Invorderingszaak. Executoriaal beslag door Ontvanger. Schorsende werking verzetprocedure, art. 17 lid 2 Iw. Is rechterlijke beslissing nodig om schorsende werking op te heffen ingeval van misbruik van bevoegdheid? HR 7 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1475, NJ 1995/411; HR 8 juni
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Art. 439 Rv
Genoemd in 37 uitspraken · Officiële wettekst
37 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Kort geding. Teruggave inboedel, die was meegenomen nadat de voorzieningenrechter verlof had verleend tot het in vuistpand nemen van zaken door de pandnemer op grond van artikel 496 lid 2 Rv, juncto artikel 3:237 lid 3 BW. De bevoegdheid op grond daarvan komt de pandnemer eerst t
De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen executoriaal beslag kan worden gelegd op de goederen van het COA, omdat deze bestemd zijn voor de openbare dienst (artikel 436 Rv). Dat het COA in de onderhavige situatie misbruik van recht maakt, waardoor het COA de bescherming van
Quasi deurwaardersgeschil over tenuitvoerlegging vonnis in de hoofdzaak na een conservatoir bewijsbeslag in een niet-IE-zaak. Partijen zijn het erover eens dat de vordering in de hoofdzaak niet strekt tot handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Niettemin is volgens verweer
Vordering tot terugbetaling van door mede-aandeelhouder uit vennootschap opgenomen gelden deels toegewezen.
Kernvraag voor opheffing van executoriaal beslag, is of BMVZ – zoals zij stelt – op het moment van de beslaglegging eigenaar van de onderhavige taxi’s was. BMVZ heeft ter staving van haar stelling een aantal bescheiden overgelegd, waaronder een koopovereenkomst met bijbehorend ta
Vordering tot opheffing van gelegde beslag, primair op grond van een vormverzuim en subsidiair op grond van de onrechtmatigheid van de vordering, al dan niet onder de voorwaarde dat zekerheid voor die vordering wordt gesteld.
Verzoek tot het verlenen van verlof om pandhoudersbeslag te leggen gedeeltelijk afgewezen gelet op de eisen van proportionaliteit.
Kostenwet; invordering. Derdenbeslag Ontvanger banksaldo. Gelegenheid tot betaling?
Bij de beoordeling van de klacht stelt de Kamer voorop dat op de gerechtsdeurwaarder weliswaar een ministerieplicht rust, maar dat deze wel een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de inachtneming van de wettelijke vereisten waaraan een exploot dient te voldoen. Uit dien hoofde
Het hof zal eerst nagaan of de wet, in het bijzonder artikel 496 Rv, de pandhouder in het algemeen de mogelijkheid biedt om verlof te verkrijgen de onderhandse geregistreerde akte tegen derden, niet zijnde een houder maar een bezitter, (reëel) te executeren. Het hof zal deze vraa
-