Toewijzing wrakingsverzoek. Verzoekers wilden hun persoonlijke omstandigheden en (politieke) motieven van hun daden naar voren te brengen tijdens het laatste woord, waarbij zij een op schrift gestelde verklaring van enkele bladzijden wilden voordragen. Volledige voorlezing van di
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
Strafrechtelijke vervolging van ontbonden rechtspersoon. HR herhaalt de relevante overwegingen van HR LJN AE0553 tav het moment waarop het recht tot strafvordering vervalt als een einde is gekomen aan het bestaan van een rechtspersoon of met een rechtspersoon gelijkgestelde entit
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn. 2. Motiveringsklacht. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kan worden volstaan is niet begrijpelijk. Het middel voert terecht aan dat het Hof niet behoorlijk gemotiveerd is ingegaan
359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde – zij houdt immers niet in dat verdachte erkent dat hij onder zodanige invloed van cannabis heeft gereden dat hij niet tot behoorlijk besturen in
HR ambtshalve: Het hof heeft bij de oplegging van de geldboetes i.s.m. art. 24c.1 Sr bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast terwijl verdachte een rechtspersoon is. De HR herstelt de misslag.
Profijtontneming. Schatting voordeel in geval van mededaders (2 medeplegers en 1 medeplichtige). HR vernietigt onder verwijzing naar conclusie AG, o.m. inhoudend: een herhaling van de i.c. toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2006, 63 en het oordeel dat deze ook gelden bij medepl
Weergave in pv terechtzitting van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht. Het pv van de terechtzitting in appel behelst behalve een weergave van de verklaring van verdachte de zinsnede “de verdachte voert het woord tot verdediging”, zonder dat na deze zinsnede is aangegeve
Art. 359.2 Sv. Het pv van de terechtzitting bij het hof houdt m.b.t. de vordering van het OM in dat de AG het woord voert, zijn vordering voorleest en die aan het hof overlegt. De enkele ex art. 311.1 Sv overgelegde vordering van het OM levert niet een uitdrukkelijk onderbouwd st
1. Afwijzing verzoek tot uitwerking van pv’s eerdere terechtzittingen vóór vastgestelde datum pleidooi en requisitoir, althans tot aanhouding onderzoek teneinde eerst de pv’s te voltooien. 2. Geen grondslagverlating. Tenlastelegging: medeplegen opzettelijk binnen het grondgebied
Uit art. 552a.3 Sv volgt dat een ex art. 552a Sv zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming ingediend klaagschrift ontvankelijk is zolang de vervolgde zaak niet tot een einde is gekomen. Zolang een s.f.o. of een aangekondigde ontnemingsprocedure nog niet is voltooid, is de vervolgi
Andere strafbare feiten ex art. 36e.3 Sr. Uit art. 36e Sr jo. art. 511.1 Sv volgt dat een ontnemingsvordering n.a.v. een veroordeling a.b.i. art. 36e.1 en 3 moet worden ingesteld binnen twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg. Daarmee is niet verenigbaar dat in een geval als
De vz. heeft, na het pleidooi van de raadsman en het afzien van repliek door de A-G, aan de A-G gevraagd of tegen het vonnis waarbij X failliet is verklaard, appèl is aangetekend. Na schorsing en hervatting van het onderzoek heeft de A-G geantwoord dat er geen rechtsmiddel tegen
Afwijzing verzoek verdachte om hem als getuige te horen inzake vordering benadeelde partij. Vooropgesteld moet worden dat in het Nederlandse stelsel van strafvordering niet past de verdachte ter terechtzitting als getuige te horen (HR NJ 1992, 7). Dat is niet anders wanneer het v
Verdachte is in appèl niet-ontvankelijk verklaard en aangenomen moet worden dat hij niet in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten (zijn raadsman overigens wel). Zulks is in strijd met art. 283.6 Sv welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vra
OM-cassatie. Profijtontneming en rechtsgevolg van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM. Vermindering van de betalingsverplichting is uitgangspunt; voor niet-ontvankelijkheid van het OM is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats (HR NJ 2001, 307). I.c. (er zijn
Recht op laatste woord ex art. 311.4 Sv. Nietigheid van ’s hofs arrest nu uit het p-v van de terechtzitting in appèl niet blijkt dat aan verdachte het recht is gelaten om het laatst te spreken.
Ook indien de benadeelde partij haar vordering heeft toegelicht vóór het requisitoir dient zij in de gelegenheid te worden gesteld te reageren op het dienaangaande bij requisitoir geuite standpunt van het OM. Dat zulks is verzuimd leidt i.c. niet tot cassatie nu de benadeelde par
Schending art. 511b.3 Sv (geen gelijktijdige betekening van sluiting s.f.o. met ontnemingsvordering) leidt niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid van het OM in zijn ontnemingsvordering.
Medewerker beveiligingsbedrijf dat TU Delft beveiligt als ambtenaar in de zin van art. 139 Sr. Onder de term ambtenaar in art. 139 Sr is tevens begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan
Bewezenverklaring is onvoldoende met bewijsmiddelen onderbouwd. HR vernietigt ambtshalve onder verwijzing naar onderdeel van de conclusie A-G. Uitgebreide conclusie A-G over ‘ambtshalve cassatie’. (Vgl. HR 24-02-2004, 02104/02; HR vernietigt n.a.v. een cassatiemiddel in de zaak v
Beklag ex art. 552a Sv. De opvatting dat beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat de klager in de gelegenheid moet worden gesteld te reageren op een tot ongegrondverklaring strekkend betoog van de ovj en dat bij gebreke daarvan het onderzoek aan nietigheid leidt,
Toepassing art. 279 Sv. Verdediging door (gemachtigde) raadsman in geval van door schorsing onderbroken onderzoek ter terechtzitting. Procedure op tegenspraak of bij verstek. Rechtsmiddelentermijn bij toepassing van art. 279 Sv.
De enkele omstandigheid dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene tijdig conform art. 311 lid 1 Sv bekend is geworden met het voornemen van de ovj om een ontnemingsvordering aanhangig te maken, leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de ovj in zijn ontnemingsvordering.
1. ’s Hofs oordeel dat manipulatie van telefoongesprekken niet aannemelijk is geworden, is niet onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs beoordeling van de bruikbaarheid van de vertalingen van telefoontaps geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. 3. De schri
Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep o.g.v. art. 427 Sv (ingevoerd op 01.01.2002); omdat in de bestreden uitspraak art. 9a Sr is toegepast en het geen overtreding betreft van een verordening van een provincie, een gemeente, een waterschap of een met toepassing van de