Een gebouwencomplex, bestaande uit drie afzonderlijke woontorens met belendende gebouwen, is als geheel gesplitst in appartementen. De statuten van de akte van splitsing bevatten onder meer een bepaling op grond waarvan de appartementseigenaars van de woontorens bevoegd zijn om m
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 69 Rv
Genoemd in 574 uitspraken · Officiële wettekst
574 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 22 · live
Vervolg op LJN BG4133 ; verzet exequatur ; dwingend bewijs authentieke akte ; tegenbewijs.
Pachtrecht. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep op grond van art. 134 Pachtwet (oud); toepasselijkheid overgangsbepaling van art. 74 Overgangswet NBW; de inwerkingtreding op 1 september 2007 van art. 1019j-1019v Rv. voor pachtzaken heeft geen gevolg voor eventuele rechtsmiddelen
Gelijke beslissing als in de zaak nr. 08/00239.
Verzet exequatur EEX-Verordening; betekening inleidende stuk.
Procesrecht. Cassatie, dagvaardingsprocedure; verkeerde rechtsingang, toepassing wisselbepaling (art. 69 Rv.); rolverwijzing, betekening van beroepschrift.
beslissing ex artikel 3:268 lid 2 BW (parate executie)
Geldvordering, "Beratervertrag". Eiser vordert bij vonnis (...) te bepalen: dat de executie van de tenuitvoerlegging dient te worden geschorst en dat het verleende verlof tot tenuitvoerlegging dient te worden ingetrokken; (...) dat de executie van de tenuitvoerlegging dient te w
Voorlopig getuigenverhoor. C200500176/MA & R200600322/MA T1 18-04-2006 LJN AZ5033 C20000176/MA T2 27-11-2007 LJN BC4956
In een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft de werknemer in een tegenverzoek o.a. doorbetaling van loon en vergoeding van buitengerechtelijke kosten gevorderd. Omdat deze vorderingen bij dagvaaringen moeten worden ingeleid, verwijst de kantonrechter op basis va
Art. 2 WVP. Verplichting tot afstorting van pensioenrechten die in eigen beheer zijn opgebouwd.
Procesrecht. Verzet op voet van art. 5:26 lid 2 jo. art. 5:33 Awb tegen dwangbevel tot invordering van bestuurlijke dwangsommen volgens regels van dagvaardingsprocedure. Cassatie, verkeerde rechtsingang (beroepschrift), verwijzing naar rolzitting voor voortprocederen.
Onteigeningszaak. Schadeloosstelling wegens stadsvernieuwing. Tussenkomende erfpachter aan wie de dagvaarding ex art. 18 lid 4 en 5 Ow ook was betekend; derde-belanghebbende (art. 3 lid 2 Ow)?; ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 81 RO).
Familierecht; ontzegging omgang voor onbepaalde tijd aan vader bij gezamenlijk gezag.
Termijn van veertien dagen voor het doen van verzet als bedoeld in artikel 81 RV (oud) is van toepassing. Verzet is niet tijdig gedaan. Van een situatie als bedoeld in artikel 69 RV is geen sprake.
Door [persoon 2] is op [datum 4] aan het handelsregister opgegeven dat er geen baten waren [...] en dat de opgave het einde van vereffening na een ontbinding betreft [...]. Hieruit blijkt dat, voorzover [appellante] na haar ontbinding is blijven voortbestaan ter vereffening van h
Geïntimeerde heeft [..], zo begrijpt het hof, gesteld dat er geen verband is tussen de onrechtmatige daad en de schade, omdat appellante alimentatie van hem had kunnen vorderen, waarmee - naar het hof begrijpt - de schade zou zijn weggevallen. Naar het oordeel van het hof raakt g
Huur bedrijfsruimte. Ontruimingsbescherming, ontvankelijkheid van een voorwaardelijk verzoek van de huurder op de voet van art. 7:230a BW. Procesrecht; niet-ontvankelijk zelfstandig verzoek dat in hoger beroep voor het eerst is gedaan; ontvankelijkheid cassatieberoep, vermelding
Alimentatieovereenkomst na samenleving. Appelverbod artikel 69 Rv. Gedeeltelijke tussenbeslissing. Geen alimentatieverplichting voor kind gedurende uithuisplaatsing.
Vastelling partneralimentatie vóór 1 juli 1994, inschrijving nadien: oud recht. Het enkel stilzitten betekent niet afstand van recht op indexering. Verwijzing naar de rol op grond van artikel 69 Rv.
Hoger beroep van vonnis in kort geding bij beroepschrift. Toepassing wissel artikel 69 Rv.
Herstelmogelijkheid van wisselbepaling verzet zich ertegen dat procedure welbewust met verkeerd processtuk wordt ingeleid omdat het betekenen van een dagvaardingsexploot binnen de appèltermijn feitelijk niet meer mogelijk is. Misbruik van procesrecht.
Huur bedrijfsruimte ex art.7:230a BW. Hoger beroep ingeleid met een dagvaarding (zonder grieven) in plaats van met een verzoekschrift. Geen misbruik van procesrecht. Biedt art. 69 Rv de mogelijk om alsnog grieven in te dienen ná het verstrijken van de appeltermijn? Neen.
Geschil tussen voormalige echtelieden omtrent de wijziging van de in echtscheidingsbeschikking vastgestelde kinderalimentatie, staking door vader van mondeling overeengekomen bijdrage in de kosten van de paardrijhobby, wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 1:401 BW?
Wisselbepaling art. 69 Rv: verkeerd inleidend processtuk. Procedure ingeleid met verzoekschrift. Bevel om volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure voor te procederen.