Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2006:AU8074

2006-01-17 Strafrecht 00354/05
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2006-01-17
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
00354/05
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JOL 2006, 29 | NJ 2006, 89 | RvdW 2006, 121

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Werkzaam in de gezondheidszorg ex art. 249.2.3º Sr. Ontucht gepleegd door masseur/hypno-therapeut. HR verwerpt het middel waarin wordt gesteld dat verdachte niet werkzaam was in de gezondheidszorg onder verwijzing naar uitgebreide conclusie AG over verhouding van art. 249.2.3º Sr t.o.v. Wet BIG, onder meer inhoudende dat zo bij de uitleg van art. 249.2.3º Sr aansluiting gezocht zou moeten worden bij de Wet BIG, dat is bij de in art. 1.1 Wet BIG gegeven ruime omschrijving van “handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg”.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.509 tekens)
17 januari 2006
Strafkamer
nr. 00354/05
AGJ/AM


Hoge Raad der Nederlanden

Arrest


op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 juli 2004, nummer 23/004526-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].


1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 2 december 2003, in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 23 mei 2001, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van "ontucht plegen als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie


Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.T.R.F. Carli, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.


3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte werkte in de gezondheidszorg als bedoeld in art. 249 Sr.

3.2. Het middel kan niet tot cassatie leiden op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 20.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 januari 2006.