Mondeling verzoek tot wraking van politierechter. Met betrekking tot de grond onder 3.1.b. wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Het had op de weg van verzoeker gelegen de politierechter te wraken op het moment dat deze weer vragen ging stellen over de feiten. Voor het ove
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Profijtontneming. Verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de ontnemingsvordering. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AK3574. Het middel stelt de vraag aan de orde welk gevolg de rechter aan het verzuim, dat de OvJ bij gelegenheid v
Wrakingsverzoek "Putten-II". Tijdigheid van de wraking. "Opsparen" van grieven. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Geen (schijn van) partijdigheid.
Art. 412.2 Sv. Oproeping/dagvaarding h.b. Na nietigverklaring van de dagvaarding in h.b. is volstaan met oproeping van verdachte voor de tz. in hb. De in art. 412.2 Sv bedoelde oproeping ziet op de mogelijkheid van een aanstonds bij het instellen van appel uit te reiken oproeping
Profijtontneming.1. Laatste woord. 2. Art. 416.2 Sv. Ad 1. Uit het pv ttz. in h.b. blijkt niet dat aan betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het i.c. toepasselijke art. 311.4 Sv niet in acht is genomen. Ad 2. Uit de teks
Profijtontneming. HR: art. 81 RO.
Antilliaanse zaak. Gegronde bewijsklacht.
Antilliaanse zaak. Strafoplegging. Het Hof heeft bij de strafoplegging betrokken dat verdachte in 2001 in Canada is veroordeeld. Uit hetgeen de stukken inhouden m.b.t. de bedoelde veroordeling, heeft het Hof kennelijk afgeleid, hetgeen niet onbegrijpelijk is, dat het om een onher
Klacht dat het p-v van het onderzoek in raadkamer niet inhoudt wat door de rm is aangevoerd. In aanmerking genomen dat het p-v niet inhoudt dat de rm heeft verlangd dat op de voet van art. 25.2 Sv enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen voldoet het opgemaakte p-v a
Laatste woord. Het p-v houdt in dat de ttz. aanwezige verdachte voor de sluiting van het onderzoek in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten. Aldus heeft het Hof gehandeld in overeenstemming met art. 283.6 Sv, welke bepaling in een geval als i.c. - waarbij de vra
HR: art. 81 RO.
Aanhoudingsverzoek. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de AG onder 6 t/m 11 kan het middel niet tot cassatie leiden.
Oplichting meermalen gepleegd, 24 maanden gevangenisstraf.
HR: 81 RO.
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
Art. 27.1 Sr. Het Hof heeft nagelaten art. 27.1 Sr in acht te nemen, nu het Hof bij het opleggen van de gevangenisstraf niet heeft bevolen dat de tijd die door verdachte voor de tul van de uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in minderi
Profijtontneming. Draagkrachtverweer. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AZ7747, HR LJN BC2913 en HR LJN BF0624). Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. is aangevoerd m.b.t. de draagkracht van betrokkene kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt d
Rechtstreekse schade. O.g.v. art. 361.2.b Sv is een b.p., Gemeente Y, Dienst Verzekeringszaken, alleen ontvankelijk in haar vordering als haar rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezenverklaarde feit. Nu de vordering van de benadeelde partij strekt tot vergoeding van d
Conclusie AG o.m. over de bijzondere voorwaarde om € 50.000 te betalen bij wijze van schadevergoeding. HR: 81 RO.
Vooruitlopen op verklaring getuige. Door te overwegen dat het standpunt van de getuige omtrent de gang van zaken tijdens het verhoor bekend is en betrouwbaar wordt geacht, is het Hof ten onrechte vooruitgelopen op de inhoud van de verklaring van die getuige.
Aftrek voorarrest bij combinatie onvoorwaardelijke taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf. Het Hof heeft in strijd met art. 27.1 Sr nagelaten het voorarrest van de onvoorwaardelijk opgelegde taakstraf af te trekken en daarbij de maatstaf te bepalen, vgl. HR NJ 1997, 408. De
Verdachte laatste woord. Uit het p-v van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genom
Profijtontneming. 1. Verzoek tot inzage in anonieme brief. 2. Gebruik voor bewijs van p-v waarin gedeelten anonieme brief zijn opgenomen. Ad 1. Bij de beslissing tot afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het overleggen van de brief, heeft het Hof het belang van betrokk
OM-cassatie. N-o OM wegens gebrek aan belang. In aanmerking genomen dat a) het OM in 1e aanleg vrijspraak heeft gevorderd van het primair tenlastegelegde, terwijl het niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis in 1e aanleg waarbij verdachte van dat feit is vrijgesproken, en b
Draagkrachtverweer. Hof wijkt af van de eis van de AG bij het Hof en van hetgeen door de verdediging ttz. is aangevoerd. HR verwerpt het beroep door naar de CAG te verwijzen, waarin uiteen wordt gezet waarom de strafoplegging niet onbegrijpelijk is en geen verbazing wekt.