De vrouw steunt haar vordering op de stelling dat het (finaal) te verrekenen vermogen aanzienlijk hoger was dan de ruim vier miljoen waarvan werd uitgegaan ten tijde van het convenant van 20 december 1998. Dit vermogen zou ruim 10 miljoen belopen. De man betwist weliswaar de stel
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 69 Rv
Genoemd in 574 uitspraken · Officiële wettekst
574 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 23 · live
Van het overlaten van bestuur is in casu geen sprake. Eerst wijst het hof erop dat ingevolge artikel 1:84 lid 2 BW de kosten der huishouding worden bestreden 'uit de onder hun bestuur staande goederen'. De wetgever gaat er kennelijk vanuit dat, nadat voldaan is aan de bijdragepli
Alimentatie. Afwijzing van een voor het eerst in appèl gedaan verzoek wegens strijd met goede procesorde. Nieuwe behoefteberekening en beroep op ontbreken draagkracht gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing.
Bij dit geschil wordt in conventie schadevergoeding geeist voor het onterecht negatief uitlaten van de stichting. In reconventie wordt schadevergoeding geeist voor het voeren van een handelsnaam in strijd met handelswet.
Onderhoudsverplichting op grond van boek 1 BW of op grond van artikel 6:162 BW?
Exequatur. Tegen een toewijzend EG-exequaturverlof staat geen beroep open bij het hof, maar bij de rechtbank. Verwijzing is mogelijk.
Man verzoekt na ontslag wegens gewijzigde omstandigheden nihilstelling van de partneralimentatie van 2.000 euro per maand die partijen in hun echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen. De kantonrechter heeft de man bij de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst een ontslagvergo
Bij inleidende dagvaarding, daterend van 18 september 2002 is de ontzetting gevorderd van [geïntimeerde] als executeur-testamentair. Voor de gronden tot afzetting verwijst art. 4:1069 BW (oud) naar de regels, geldend voor voogdij (art. 1:327 BW), met een verwijzing naar art. 1:4
1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/022HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:[De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.A.M. Perquin, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Wo
Partijen zijn gehuwd geweest. Hun huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 24 juli 2001. De vrouw heeft in de laatste fase van het huwelijk een affectieve relatie gehad met [de heer 1]. Voorafgaande aan de echtscheiding hebben partijen een echt
kantonzaak; procesrecht; dagvaardingszaak aangebracht met verzoekschrift; toepassing van de wisselbepaling van art. 69 Rv.
1 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/056HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], voor zich alsmede in zijn hoedanigheid van directeur/aandeelhouder van de gefailleerde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V., wonende te [woonplaats]
Misbruik van procesrecht, verkeerde rechtsingang.
Artikel 69 Rv. Verkeerd procesinleidend stuk. Verwijzing naar verzoekschriftprocedure.
7 mei 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/062 HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n de vennootschap naar Duits recht SPARKASSE BONN, gevestigd te Bonn, D
7 mei 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/062 HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n de vennootschap naar Duits recht SPARKASSE BONN, gevestigd te Bonn, D
De man heeft bij inleidend verzoekschrift gedateerd 11 april 2003 wijziging van de door het hof bij beschikking van 20 april 1999 vastgestelde bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw en bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de drie minderjarige kinderen van
Voetbalveld is geen gebouwde onroerende zaak.
trefwoorden: kantonzaak, verzoek verklaring in kader huursubsidie en vaststelling redelijke huurprijs woning
Nu niet is gesteld of gebleken dat zich enige andere verplichte afwijzingsgrond voordoet, zal op het verlengingsverzoek naar billijkheid in de zin van artikel 38 van de Pachtwet moeten worden beslist. [geïntimeerde] heeft aangevoerd belang bij behoud van het gepachte te hebben, o
-
-
-
-
-