Bedreigingen en mishandelingen in GGZ-instellingen. GGZ-medewerker die zorg verleent op grond van machtiging Wvggz is ambtenaar. Strafverzwarende omstandigheid in delictsomschrijving 304 Sr. en strafmaximum. Bedreiging en gevaar onaantastbaarheid lichaam. Tbs met dwangverpleging.
Wetboek van Strafrecht
Art. 304 Sr
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG. Mishandeling 'begaan tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin', cf. art. 304 sub 1 (oud) Sr. Klacht dat het hof niet tot die bewezenverklaring had kunnen komen, faalt op feitelijke gronden. Conclusie strekt tot verwerping.
Vrijspraak van zware mishandeling (primair), poging tot zware mishandeling (subsidiair) en mishandeling tegen zijn levensgezel (meer subsidiair, impliciet primair). Bewezenverklaring van mishandeling (meer subsidiair, impliciet subsidiair). Veroordeling tot een geheel voorwaardel
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, met een vermindering die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Vanwege mishandeling.
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens mishandeling van zijn levensgezel, onttrekking van haar minderjarige zoontje aan het ouderlijk gezag en vernieling van een politiecel tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en tbs met dwangverpleging. De rechtbank s
Veroordeling voor mishandeling van ex-vriendin. Overige bewijsmiddelen steunen de aangifte voldoende. Onvoldoende bewijs voor 'levensgezel' i.d.z.v. art. 304 Sr. Oplegging van 20 uren taakstraf en i.v.m. taakstrafverbod ook 1 dag gevangenisstraf.
De rechtbank Gelderland veroordeelt een 52-jarige man tot een voorwaardelijke taakstraf wegens mishandeling van zijn echtgenote en eenmalige overtreding van een contactverbod. De man wordt vrijgesproken van de lichamelijke en geestelijke mishandeling van zijn kinderen.
Conclusie AG over mishandeling van levensgezel (art. 304 Sr). Klachten dat niet zou zijn voldaan aan het wettelijke bewijsminimum en dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet zou blijken dat sprake is van een 'levensgezel' falen volgens de AG. De conclusie strekt tot verwerping va
Conclusie AG. Mishandeling door stiefvader, art. 304 Sr. Bewezenverklaring van bestanddeel 'een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin' toereikend gemotiveerd? Conclusie strekt tot strafvermindering wegens overschrijding van de inzendtermijn en verwerping va
Veroordeling voor onder meer bedreiging met een terroristisch misdrijf. Ongemaximeerde TBS-maatregel opgelegd aan een ongewenst verklaarde vreemdeling.
Een 32-jarige man is veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 160 uur taakstraf onder meer omdat hij in februari 2021 zijn toenmalige vriendin mishandelde.
Beschermingsbewind. Is verweerster aan te merken als ‘andere levensgezel’ van rechthebbende in de zin van art. 1:432 lid 1 BW en daarmee als belanghebbende in de zin van art. 798 lid 2 Rv? Afwijzing aanbod tot het horen van een getuige in hoger beroep.
Opzettelijke beschadiging van auto’s en mishandeling van 3 personen, onder wie een politieambtenaar in functie. Verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar. OVAR. Rechtbank legt tbs met dwangverpleging op.
Vrijspraak voor doodslag en zware mishandeling met de dood ten gevolge; het overlijden van het slachtoffer kan op basis van het dossier niet als gevolg van het handelen van verdachte worden aangemerkt; veroordelinge mishandeling, 6 wkn GEV wv. 3 VW.
De rechtbank Overijssel 24-jarige man tot een gevangenisstraf van 130 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De man mishandelde zijn ex-vriendin, vernielde de televisie en gooide met glazen in haar woning. Naast de gevangenisstraf mag hij geen contac
Vrijspraak in zaak over bilvergrotingen. Verdachte heeft permanente fillers ingespoten, ten laste gelegd als art. 174 en 300 Sr. Permanente fillers zijn voor de gezondheid schadelijke stoffen, maar geen bewijs dat verdachte dit wist, mede gelet op stand van medische wetenschap de
Veroordeling mishandeling zoon. Vrijspraak oppasouder voor betrokkenheid bij dood vijf maanden oude baby. De rechtbank stelt vast dat de baby is overleden aan ernstig hersenletsel, dat is veroorzaakt door (zeer) forse krachtsinwerking, al dan niet in combinatie met een schudtraum
Vrijspraak oppasouder voor betrokkenheid bij dood vijf maanden oude baby. De rechtbank stelt vast dat de baby is overleden aan ernstig hersenletsel, dat is veroorzaakt door (zeer) forse krachtsinwerking, al dan niet in combinatie met een schudtrauma. Dit letsel moet zijn toegebra
Kindermishandeling gedurende een periode van 15 maanden. Verdachte, een vriendin van de moeder van het slachtoffer, is samen met haar medeverdachte, de moeder van het slachtoffer, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden. De andere medeverdachte, de man van
Kindermishandeling gedurende een periode van 15 maanden. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. De medeverdachten, zijnde de ex-vrouw van verdachte en de moeder van het slachtoffer, zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10
Een 34-jarige man is veroordeeld tot tbs met dwangverpleging voor het mishandelen van zijn moeder in Almelo en een arrestantenverzorger. Ook moet hij de arrestantenverzorger een schadevergoeding betalen van 300 euro. De man is volledig ontoerekeningsvatbaar, hij heeft meerdere st
‘Diefstal met geweld, afpersing, voorhanden hebben semi-automatisch vuurwapen, mishandeling. Verzoek toepassing adolescentenstrafrecht bij 18-jarige verdachte afgewezen. Gevangenisstraf 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.’
Conclusie AG over het delictsbestanddeel "levensgezel"als bedoeld in art. 304 Sr. De conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.
Conclusie AG over bewijs van 'levensgezel' i.d.z.v. art. 304 onder 1e Sr.
Conclusie plv. AG. 1. Medeplegen verbergen en wegvoeren van een lijk, art. 151 Sr. 2. Het opzettelijk verhandelen van geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt, art. 40.2 Geneesmiddelenwet. Ad 1. Onder meer middelen m.b.t. de vraag of sprake is van het ‘verbergen’ van