Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Arnhem

ECLI:NL:RBARN:2002:AF1680

2002-10-24 Civiel recht 89043/ ha za 02-1076
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Arnhem
Uitspraakdatum
2002-10-24
Publicatiedatum
2013-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
89043/ ha za 02-1076
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJ 2003, 189

Inhoudsindicatie

-

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.490 tekens)
Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht




Zaak/rolnummer: 89043 / HA ZA 02-1076
Datum uitspraak: 24 oktober 2002



Vonnis

in de zaak van


X
wonende te Z,
eiser,


tegen


de stichting
STICHTING KATHOLIEKE UNIVERSITEIT NIJMEGEN,
gevestigd te Nijmegen,
gedaagde,
procureur mr. J.T.M. Palstra te Arnhem,
advocaat mr. H.C.E.P.J. Jansen te Nijmegen.



Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot aan het vonnis van de sector kanton, locatie Nijmegen van 17 mei 2002 wordt verwezen naar dit vonnis. De sector kanton heeft zich in dit vonnis onbevoegd verklaard om van de vordering kennis te nemen en de zaak verwezen naar de civiele sector. X heeft na verwijzing geen procureur gesteld. KUN heeft vervolgens bij akte de stukken van de kantonprocedure in het geding gebracht en heeft een akte uitlatingen genomen. Hierna is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling van het geschil

1. Uit de overgelegde stukken blijkt dat X een formulierdagvaarding heeft ingediend bij de griffie van de sector kanton. Dit formulier is door X ondertekend op 31 december 2001, maar blijkens een stempel van de griffie is het formulier daar ontvangen op 7 januari 2002. Deze laatste datum is bepalend voor de vraag welk procesrecht van toepassing is. Dat is dus het procesrecht zoals dat sinds 1 januari 2002 geldt.

2. Per 1 januari 2002 is door de invoering van het nieuwe burgerlijk procesrecht de formulierdagvaarding als mogelijkheid om een procedure in te leiden komen te vervallen. De procedure had dus met een dagvaarding moeten beginnen en het formulier kan de dagvaarding niet (meer) vervangen. Onder deze omstandigheden moet het formulier worden beschouwd als een verzoekschrift, waaruit volgt dat de procedure met een verkeerd stuk is ingeleid, zodat er aanleiding is tot toepassing van artikel 69 Rv.

3. Op grond van artikel 69 lid 1 Rv. had de kantonrechter X in de gelegenheid kunnen stellen alsnog een dagvaarding te betekenen teneinde de procedure op de juiste wijze in te leiden. De kantonrechter heeft hiervan afgezien. In plaats daarvan is de formulierdagvaarding doorgestuurd naar KUN. KUN heeft een verweerschrift ingediend, waarna vonnis is gewezen en de zaak is verwezen naar de civiele sector.

4. Op de voet van artikel 69 lid 2 Rv. dient de procedure te worden voortgezet als een dagvaardingsprocedure. Omdat X in strijd met artikel 79 lid 2 Rv. niet (bij procureur) is verschenen en hij geen verdere proceshandelingen heeft verricht, is vonnis bepaald. Bij gebreke van procureurstelling moet hij in zijn vordering niet ontvankelijk worden verklaard. X zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De rechtbank,

verklaart X niet ontvankelijk in zijn vordering,

veroordeelt X in de proceskosten, tot op heden aan zijde van KUN bepaald op € 193,- voor verschotten en € 195,13 voor salaris van de procureur,

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mrs. D. van Driel van Wageningen, R.J.B. Boonekamp en V.M. de Winkel en in het openbaar uitgesproken op donderdag 24 oktober 2002.


De griffier: De voorzitter:



Coll.: VMdW