Een psychiater wordt veroordeeld tot negen maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van 240 uur. De rechtbank acht de man schuldig aan ontucht met een patiënt. Volgens de psychiater verrichtte hij diverse seksuele handelingen met toestemming van de patiënt in het
Wetboek van Strafrecht
Art. 249 Sr
Genoemd in 213 uitspraken · Officiële wettekst
213 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie jaar meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefdochter, alsmede met zijn minderjarige dochter. Verdachte heeft hiermee de lichamelijke en psychische integriteit van zij
Vordering tot opheffing conservatoir beslag.
Vervolg op AZ6687. Usp over Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Verweerder heeft zijn besluit genomen op grond van onder meer het bepaalde in artikel 28 en 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wsjg), een beleid zoals neergelegd in de ‘circulaire Beleidsregels V
1. Niet tijdig binnengekomen schriftuur en geschrift van verdachte. 2. Aanwijzing gerecht ex art. 510 Sv. 3. 359.2 Sv. Ad 1. Op een niet binnen de termijn binnengekomen, aanvullende schriftuur kan de HR geen acht slaan vzv. het niet kan worden beschouwd als een toelichting a.b.i.
Opgave van bewijsmiddelen. In het licht van de wetsgeschiedenis moet art. 359.3 Sv aldus worden verstaan dat slechts kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, tenzij sprake is van d
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AF7985 (NJ 2004, 165) tav voorwaarden mbt aanvullende bewijsoverweging. Het Hof heeft verzuimd in zijn “bijzondere overwegingen” met voldoende mate van nauwkeurigheid de bewijsmiddelen aan te geven waaraan het heeft ontleend dat “
Ontucht met een aan zijn gezag onderworpen of aan zijn waakzaamheid toevertrouwde persoon a.b.i. art. 249 Sr. CAG over “pupil” en de wetsgeschiedenis van art. 249 Sr.
Dwang door feitelijkheid ex art. 242 Sr. De bewezenverklaring houdt in dat de feitelijkheid hierin bestond dat verdachte een feitelijk overwicht op het slachtoffer heeft gehad (gezien het leeftijdsverschil tussen verdachte en slachtoffer en de relatie opa-kleinkind) en aldus voor
Ontucht door (oud) leraar
Ontucht door (oud) leraar
Veroordeling voormalige Maastrichtse rechter voor bezit afbeeldingen van jongeren beneden de leeftijd van zestien jaren (240b Sr).
Verdachte heeft gedurende een groot aantal jaren ontucht gepleegd met zijn minderjarige stiefkinderen. Hij kwam in het gezin nadat de moeder was gescheiden van de broer van verdachte. Aanvankelijk was hij een grote steun voor moeder en de meisjes. Des te schrijnender is het dat v
Werkzaam in de gezondheidszorg ex art. 249.2.3º Sr. Ontucht gepleegd door masseur/hypno-therapeut. HR verwerpt het middel waarin wordt gesteld dat verdachte niet werkzaam was in de gezondheidszorg onder verwijzing naar uitgebreide conclusie AG over verhouding van art. 249.2.3º Sr
Werkzaam in de gezondheidszorg ex art. 249.2.3º Sr. Ontucht gepleegd door masseur/hypno-therapeut. HR verwerpt het middel waarin wordt gesteld dat verdachte niet werkzaam was in de gezondheidszorg onder verwijzing naar uitgebreide conclusie AG over verhouding van art. 249.2.3º Sr
Door een feitelijkheid wederrechtelijk dwingen ex art. 284 Sr. 1. De bewijsmiddelen houden in dat verdachte gebruik heeft gemaakt van zijn positie van militaire meerdere tegenover het slachtoffer als ondergeschikte, dat hij het slachtoffer naar een niet voor hem (het slachtoffer)
Vader misbruikt dochter sexueel vanaf haar 8ste jaar tot haar 26ste jaar; € 20.000,-- immateriële schadevergoeding.
Verdachte, een leraar, wordt vervolgd wegens het hebben van ontucht met een aan hem toevertrouwde leerlinge. Hij heeft gedurende enige tijd een affectieve relatie onderhouden met een leerlinge, gedurende welke relatie ook seksuele omgang heeft plaats gevonden. De verdediging bepl
Ne bis in idem in zedenzaak. Het hof verwierp het beroep op schending van het ne bis in idem-beginsel op de grond dat de vervolging in deze zaak wat betreft de bewezenverklaarde handelingen betrekking heeft op andere handelingen dan waarvoor verdachte eerder onherroepelijk is ver
n.v.t.
Verdachte, die zonder treinkaartje per trein reisde, heeft de controleur die hem op het perron naar zijn vervoersbewijs vroeg, in het gezicht gespuugd. De vraag die de politierechter uitvoerig gemotiveerd beantwoordt, is of een controleur van treinkaartjes moet worden aangemerkt
Antilliaanse uitleveringszaak. De uitleveringsrechter is bij toelaatbaarverklaring niet verplicht de kwalificatie naar het strafrecht van de Nederlandse Antillen op te nemen. Vermelding van de toepasselijke wetsbepalingen is voldoende.
Van ontucht ex art. 247 en 249.1 Sr kan ook sprake zijn zonder lichamelijke aanraking tussen verdachte en de minderjarige. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval of de feitenrechter kon oordelen dat het bewezene het plegen van ontucht "met" de minderjarige oplever
Hof mocht het bewezenverklaarde conform art. 249.1 Sr kwalificeren als “ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd” en behoefde niet in de kwalificatie tot uitdrukking te brengen dat het gaat om een minderjarige
Conclusie A-G over begrip "aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige" in art. 249.1 Sr.