-
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 439 Rv
Genoemd in 37 uitspraken · Officiële wettekst
37 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Kan en moet de deurwaarder een exploot uitbrengen aan een in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen briefadres in plaats van openbaar te betekenen op de voet van art. 54 Rv? Art. 45-47 Rv; art. 54 lid 1 Rv; art. 1:15 BW.
Executiegeschil. Intellectueel eigendom. Tripp Trapp stoel.
Kort geding. Een pandhoudersbeslag, waarbij de verpande zaken al zijn afgegeven aan de pandhouder, leent zich niet meer voor opheffing. De afgegeven zaken behoeven ook om andere reden niet te worden teruggegeven.
Geschil over een proceskostenveroordeling. Voorafgaande perikelen omtrent in kort geding opgelegde verboden, de wraking van een voorzieningenrechter, betekende executoriale titels en dwangsommen. Verrekening en executoriaal eigenbeslag. Het relatieve belang van (vermeende) formel
Tijdigheid van verzet tegen verstekvonnis uit 2000. Artikel 81 RV oud. Bekendheid met verstekvonnis. Aanvang van executie. Verlening termijn voor verzet wegens artikel 6 EVRM.
Merkenrecht; vervolg op HR 5 april 2002, nr. C00/197, NJ 2003, 356 en HR 15 april 2005, nr. C03/230, NJ 2006, 55. Vaststellingsovereenkomst in strijd met art. 3:322 lid 3 BW?; afstand van recht op executie van – door overtreding van verbod tot merkinbreuk – verbeurde dwangsommen
-
Appel executiekortgeding- anderbeslag- beslag op UHT-uitkering NB voor de planning: we hebben meteen een zittingsdatum opgenomen, 15 oktober.
Kort geding. Opheffing beslag. Spanje is in een arbitraal eindvonnis veroordeeld tot betaling van € 106 miljoen aan een Japanse investeerder. De investeerder heeft haar vordering op Spanje verkocht aan gedaagde. Op verzoek van gedaagde heeft de Haagse voorzieningenrechter o.a. he
Opposant is niet-ontvankelijk in zijn verzet o.g.v. art. 143, leden 1 en 2 Rv in verbinding met art. 720 Rv jo. art. 475i Rv. Het exploot van overbetekening van het derdenbeslag is op 1 sept. 2025 in persoon betekend aan opposant. De deurwaarder heeft in dat exploot verklaard dat
Conclusie AG. Profijtontneming. Middel klaagt over verwerping verweer met verzoek om toepassing matigingsbevoegdheid artikel 36e lid 5 Sr wegens waardevermindering BMW tijdens conservatoir beslag. Oordeel hof niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd nu uitgangspunt in ontnem
Verlof voor executie tot afgifte van roerende zaken waarop pandrecht rust, ex artikel 496 lid 2 Rv jo. artikel 3:237 lid 3 BW. Verkorting termijn artikel 439 lid 1 Rv tot nihil.
Rechtsgeldige betekening appeldagvaarding ten kantore van deurwaarder (artikelen 63 lid 2 en 439 lid 3 Rv). Matiging van contractuele boete (artikel 6:94 BW). In vervolg op ECLI:NL:GHARL:2022:8671.
Collectieve actie art. 3:305a BW ten aanzien van inbreuk op auteursrecht. Ontvankelijkheid. Lichte regime van toepassing. Vonnis in incident. Vordering tot opheffing beslagen, waaronder bewijsbeslag, afgewezen. Incidentele vordering ex art. 843a Rv toegewezen. Beslissing opgavege
Executoriaal beslag. Eigendom. Geen onrechtmatige daad van de staat door beslagen goederen te veilen.
Verzet; overbetekening; art. 143 lid 2 Rv
Executiegeschil met betrekking tot dwangsommen.
Burgerlijk procesrecht. Betekening. Nietigheid dagvaarding. Betekening van een kort gedingdagvaarding aan het adres van de advocaat van de wederpartij in eerdere procedures tussen partijen. Geen sprake van verzet, hoger beroep of cassatie of woonplaatskeuze bij executie van tusse
Deurwaarderskortgeding. Wie zijn “betrokken partijen” in de zin van artikel 438 lid 4 Rv? Beroep op retentierecht door derde jegens pandhouder die pandhoudersbeslag heeft laten leggen, slaagt niet, omdat niet aannemelijk is dat aan de vereisten van artikel 3:291 lid 2 BW is volda
Termijn ex artikel 439 lid 1 Rv bij afzonderlijke beschikking op nihil gesteld vanwege vrees voor verduistering, zodat direct executoriaal beslag kan worden gelegd.
Vordering tot onmiddellijke verwijdering container op oprit huurwoning toegewezen op straffe van een dwangsom. Termijn ex artikel 439 lid 1 Rv bij afzonderlijke beschikking op nihil gesteld vanwege vrees voor verduistering, zodat direct executoriaal beslag kan worden gelegd.
Vorderingen afgewezen
Opheffen executoriaal beslag
Klacht tegen een toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder Klaagster verwijt de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder dat zij (i) haar geen termijn heeft gegeven om in der minne aan haar verplichtingen uit het vonnis te voldoen en (ii) dat zij zich ten onrechte heeft geprofilee