Conclusie AG. Profijtontneming. Terechte klacht dat hof zonder nadere motivering is afgeweken van een namens de betrokkene ingenomen UOS. Klacht leidt niet tot cassatie wegens gebrek aan belang. Ambtshalve opmerking over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. Conc
Wetboek van Strafvordering
Art. 350 Sv
Genoemd in 625 uitspraken · Officiële wettekst
625 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Conclusie AG. Bedreiging met zware mishandeling en belediging van BOA, art. 285 Sr en 266/267 Sr. Middelen bevatten klachten over i) bewezenverklaring van bedreiging, ii) toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en iii) schending redelijke termijn in cassatie (inzendt
Ennetcom-zaak; medewerkster van bedrijf dat zich bezighield met de verkoop van producten waarmee versleutelde e-mails konden worden verstuurd en ontvangen. Bespreking van verweren over o.a. de volledigheid van het dossier, het gelijkheidsbeginsel, de start van het onderzoek, de r
Strafbepaling, art. 423.4 Sv. Na veroordeling in eerste aanleg t.z.v. medeplegen telen van grote hoeveelheid hennepplanten (art. 3.B jo. 11.2 en 11.5 Opiumwet, feit 3) en medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet, feit 5) tot gevangenisstraf van 6 maanden, is in ho
Conclusie AG. Opzettelijk handelen in strijd met art. 3C OW en voorwerpen binnen een inrichting brengen waarvan het bezit binnen die inrichting verboden is (art. 429a Sr). Motivering vrijheidsbenemende straf. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Conclusie AG. Veroordeling voor o.m. medeplegen aanwezig hebben verdovende middelen, deelname aan criminele organisatie a.b.i. 11b Opiumwet en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. verdovende middelen. Slagend middel over ontbreken van proces-verbaal van uitspraakzitting. F
Conclusie AG. Witwassen. M1 & M2: klacht dat in zaak A resp. in zaak B niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid dat geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn. M3: klacht over gebruik door het hof van deskundigenrapport. M4: motivering oplegging gevangenisstraf. Middelen
Conclusie AG. Ontucht met 15-jarige meermalen gepleegd (art. 245 (oud)). Middel voldoet niet aan vereisten cassatiemiddel a.b.i. art. 437 lid 2 Sv en blijft derhalve onbesproken. Conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring verdachte (art. 80a RO).
Conclusie AG. Diefstal, art. 310 Sr. Strafmotivering. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Unierecht. Algemene verordening gegevensbescherming; begrip ‘strafbare feiten’ (art. 10 AVG); beginsel van minimale gegevensverwerking (art. 5 lid 1 sub c AVG); juistheidsbeginsel (art. 5 lid 1 sub d AVG); grondslag voor rechtmatige verwerking (art. 6 lid 1 sub f AVG); recht van
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en handel in harddrugs. Gevangenisstraf van 400 dagen, waarvan 130 dagen voorwaard
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en handel in harddrugs. Gevangenisstraf van 600 dagen, waarvan 420 dagen voorwaard
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en handel in harddrugs. Gevangenisstraf van 600 dagen, waarvan 347 dagen voorwaard
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en witwassen. Gevangenisstraf van 600 dagen, waarvan 330 dagen voorwaardelijk met
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en handel in harddrugs. Gevangenisstraf van 600 dagen, waarvan 330 dagen voorwaard
Procesafspraken. Veroordeling wegens deelname aan een organisatie die als oogmerk het overtreden van de Opiumwet heeft, wegens voorbereidingshandelingen ten behoeve van overtreding van de Opiumwet, en handel in harddrugs. Gevangenisstraf van 700 dagen, waarvan 300 dagen voorwaard
Conclusie AG in de megazaak Eris (liquidaties en voorbereidingen van liquidaties). Middelen over o.m. de rechtmatigheid van de deal met de kroongetuige en de betrouwbaarheid van zijn verklaringen, over de enkele ambtshalve constatering door het hof van vormverzuimen die verband h
De verdachte wordt vrijgesproken van (het medeplegen van) dood door schuld. Hij heeft op een aantal momenten voorafgaand aan een incident bij de Highland Games in Geldrop-Mierlo in 2022, waarbij een man is overleden, onzorgvuldig gehandeld. Maar de verwijten die hem kunnen worden
Conclusie AG. Fraudezaak. M1: strafmotivering; begrijpelijkheid oordeel hof dat sprake is van een grootschalige fraude die kan worden aangemerkt als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde is gepleegd. De AG geeft een overzicht van de rechtspraak op dit punt. Het is i.c
Conclusie AG. Onderzoek 13Koelruit. Eendaadse samenloop medeplegen opzettelijk drugshandel (art. 2 onder B en C Opiumwet); deelneming aan een criminele (drugs)organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en deelneming aan een criminele organisatie (art. 140 Sr). M1 grondslagverlating. M
Vervolging politicus wegens opruiing. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Vrijspraak van opruiing. Geen schending van het verbod van willekeur of van détournement de pouvoir. Het hof spreekt de verdachte vrij van opruiing, nu de verdachte met zijn uitlatingen naar inhoud en str
Beslissing op het bezwaar o.g.v. art. 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gedeeltelijk gegrond.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren, het betalen van schadevergoedingen, legt hem contactverboden op met de slachtoffers, beveelt de uitvoering van een bij een eerder vonnis opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden en stelt als bijzondere voor
Een korte tekst voor publicatie: Registratie van strafrechtelijke persoonsgegevens door bank is gerechtvaardigd. Zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan (betrokkenheid bij) hypotheekfraude.
Appellante heeft persoonsgegevens van geïntimeerden wegens vermeende fraude met zorgdeclaraties opgenomen in het Incidentenregister en het daaraan gekoppelde Externe Verwijzingsregister. Op verzoek van geïntimeerden heeft de rechtbank bij beschikking van 2 januari 2025 appellante