Onttrekken ruimte aan de woningvoorraad door er een hennepkwekerij te vestiging is hetzelfde feit als telen en voorhanden hebben van hennep en diefstal elektriciteit in een hennepkwekerij. Nu voor het eerste feit een bestuurlijke boete is opgelegd en niet is voldaan aan de voorwa
Wetboek van Strafrecht
Art. 435 Sr
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Als vreemdeling in Nederland verblijven terwijl hij weet dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard (art. 197 Sr). Oordeel hof dat verdachte t.t.v. tenlastegelegde feit nog actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor fundamenteel belang sam
Opzettelijk gebruik maken van niet op zijn naam gesteld identiteitsbewijs door bij staandehouding ID-bewijs op naam van neef te overhandigen, art. 231.2 Sr. Is sprake van hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr na toewijzing vordering wijziging tll. a.b.i. art. 313 Sv, waarbij aan tlgd.
Voorhanden hebben wapen en munitie, art. 26.1 WWM. Vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv en bewijsuitsluiting. Hadden verbalisanten bevoegdheid inzage van het identiteitsbewijs van verdachte te vorderen ex art. 8.1 Politiewet 2012? Het Hof heeft bij de verwerping van het tot bewijsuits
-
Het verwijt is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennep en diefstal van elektriciteit. Voor dit feitencomplex heeft de verdachte al een bestuurlijke boete opgelegd gekregen. Nu niet is voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 243 en 255 Sv, is de o
Twee 25-jarige mannen en een 28-jarige man worden door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor het helen van een groot aantal dure fietsen. Twee van deze mannen hebben ook zelf enkele fietsen gestolen. De rechtbank veroordeelt de 25-jarige man die tijdens de schorsing van
Behulpzaam zijn bij het indienen van een op valse gegevens gebaseerde aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, kan worden beschouwd als het verlenen van hulp bij het verschaffen van wederrechtelijk verblijf ex art. 197a lid 2 Sr. De opvatting dat het behulpzaam zi
Mensenhandel - Criminele organisatie-Sneepzaak
Bewijsklacht. Art. 435 Sr jo. art. 9a Advocatenwet. De opvatting dat i.c. voor de bewezenverklaring van het “zonder daartoe gerechtigd te zijn” de titel van advocaat voeren, uit de bewijsmiddelen zal moeten blijken dat verdachte niet in enig buitenland tot het voeren van een over
Bewijsklacht. Art. 435 Sr jo. art. 9a Advocatenwet. De opvatting dat i.c. voor de bewezenverklaring van het “zonder daartoe gerechtigd te zijn” de titel van advocaat voeren, uit de bewijsmiddelen zal moeten blijken dat verdachte niet in enig buitenland tot het voeren van een over
Verdachte is veroordeeld voor oplichting. Door zijn bedrieglijke manier van presenteren en voorstelling van zaken heeft hij een viertal personen financieel benadeeld. De rechtbank legt, rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van h
-
Nu de strafverzwarende omstandigheid (recidive) van art. 453 (oud) Sr niet is tenlastegelegd, kon ter zake van de bewezenverklaarde openbare dronkenschap geen hechtenis worden opgelegd.
-