Ter terechtzitting is een verweer gevoerd waarop de kantonrechter o.g.v. art. 80.2.c RO jo. art. 358.3 Sv jo. art. 359.2 en 9 (oud) Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een beslissing had moeten geven. Aangezien zodanige beslissing in de bestreden uitspraak – die niet voldo
Wetboek van Strafvordering
Art. 358 Sv
Genoemd in 373 uitspraken · Officiële wettekst
373 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Toetsing in cassatie. Na een behandeling bij verstek in appèl doet het middel een beroep op de vrijstellingsgrond van art. 5.b Leerplichtwet 1967. Het hof heeft bewezenverklaard dat verdachte niet heeft gezorgd dat haar kinderen waren ingeschreven aan een school en overwogen dat
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
Zich ontdoen van gevaarlijke – seleen houdende – afvalstoffen. 1. Het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (1997) (oud) is wat betreft de i.c. relevante stoffen, te weten stoffen waarin zich seleen bevindt in een hogere dan de toegestane concentratie, niet gegrond op art.
Antilliaanse zaak. Het hof heeft geoordeeld dat de aan art. 183 SrNA ontleende term 'in strijd met zijn plicht' mede feitelijke betekenis heeft. Dat oordeel, waarin besloten ligt dat de dagvaarding wat betreft de opgave van het feit voldoet aan art. 285 SvNA, geeft geen blijk van
Het hof heeft de verklaring van verdachte kennelijk niet opgevat als een beroep op noodweer. Dat is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appèl werd bijgestaan door een raadsman die, anders dan bij de berechting in eerste aanleg, geen bero
Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook ook niet behoeft te bieden. Onder omstandigheden kan het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoef
Afwijzing ex art. 288.1 Sv verzoek tot horen getuige ontoereikend gemotiveerd, nu dat verzoek een betwisting inhoudt van specifieke, belastende onderdelen van de door de getuige bij de politie afgelegde verklaring. Niet valt in te zien dat de omstandigheid dat het verzoek in een
Verwerping beroep op noodweer(exces) onjuist noch onbegrijpelijk. Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat verdachtes intentie gericht was op het aangaan van een confrontatie met het latere slachtoffer, waarbij gebruik van het door hem meegebrachte vleesmes niet zou worden geschuw
Afstand van appèl. Het hof is uitgegaan van de juistheid van hetgeen volgens verdachte door hem is gezegd op de vraag van de politierechter of hij afstand deed van appèl (“Ik betwist niet dat de politierechter gevraagd heeft of ik afstand hoger beroep wilde doen. Daarop heb ik te
Faillissementsfraude; aannemen van betaling ex art. 344 Sr door gecedeerd krijgen van een vordering van de failliet op de Belastingdienst ter zake van teveel betaalde omzetbelasting. 1. Moment ontstaan belastingvordering. 2. Art. 24 lid 5 Invorderingswet 1990. Ad 1. Een belasting
De stelling dat een tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig is indien primair een ander feitencomplex wordt tenlastegelegd dan subsidiair, vindt geen steun in het recht. Geen rechtsregel staat er immers aan in de weg dat de OvJ een feit dat cumulatief had kunnen worden tenlastege
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-