Art. 261 Sr. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 261 Sr, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte wist dat X als journalist voor het Algemeen Dagblad werkzaam was
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Art. 359.2 Sv, art. 358.3 Sv. V.zv. het middel t.a.v. het verweer dat art. 2.1.1.4 APV Leeuwarden ondeugdelijk is bekendgemaakt en daarom niet verbindend is, klaagt dat het Hof niet heeft voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2.2e volzin Sv, miskent het dat het hier
1. HR: art. 81 RO. 2. De klacht dat het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, mist feitelijke grondslag.
1. HR: art. 81 RO. 2. De klacht dat het Hof heeft verzuimd art. 36f Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede berust, mist feitelijke grondslag.
Klacht over verzuim te beslissen op verweer dat bij de strafoplegging rekening dient te worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn. Anders dan het middel voorstaat, heeft het Hof het betoog van de raadsman niet behoeven op te vatten als een uitdrukkelijk onderbou
Bewijsklacht. Het verweer dat verdachte in onwetendheid verkeerde omtrent de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs strekt ten betoge dat het bestanddeel dat hij ‘redelijkerwijs moet weten’ van de ongeldigverklaring als bedoeld in art. 9.2 WVW 1994 niet is vervuld, zodat vrijspraa
1. Art. 302.1 (oud) Sv jo. art. 336 (oud) Sv. Uitoefening spreekrecht door een vriendin van het slachtoffer. 2. Het Hof heeft in strijd met art. 353.1 Sv verzuimd een beslissing te nemen t.a.v. de inbeslaggenomen goederen, als weergegeven in de conclusie van de AG. Ad 1. De wetsg
Profijtontneming. Schikkingsovk., art. 511c Sv. Vertrouwensbeginsel. Casus: De OvJ en de betr. komen ttz. in e.a. een schikking overeen, waarbij is bepaald dat de betr. een bedrag betaalt en de OvJ de ontnemingsvo. intrekt. Het p-v van de tz. houdt in dat de ontnemingszaak na de
De HR leest het dictum van het arrest van het Hof verbeterd; hierdoor komt de feitelijke grondslag aan het middel te ontvallen.
HR: art. 81 RO.
Middel over het aanhalen van een niet toepasselijk wetsartikel kan niet tot cassatie leiden.
Economische zaak. Art. 1.2 Sr. Is na het begaan van het feit de delictsomschrijving in voor verdachte gunstige zin gewijzigd, dan is art. 1.2 Sr toepasselijk indien de wetswijziging voorvloeit uit een verandering van inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van het vóó
Noodweer(exces). Voor zover het middel klaagt dat niet is voldaan aan het motiveringsvoorschrift van art. 359.2, tweede volzin, Sv miskent het dat het beroep op noodweer(exces) een verweer betreft waarop ex art. 358.3 Sv bepaaldelijk moet worden beslist. Voor die beslissing geldt
Art. 359a Sv. HR stelt HR LJN AM2533 voorop. Het oordeel van het Hof dat de omstandigheid dat de opsporingsambtenaren in hun proces-verbaal in strijd met de waarheid hebben gerelateerd niet een vormverzuim oplevert dat van dien aard is dat niet-ontvankelijkverklaring van het OM m
HR: 81RO.
Erf bestemd voor de openbare dienst. Art. 138 en 139 Sr. Uit de afzonderlijke regeling die in art. 139 Sr is gegeven voor een voor de openbare dienst bestemd lokaal, volgt dat op zodanig lokaal art. 138 Sr niet van toepassing is, zodat in laatstgenoemd artikel de woorden ‘beslote
Erf bestemd voor de openbare dienst. Art. 138 en 139 Sr. Uit de afzonderlijke regeling die in art. 139 Sr is gegeven voor een voor de openbare dienst bestemd lokaal, volgt dat op zodanig lokaal art. 138 Sr niet van toepassing is, zodat in laatstgenoemd artikel de woorden ‘beslote
Erf bestemd voor de openbare dienst. Art. 138 en 139 Sr. Uit de afzonderlijke regeling die in art. 139 Sr is gegeven voor een voor de openbare dienst bestemd lokaal, volgt dat op zodanig lokaal art. 138 Sr niet van toepassing is, zodat in laatstgenoemd artikel de woorden ‘beslote
Erf bestemd voor de openbare dienst. Art. 138 en 139 Sr. Uit de afzonderlijke regeling die in art. 139 Sr is gegeven voor een voor de openbare dienst bestemd lokaal, volgt dat op zodanig lokaal art. 138 Sr niet van toepassing is, zodat in laatstgenoemd artikel de woorden ‘beslote
HR: 81 RO.
Piranha. Uitleg “werven voor gewapende strijd”, art 205.1 Sr. De tekst van art. 205 Sr noch de wetsgeschiedenis biedt steun aan de opvatting dat iemand die reeds “de gewapende strijd is toegedaan” niet meer kan worden geworven voor die gewapende strijd. Voor het ontstaan van stra
De HR verbetert de bestreden uitspraak door de duur van de proeftijd te bepalen op twee jaren en art. 55 WWM te vermelden.
HR NJ 1990/719 dwingt niet tot de opvatting dat de handelwijze van de OvJ zoals i.c. door het hof vastgesteld zonder meer dient te leiden tot diens n-o in de vervolging.
Het Hof heeft verzuimd uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing te geven op een gevoerd verweer. Het middel is gegrond.
Opgave van bm, art. 359.3 Sv. De Pr heeft ten onrechte volstaan met een opgave van de bm, nu de verdachte vrijspraak bepleitte. Het Hof had daarom het vonnis niet mogen bevestigen zonder de gronden aan te vullen met een weergave van inhoud van de bm.