HR wijst overzichtsarrest inzake het oproepen en horen van getuigen t.tz. op verzoek van de verdediging in gewone strafzaken. Ic heeft het Hof het horen van de getuigen niet noodzakelijk geacht. Dat is een beslissing ex. art. 328 en 331.1 jo art. 315 Sv welke bepalingen op de voe
Wetboek van Strafvordering
Art. 287 Sv
Genoemd in 107 uitspraken · Officiële wettekst
107 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. Verzuim te beslissen over het opnieuw oproepen van niet bij de RC verschenen getuigen? 2. Aanvulling bewijsmiddelen, art. 365a Sv. 3. Falende klacht over denaturering bewijsmiddel. Ad 1. Het verzoek tot het horen van X en Y als getuige moet worden aangemerkt als een verzoek a.
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen va
Art. 322.4 Sv. Welke beslissingen blijven na opnieuw aanvangen in stand? Redelijke wetstoepassing brengt met mee dat art. 322.4 Sv ook de uit hoofde van art. 315 Sv gegeven bevelen tot oproeping van getuigen omvat. Een dergelijk bevel blijft dus bij het opnieuw aanvangen van het
Medeplegen van in uitoefening van beroep of bedrijf opzettelijk telen van grote hoeveelheid hennep in meerdere panden (art. 3.B jo. 11.3 en 11.5 Opiumwet), afleveren hennep (art. 3.B Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen diefstal elektric
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Aangevoerd wordt dat de getuige was opgegeven in de door de raadsman ingediende appelschriftuur. Bedoelde appelschriftuur bevindt zich niet bij de stukken van het geding. In cassatie is wel overgelegd een stuk inhoudende dat de appelschriftuur
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Procesafspraken in strafzaken waarbij OM en verdediging een gezamenlijk afdoeningsvoorstel aan de rechter voorleggen. De wet bevat geen specifieke regeling over procesafspraken. De rechtspraktijk wordt inmiddels gekenmerkt door
Opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van 36 kg cocaïne (art. 2.B en 2.C Opiumwet). 1. Ttz. in h.b. gedaan verzoek tot horen verbalisant, die eerder bij RC is gehoord. Is bij aanvang van tz. nabij zittingszaal aanwezige verbalisant verschenen getuige a.b.i. art. 287.1 en 287.2
Conclusie AG over: 1. wat moet worden verstaan onder een verschenen getuige als bedoeld in art. 287 Sv en 2. welke rechtsbeschermende waarborgen uit hoofde van art. 8 EVRM gelden voor het doen van afstand van privacy-rechten (i.c. het vragen van toestemming tot doorzoeking van ee
Getuigenverzoek. Horen gelijktijdig berechte medeverdachte als getuige. Het middel berust op de opvatting dat een medeverdachte die i .v.m. de gelijktijdige behandeling van zijn zaak ttz. aanwezig is, o.g.v. de enkele omstandigheid dat de verdediging verzoekt hem in de zaak van v
Art. 322.4 Sv. Casus: Hof hoort getuige ttz. Op een volgende tz. wordt het onderzoek opnieuw aangevangen. Klacht in cassatie: bij het opnieuw aanvangen heeft het Hof de bij schriftuur opgegeven getuigen niet gehoord c.q. opgeroepen. HR: onder “beslissingen van de Rb inzake het ho
Uitdrukkelijk instemming ex art. 288.3 Sv. Nu het p.v. t.t.z. niet inhoudt dat de verdediging o.g.v. art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuige, moet het ervoor worden gehouden dat die instemming niet
Conclusie AG. Afwijzing verzoek tot het horen van getuigen. De AG stelt zich op het standpunt dat het hof bij de afwijzing ten onrechte het noodzaakcriterium heeft toegepast gelet op de in HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496 geformuleerde uitgangspunten. De conclusie bevat daarn
Belaging, art. 285b Sr. In aanmerking genomen hetgeen de bewijsvoering inhoudt omtrent de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de p
Conclusie AG. Poging tot diefstal met braak (311 Sr). Klacht m.b.t. afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek slaagt. Geen belang bij cassatie nu onvoldoende stellig en duidelijk getuigenverzoek. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Afwijzing getuigenverzoek. Maatstaf. Tegen de achtergrond van de in het arrest weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van art. 287 Sv en de in de artt. 288a en 289 Sv vervatte regeling m.b.t. de gang van zaken bij het verhoor van getuigen ttz. moet worden aangenomen dat de in ar
Afwijzing verzoek tot horen meegebrachte deskundige. Een ter terechtzitting gedaan verzoek tot het horen van een meegebrachte deskundige, kan ingevolge art. 287.2 Sv jo. art. 299.1 Sv slechts worden afgewezen op de gronden genoemd in art. 288. 1.b en c Sv. Het Hof heeft ter terec
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Het verzoek om aanhouding voor het (doen) horen van getuige X is een verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. Uit ’s H
Uitdrukkelijke instemming. Het p-v van de terechtzitting houdt niet in dat de verdediging op de voet van art. 288.3 Sv uitdrukkelijk heeft ingestemd met het afzien van de hernieuwde oproeping van de daar niet verschenen getuigen. Het moet daarom er voor worden gehouden dat die in
Conclusie AG. 1. Had hof einduitspraak mogen doen nu verdachte na sluiting van het onderzoek, maar vóór einduitspraak een wrakingsverzoek had ingediend? (Vgl. HR 13 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ9926) 2. Afwijzing verzoek tot horen deskundige. 3. Overschrijding inzendtermijn. Con
OM-cassatie. Vrijspraak medeplegen winkeldiefstal. Afwijzing verzoek AG tot horen meegebrachte getuige (verbalisant) m.b.t. camerabeelden, art. 287.2 en 288.1 onder b en c Sv. Ingevolge art. 287.2 Sv kan van het horen van ttz. verschenen getuigen slechts worden afgezien (i) met t
Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek om de in de appelschriftuur genoemde personen als getuige te horen afgewezen op de grond dat "de ervaring leert dat herinneringen over het algemeen na verloop van tijd niet beter worden en daarom is er geen noodzaak tot het hor
Afwijzen getuigenverzoek. Het Hof heeft door het bij appelschriftuur gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoek X als getuige te horen af te wijzen omdat het dit verzoek onvoldoende onderbouwd achtte en verdachte door die afwijzing niet in zijn verdediging is geschaad de juiste
Klimop-zaak. Witwassen. Art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BF5557, inhoudende dat ook misdrijven die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van art. 420bis Sr op 14 december 2001 kunnen gelden als “enig misdrijf” in de zin van die bepaling. Voo
Afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek. Bij appelschriftuur gedaan en ttz. in h.b. bij pleidooi in voorwaardelijke vorm herhaald verzoek tot horen van verbalisanten. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2014:1496 m.b.t. beoordeling cassatieklachten over beslissingen inzake verzoeken tot het