Judoschoolhouder wegens jarenlang seksueel misbruik van 4 toentertijd minderjarige jongens veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf waarvan 9 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van 2 jaar (art. 245: seksueel binnendringen in de vorm van tongzoene
Wetboek van Strafrecht
Art. 249 Sr
Genoemd in 213 uitspraken · Officiële wettekst
213 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Het klachtvereiste van art. 245 lid 2 (oud) Sr is per 1-10-2002 vervallen maar blijft blijkens de MvT gelden voor feiten gepleegd voor die datum. I.c. echter geen klacht vereist omdat zich het geval van art. 249 Sr voordoet. Het hof veroordeelt verdachte ter zake van art. 244 Sr
OM-cassatie. Fotograferen en filmen van een persoon in een doucheruimte. Ontuchtige handelingen a.b.i art. 246 Sr of het niet op duidelijke wijze kenbaar maken van het vervaardigen van een afbeelding van een persoon d.m.v. een technisch hulpmiddel a.b.i. art. 139f.1 Sr? Vgl. HR L
Promis vonnis: veroordeeld voor mensenhandel en vanwege het feit dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Pleegvader wordt veroordeeld om voormalig pleegkind schadevergoeding te betalen wegens seksueel misbruik.
HR: 81RO.
Ontucht door sportmasseur. Kwalificatie: geen aanranding, maar ontucht gepleegd door iemand, werkzaam in de zorg (art. 249 Sr.). Beroep op bewijsuitsluiting omdat Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik niet is nageleefd: 1. Geen schriftelijk verslag gemaakt v
Verdachte, een leraar, wordt vervolgd wegens het hebben van ontucht met een leerlinge. Verdachte was leraar op dezelfde school als het slachtoffer, maar gaf geen les aan haar. Artikel 249 Sr dient naar het oordeel van de rechtbank extensief te worden uitgelegd. De strekking van a
Veroordeling voor plegen van ontucht met een aan zijn waakzaamheid toevertrouwde minderjarige. Onverhoeds op de mond zoenen met tong tegen de lippen.
Grondslagverlating. Art. 246 Sr. 1. Door te overwegen dat van dwang door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, geen sprake kan zijn indien het slachtoffer zich niet heeft verzet tegen de verdachte en heeft het Hof een onjuiste be
Bewijsklacht. Het middel berust op de onjuiste opvatting dat van “aan zijn waakzaamheid toevertrouwd” a.b.i. art. 249 Sr, slechts sprake kan zijn indien aan de zijde van de ouder(s) van de minderjarige wetenschap bestond van de aanwezigheid van de minderjarige bij de dader van de
Dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr. Vooropgesteld moet worden dat van het dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art. 246 Sr ook sprake kan zijn ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en he
Verdachte heeft zich in de periode '87 tot en met '92 schuldig gemaakt aan ontucht met zijn minderjarige dochter. Het slachtoffer heeft grote psychische schade geleden en heeft gedurende meerdere jaren therapie moeten volgen en volgt nog steeds therapie om haar leven enigszins we
De middelen 1 en 2 voldoen niet aan de eisen zoals door de wet gesteld en blijven onbesproken. Conclusie AG: anders.
Seksueel misbruik gedurende ruim een jaar van minderjarige dochter, onder andere bestaande uit het in de vagina brengen van vingers. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie, het seksueel binnendringen ook bewezen. De rechtbank ziet namelijk een ondersteuning van de
Ontucht met minderjarige.
Ontucht met minderjarige ondergeschikte, afhankelijkheidsrelatie, verleiding minderjarige, strafmaatoverweging.
Eindhovense zedenzaak. Bewijsklacht. De bewezenverklaarde periode t.a.v. een feit kan niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. De bewezenverklaring is in dit opzicht derhalve ontoereikend gemotiveerd. Volgt terugwijzing t.a.v. feit 5 en de strafoplegging.
Incidentele vordering tot verwijzing wegens verknochtheid. Vordering wordt toegewezen.
Beslag. Redelijk vermoeden van schuld ex art. 27 Sv. In een geval als i.c. waarin het gaat om de inbeslagneming van voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen, moet de Rb aan de hand van de beschikbare stukken en o.b.v. het -summiere- onderzoek in raadkamer
Verdachte heeft als psychiater in de loop van de behandeling seksuele handelingen met aangeefster verricht. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte opzettelijk ontucht gepleegd, nu vaststaat dat hij als psychiater aangeefster behandelde en hij in het kader van de behandel
Bewijsklacht. Art. 246 Sr. Vooropgesteld zij dat van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van ontuchtige handelingen als bedoeld in art 246 Sr slechts sprake kan zijn indien verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slof die handelingen tegen
Valt een aspirant-hoofdconducteur van de NS onder het begrip ‘ambtenaar’ in de zin van art. 267 Sr en 304 Sr? De term ‘ambtenaar’ in deze bepalingen moet aldus worden uitgelegd dat daaronder tevens is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangest
Promis-vonnis. Gedurende geruime tijd plegen van zedenmisdrijven met vijf minderjarigen, waaronder eigen kinderen en een stiefkind. Tevens gedurende geruime tijd mishandelen van eigen minderjarig kind en twee minderjarige stiefkinderen. Daarnaast mishandeling van levensgezel. Ver
Art. 304 Sr. Het middel berust op de opvatting dat "voor de strafbaarheid en de strafwaardigheid, zoals bedoeld in art. 304 Sr, het niet van belang is of de vader de biologische vader is, doch het erom gaat dat er op grond van samenwoning, zoals bij levensgezellen, dan wel een an