Alcoholslotprogramma (ASP) leidt tot niet-ontvankelijkheid OM in de strafvervolging wegens art 8 WVW. De eerdere oplegging ASP heeft te gelden als criminal charge a.b.i. art 6 EVRM. Gezien de vergaande strekking van deze bestuursrechtelijke maatregel en het gebrek aan afstemming
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Profijtontneming. OM-cassatie. De HR verklaart de A-G bij het Hof n-o in het cassatieberoep.
Omvang hoger beroep, art. 407.2 Sv. Vrijspraak feit 1+2, veroordeling feit 3. OvJ trekt h.b. t.a.v. feit 3 in. ’s Hofs oordeel dat op de partiële intrekking van het h.b. van het OM geen acht wordt geslagen omdat het daarbij om een kennelijke vergissing gaat, is niet begrijpelijk,
Beschikking, art. 552p.2 en art. 552l (oud) Sv. Verlofverlening. HR herhaalt overwegingen m.b.t. het toetsingskader uit ECLI:NL:HR:2002:ZD2927, NJ 2002/580. De opvatting dat de wet niet de mogelijkheid biedt aan het in art. 552p.2 Sv bedoelde verlof voorwaarden te verbinden tenei
-
Rijden onder invloed en met ongeldig verklaard rijbewijs. Strafbeschikking voor alcoholfeit, dagvaarding voor rijden met ongeldig rijbewijs. Schending van ne bis in idem-beginsel. OM niet ontvankelijk.
Afstand gedaan van rechtsbijstand? HR stelt voorop dat art. 6.3 onder c, EVRM de verdachte het recht toekent om zichzelf te verdedigen dan wel zich te laten bijstaan door een advocaat. Die verdragswaarborg komt ook tot uitdrukking in het Wetboek van Sv. Ingevolge art. 28.1 Sv is
Profijtontneming. 1. Verwerping verweer strekkende tot n-o verklaring van het OM. 2. Schatting w.v.v. Ad 1. Het uitgangspunt van het middel dat het Hof bij de schatting van het w.v.v. mede het voordeel heeft betrokken dat verband houdt met in Groot-Brittannië gepleegde feiten ber
Preliminair verweer. De raadsvrouw heeft verzocht het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging in de zaak met parketnummer 09/435612-08, omdat zou zijn gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van een goede procesorde en/of de bepalingen zoals
OM-cassatie tegen niet-ontvankelijkverklaring. Afluisteren vertrouwelijke gesprekken tussen advocaat en verdachte. In het licht van de geschetste gang van zaken is het oordeel van het Hof dat door het Openbaar Ministerie “bewust” informatie is onthouden “om welke informatie door
“hetzelfde feit” als bedoeld in art. 68 Sr. Vordering tot wijziging van de tenlastelegging, art. 313 Sv. De HR verduidelijkt in voorafgaande beschouwingen de maatstaf voor de toepassing van art. 68 Sr en art. 313 Sv over “hetzelfde feit”. De aan verdachte verweten gedraging is in
Vordering b.p. Gezien de inhoud van het voegingsformulier moet het ervoor gehouden worden dat het Hof de vordering van de b.p. heeft toegewezen vzv. deze betrekking heeft op de schade aan de auto. Het verweer van verdachte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat de door de
1. Omvang t.l.l. 2. Art. 151b Sv. Ad 1.: HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 1998/535 en HR NJ 1999/52 omtrent de toelaatbaarheid van een aanpassing van de t.l.l. a.b.i. art. 314a Sv. ’s Hofs oordeel dat niet gezegd kan worden dat elk verband tussen de feiten ontbree
Herziening. 1. Art. 68 Sr en art. 54 SUO. 2. Verzoek om nader onderzoek. Ad 1. Aanvrager voert aan dat het OM n-o had moeten worden verklaard o.g.v. art. 68 Sr en art. 54 SUO nu hij t.z.v. dezelfde feiten is veroordeeld in België en NL. In de aanvrage wordt echter niet aangevoerd
OM-cassatie. Profijtontneming. Art. 36e.1 Sr houdt in dat op vordering van het OM bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming
Arrest in de Ahold-zaak. Het arrest telt 290 pagina’s. In de vier arresten van deze zaak zijn de hoofdstukken 1 tot en met 4 inhoudelijk gelijkluidend. Toetsing van de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, zoals gepubliceerd in jaarverslagen en ‘annual reports on Form 20-F’,
Ne bis in idem i.v.m. bestuurlijke boete. Art. 68 Sr. HR verwerpt het beroep met verwijzing naar de Conclusie AG. Strekking en doel lopen uiteen.
1. Beroep op partiële n-o van het OM i.v.m. ne bis in idem: een eerdere veroordeling in België voor “witwassen” en de vervolging in Nederland van deelname aan een criminele organisatie die witwassen mede ten doel heeft. 2. Strafmotivering. Ad 1. ‘s Hofs verwerping van het beroep
Herziening. [Aanvrager is veroordeeld wegens het feitelijk leidinggeven aan het niet nakomen van verplichtingen neergelegd in sociale verzekeringswetten en het Loonadministratiebesluit.] Hetgeen is aangevoerd kan niet het ernstig vermoeden wekken a.b.i. in art. 457.1.2°. Vzv. het
Ne bis in idem. Het Hof heeft t.a.v. het primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling vrijgesproken en t.a.v. het subsidiair tenlastegelegde mishandeling de inleidende dagvaarding nietig verklaard. Vervolgens wordt verdachte opnieuw gedagvaard, nu t.z.v. mishandeling. He
Medeplegen van gewoontewitwassen, medeplegen van opzettelijke overtreding van het in artikel 2, derde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening gestelde verbod, meermalen gepleegd en medeplegen van opzettelijke overtreding van het in artikel 3, vierde lid, van de Wet op de
Medeplegen van opzettelijke overtreding van het in artikel 2, derde lid en artikel 3, vierde lid, van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening gestelde verbod, meermalen gepleegd. En het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. (Illegale genees
Gang van zaken: Pr behandelt 2 zaken gevoegd. Op 9-10-03 verklaart het hof de inleidende dagvaarding in zaak A nietig en veroordeelt hij verdachte in zaak B. Verdachte stelt op 6-7-05 cassatie in. Nadat verdachte opnieuw was gedagvaard voor pr in zaak A verklaart pr op 17-5-04 he
Wots-zaak. 1. De rb heeft ten onrechte het VOGP van toepassing geacht, nu dit uitsluitend betrekking heeft op gevonniste personen die zich nog in de Staat van veroordeling bevinden. De veroordeelde bevond zich reeds in NL. De rb behoorde het tussen NL en D toepasselijk verklaarde
Vordering benadeelde partij. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen houden in dat de benadeelde partij fl. 800,- aan verdachte heeft overhandigd. In het voegingsformulier heeft de benadeelde partij opgegeven fl. 1.600,- (€ 726,04) aan schade geleden te hebben, met als omschrijving v