1. Art. 311.4 Sv, laatste woord, 2. Afwijzing getuigenverzoek. Ad 1. Uit het p-v van de tz. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet
Wetboek van Strafvordering
Art. 311 Sv
Genoemd in 309 uitspraken · Officiële wettekst
309 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Recht op laatste woord, art. 311.4 Sv jo. art. 415 Sv. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af. Vanwege misbruik van het rechtsmiddel wraking wordt bepaald dat een volgend verzoek om wraking, betrekking hebbend op de onderliggende hoofdprocedure, niet in behandeling wordt genomen.
Meervoudige raadkamer; hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot afwijzing van de op grond van artikel 126m Sv door de officier van justitie gedane vorderingen (telefoontap), die zijn gedaan in verband met een ontnemingsonderzoek
Antilliaanse zaak. Art. 353.5 Sv BES, recht op laatste woord. Het middel klaagt terecht dat uit het p-v van de tz. in h.h. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Het moet daarom ervoor worden gehouden dat het in art. 353.5 Sv BES op straffe van
Ontneming
Profijtontneming. Ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering. Het Hof heeft het verweer dat het OM in zijn ontnemingsvordering n-o dient te worden verklaard, verworpen op de grond dat "geen sprake [kan] zijn van een te honoreren gerechtvaardigd vertrouwen". Dat oordeel geeft niet
De in de bewezenverklaring tot uitdrukking gebrachte, aan art. 11.3 Ow ontleende omstandigheid van het beroeps- of bedrijfsmatig handelen i.s.m. een in art. 3, onder B, Ow gegeven verbod omvat i.c. reeds dat het opzettelijk telen en/of verwerken en/of bewerken respectievelijk af
redelijke termijn; afwijzing ontnemingsvordering, ontbreken onderliggende stukken, gevolgen veroordeelde De rechtbank overweegt dat gelet op bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad overschrijding van de redelijke termijn niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkverklaring van h
Laatste woord verdachte. Uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
Veroordeling tot twee jaren gevangenisstraf voor een in 1992 gepleegde verkrachting. DNA-sporen matchen met verdachte. Rechtbank acht de door de verdediging geschetste alternatieve scenario's niet aannemelijk. Vordering van het slachtoffer toegewezen.
Bewijsklacht. Ongeloofwaardige verklaring verdachte. De werkwijze die de Rb i.c. in haar zgn. Promis-vonnis heeft gevolgd t.a.v. de - door het Hof overgenomen - bewijsmotivering, komt erop neer dat de redengevende f&o waarop de beslissing steunt dat verdachte het tlgd. heeft bega
Diplomatieke immuniteit. “Note Verbale” van 21 april 2011 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Bosnië en Herzegovina aan het Nederlandse Ministere van Buitenlandse zaken. Artt. 31.1, 32.1 en 2 en 37.1 Verdrag van Wenen. Casus: verdachte, zoon van een diploma
HR: 81.1 RO en volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Profijtontneming. HR: 81.1 RO. Vermindering opgelegde betalingsverplichting wegens schending redelijke termijn.
Overschrijding redelijke termijn in hoger beroep en in cassatie. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BD2578. ’s Hofs oordeel dat na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, volstaan kan worden met de enkele vaststelling dat inbreuk
Middelen verdachte: HR 81 RO en vermindering van de opgelegde taakstraf i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. Middel van de b.p.: Art. 334.4 (oud) Sv (thans: art. 334.3 Sv). Het verzuim dat de b.p. niet in de gelegenheid is gesteld op het standpunt van de AG
Profijtontneming. Kenbaar maken door de OvJ van zijn voornemen de vordering ex art. 36e Sr aanhangig te maken, art. 311.1 Sv. HR herhaalt HR LJN AK3574 en HR LJN BN2297 m.b.t. de in het geding zijnde rechtszekerheid en de door de rechter bij gebreke van de aankondiging te maken a
ontneming na internetoplichting
Ontneming wederrechtelijk voordeel. Samenhang met de heden onder nummer ...BX1157 gepubliceerde zaak en met vier ongepubliceerde verstekzaken. Ontneming na veroordeling wegens medeplegen van ramkraken en gewoonteheling van auto's. Conform de gewijzigde vordering van de officier v
Ontneming wederrechtelijk voordeel. Samenhang met de heden onder nummer BX0953 gepubliceerde zaak en met vier ongepubliceerde verstekzaken. Ontneming na veroordeling wegens medeplegen van ramkraken en gewoonteheling van auto's. Conform de gewijzigde vordering van de officier van
Het openbaar ministerie ontneemt het wederrechtelijk verkregen voordeel door invoer van hash van verdachte. Het Hof wijst de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Recht op laatste woord. Uit het p-v blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 311.4 Sv op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
1. Profijtontneming en SFO. 2. Profijtontneming en redelijke termijn. 3. Art. 365a Sv. Ad 1. Art. 126f.2, eerste volzin, Sv, geeft een regeling voor het geval het SFO slechts één strafbaar feit betreft en de strafvervolging terzake van dat feit niet leidt tot een veroordeling van
HR: 81RO.