De opvatting is onjuist dat het vertrouwensbeginsel meebrengt dat, wil een dagvaarding ex art. 261.3 Sv als een zgn. ‘voorlopige dagvaarding’ kunnen worden aangemerkt, daarop met zoveel woorden moet zijn vermeld dat het om een zodanige dagvaarding gaat.
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Una via-beginsel. De opvatting dat art. 69a AWR zo moet worden uitgelegd dat elke bestuurlijke boete, of het nu om een verzuimboete of een vergrijpboete gaat, aan latere strafvervolging ter zake in de weg zou staan, is, gelet op de duidelijke bewoordingen van de wettelijke regeli
Ne bis in idem in zedenzaak. Het hof verwierp het beroep op schending van het ne bis in idem-beginsel op de grond dat de vervolging in deze zaak wat betreft de bewezenverklaarde handelingen betrekking heeft op andere handelingen dan waarvoor verdachte eerder onherroepelijk is ver
Ceteco-affaire. Afwijzing door hof van vordering wijziging tenlastelegging (strekkende tot toevoeging van op verduistering toegesneden variant) is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de gevorderde wijziging wat betreft tijd en plaat
Geen dubbele bestraffing. Verdachte is als bestuurder van B.V. X in een bestuursrechtelijke rechtsgang aansprakelijk gesteld voor van die B.V. nageheven premies werknemersverzekeringen met verhoging over o.m. 1994. Na bezwaar en beroep is de aansprakelijkstelling nog niet onherro
-
-
Conclusie AG. Herziening. Twee veroordelingen in verband met overtreden maximumsnelheid. Is sprake van een 'novum'? AG: Uit een vergelijking van beide strafdossiers blijkt dat eerdere veroordeling betrekking had op hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr. Dit gegeven was het hof
Conflict in woonwijk. De rechtbank spreekt verdachte vrij van openlijke geweldpleging omdat zij niet kan vaststellen dat verdachte heeft bijgedragen aan het geweld.
Beroep gegrond. De bestuurlijke boete en het strafvonnis zien op dezelfde gedraging, zowel in feitelijke als in juridische zin. Omdat de kinderrechter ten tijde van het nemen van het bestreden besluit reeds een strafrechtelijk oordeel had gegeven over deze overtreding, had het co
Verkoop van cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Vordering tot wijziging van tll. in eerste aanleg door uitbreiding van pleegperiode, art. 313 Sv. Is sprake van “hetzelfde feit” a.b.i. art. 313 Sv? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2011:BM9102 t.a.v. beoordelingskader m.b.t. “hetz
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in nieuwe ontnemingsvordering, ingediend binnen tweejaarstermijn van artikel 511b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering nadat beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring van officier van justitie in ontnemingsvordering onherroepelijk
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag accijns opgelegd. Haar bezwaar tegen deze naheffingsaanslag is gegrond verklaard. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende recht heeft op een integrale vergoeding van de proceskosten. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend en b
Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor opzettelijk begaan misdrijf dat dood van vrouw ten gevolge heeft gehad als rechter
Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie opgeëiste persoon. Uitlevering aan Montenegro ter strafvervolging van deelname aan een criminele organisatie en twee drugsfeiten. Middel OM ziet op beslissing rechtbank tot ontoelaatbaarverklaring uitlevering voor een van de drugsfeiten wegen
Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 243 en 255 Sv, ontvankelijkheid van het OM. 2. Beroe
Conclusie AG. Bewerken/verwerken/aanwezig hebben van heroïne (art. 2B en 2C Opiumwet) en voorbereidingshandelingen (art. 10a Opiumwet). 1. Bewezenverklaring van opzettelijk “bewerken en verwerken, in elk geval aanwezig hebben”. Moest het hof keuze maken tussen deze alternatieven?
Medeplegen afpersing (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) onder strafverzwarende omstandigheid van art. 43a Sr (recidive binnen 5 jaren). Strafmotivering (gevangenisstraf van 12 maanden) en uitleg van ‘vroegere veroordeling’ a.b.i. art. 43a Sr. Kon hof de veroordeling door gerecht in eers
Conclusie AG. Veroordelingen voor o.m. diverse Opiumwetdelicten (kort gezegd: handel in cocaïne). M1: is na verruiming van de tenlastegelegde pleegperiode (van twee weken tot één jaar) nog sprake van hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr (jo. 313 lid 2 Sv)? In de bewijsvoering van
OM niet-ontvankelijk. Ne bis in idem natuurlijke persoon door dubbele vervolging en strijd met beginselen behoorlijke procesorde in zaak van zijn bedrijf. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) fungeerde de verdachte via zijn bedrijf sinds 2002 als stroman van panden op de Amsterda
OM niet-ontvankelijk. Ne bis in idem natuurlijke persoon door dubbele vervolging en strijd met beginselen behoorlijke procesorde in zaak van zijn bedrijf. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) fungeerde de verdachte via zijn bedrijf sinds 2002 als stroman van panden op de Amsterda
Conclusie AG. Afpersing, (poging) tot afpersing en overtreding WWM. Recidiveregeling art. 43a Sr. Middel klaagt dat een door het Gerecht te Curaçao uitgesproken veroordeling tot gevangenisstraf ten onrechte ten nadele van verdachte is betrokken bij straftoemeting. Middel is terec
Veroordeling ter zake van handel in en medeplegen van voorhanden hebben van vuurwapens en munitie. Openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk i.v.m. andere veroordeling (ne bis in idem). Bewijsoverweging medeplegen.
Gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en bijzondere voorwaarden voor poging tot zware mishandeling en mishandeling. Verdachte heeft zijn ex-partner in zijn gezicht geslagen met een haspel en met zijn vuisten. Eendaadse sam
Conclusie PG. Aanvraag tot herziening ten nadele van een vrijspraak (art. 482a e.v. Sv). Zaak waarbij in 2006 een 28-jarige vrouw dood is aangetroffen in een woning in Alphen aan den Rijn. De uitspraak waarbij de gewezen verdachte is vrijgesproken, is in 2012 onherroepelijk gewor