in de zaak van een medeverdachte bij welk verweer verdachte zich heeft aangesloten, faalt op de in de conclusie van de AG vermelde gronden.
HR: 81 RO.
1. Toepassing art. 423.1 Sv (vernietiging/bevestiging door Hof van vonnis in 1e aanleg) na inwerkingtreding Wet stroomlijnen hoger beroep. 2. Kwalificatie. Ad 1. De HR beschrijft de strekking van de Wet stroomlijnen hoger beroep en de praktijk m.b.t. de toepassing van art. 423 Sv
Na het tussenarrest van de HR (LJN BL3221 ) heeft de AG bij de HR aanvullend geconcludeerd. HR thans: 81 RO.
Combinatie ISD met bijkomende straffen. De HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AV1161. De HR neemt in aanmerking dat blijkens art. 9.5 Sr voor bijkomende straffen als algemeen uitgangspunt geldt dat zij gecombineerd mogen worden met andere straffen en dat niet valt in t
O.g.v. art. 358.4 Sv behoeven slechts die wettelijke voorschriften te worden vermeld die de toegepaste verbods- en strafbepalingen inhouden en de onmiddellijke grondslag der veroordeling uitmaken. Indien de veroordeling is gebaseerd op art. 312 dan wel 311, behoeft art. 310 Sr ni
Bewijsmotivering. Nu de bewezenverklaring, vzv. behelzende dat de douane-expediteurs X en Y strafrechtelijk niet aansprakelijk zijn, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is 's Hofs uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkle
Unus testis, nullus testis. Volgens art. 342.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlg. feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige.
Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden te beslissen op een bij appelschriftuur gedaan verzoek. Alleen een herhaald, ttz. gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Geen rechtsregel verplichtte het Hof om te onderzoeken of en in hoeverre verdachte bij zijn in de ap
Art. 359.2 Sv. U.o.s. Hetgeen door de raadsvrouw ttz. is aangevoerd m.b.t. de verklaring van de getuige kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof n
HR: 81 RO.
Bewijsklacht. De tekst van de Verordening (EG) nr. 1774/2002, noch het Besluit produktie en handel in vleesproducten biedt steun voor de opvatting (waarop het middel rust) dat (de uitvoeringsregeling van) de Verordening slechts betrekking heeft op verwerkingsbedrijven, althans ni
Het Hof had op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing moeten geven op een verweer t.a.v. de strafbaarheid. Een zodanige beslissing komt in de bestreden uitspraak niet voor.